De meeste Nobelprijzen voor de vrede gaan naar voormalige vechtersbazen die vrede stichten, heiligen of politieke dissidenten. Soms ook naar mensen die het in betrekkelijke anonimiteit opnemen tegen erkende maar meestal dictatoriale regeringen.
Zo kan de prijs ook verschillende vormen aannemen. In het ene geval is het een beloning voor een behaald resultaat, in het andere geval een aanmoedigingsprijs om door te gaan, soms is de prijs ook tegen iets of iemand gericht en vaak wil het Nobelcomité met de toekenning van de prijs een kwestie uit de vergetelheid rukken.
De jongste toekenning van de prijs aan twee vertegenwoordigers van het Oost-Timorese volk valt in de categorie 'aanmoediging', en vraagt tevens aandacht voor de vrijwel vergeten Timorese kwestie en is ongetwijfeld tegen het Indonesische bewind van Soeharto gericht. Een bewind immers, dat sinds de invasie van 1975 bloedige sporen heeft achtergelaten op Oost-Timor. Beide winnaars zijn strijders voor het zelfbeschikkingsrecht van Oost-Timor, waarbij bisschop Belo zich vooral richt op een vorm van autonomie voor Oost-Timor en strijd voert voor de rechten van de mens en de Oost-Timorese activist Ramos Horta het verzet vertegenwoordigt dat streeft naar onafhankelijkheid van Oost-Timor.
Het Comité zegt met deze toekenning de positie van de twee Oost-Timorezen te willen versterken 'met het oog op toekomstige onderhandelingen' en dat zal zeker gebeuren. Maar of met deze toekenning de begeerde autonomie of zelfs onafhankelijkheid dichterbij komt is zeer de vraag. Weliswaar erkennen de VN de annexatie van Oost-Timor door Indonesië niet, maar de afgelopen kwart eeuw heeft dat de Oost-Timorezen bijzonder weinig geholpen. De VN-lidstaten willen hun economische en diplomatieke relaties met Indonesië niet op het spel zetten. Zodat voor het Oost-Timorese volk deze Nobelprijs wel eens in de categorie 'troostprijs' kan vallen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.