NEW DELHI - In India heeft een corruptieschandaal geleid tot het aftreden van drie ministers uit het kabinet van premier Narasimha Rao. De Indiase inlichtingendienst, de CBI, heeft ook de leider van de grootste oppositiepartij officieel beschuldigd.
De tien politici tegen wie de CBI een onderzoek is begonnen, worden ervan verdacht steekpenningen te hebben aangenomen van de drie broers Jain, vooraanstaande Indiase zakenlieden. In totaal zouden 115 politici, hoge ambtenaren en mensen uit het bedrijfsleven voor ruim 30 miljoen gulden aan smeergeld hebben ontvangen, in ruil voor contracten.
De beschuldigingen komen op een bijzonder moment. Over ongeveer drie maanden worden algemene verkiezingen verwacht. De inlichtingendienst valt onder de rechtstreekse bevoegdheid van premier Rao, ook leider van de regerende Congres Partij, waarvan nu drie (ex-)ministers in de beklaagdenbank zitten.
De drie ontkennen overigens steekpenningen te hebben aangenomen. Minister M. Scindia van onderwijs en sociale zaken noemde de aanklacht 'verachtelijk'. Ook de twee andere bewindslieden, V. Shukla van parlementszaken en B. Jakhar van landbouw, zeggen niets te maken te hebben met de gebroeders Jain, die zelf in het gevang zitten.
Ook L.K. Advani, de leider van de grootste oppositiepartij, de BJP, heeft inmiddels ontslag genomen als lid van het parlement. Volgens Advani is de beschuldiging aan zijn adres niet meer dan een poging van de regering-Rao “de aandacht af te leiden van haar eigen zonden”. Advani wil dat binnen een maand het onderzoek van de CBI is afgerond.
Het corruptieschandaal kwam in 1991 aan het rollen toen in New Delhi mensen werden opgepakt die het islamitische verzet in de noordelijke Indiase deelstaat Kashmir zouden hebben gefinancierd. Dit onderzoek leidde uiteindelijk naar het dagboek van een van de gebroeders Jain. Daarin staan gecodeerd de namen genoemd van 115 mensen aan wie smeergeld is betaald.
De broers betaalden de politici, ambtenaren en collega-zakenlui om contracten in de wacht te slepen voor de bouw van energiecentrales, steenkool- en staalverwerkende bedrijven, en spoorwegen. Een aantal eerder beschuldigde politici heeft steeds gezegd dat in het geval van een betaling door een van de Jains het geld is gebruikt voor de eigen partij.
De CBI heeft daarop een andere kijk. Zo zou geld naar buitenlandse rekeningen zijn gesluisd en zouden politici voor zichzelf grote buitenhuizen hebben aangeschaft. In het dagboek van J.K. Jain komen politici voor uit alle landelijke Indiase partijen, behalve de communistische. De naam van premier Rao zou niet op de lijst staan.
Voortvarend
De meeste commentatoren in India gaan ervan uit dat Rao zelf uitdrukkelijk betrokken is geweest bij de beslissing om het onderzoek van de CBI tegen tien politici in de openbaarheid te brengen. Daarnaast geldt overigens ook dat het Indiase Hooggerechtshof recent sterk heeft aangedrongen op voortvarendheid van de landelijke inlichtingendienst.
De vermeend corrupte praktijken van politici binnen de regerende Congres Partij vormen voor de oppositionele BJP een van de belangrijkste thema's in de campagne voor de komende verkiezingen. Met de beschuldiging die nu is gericht aan het adres van oppositieleider Advani zou premier Rao de BJP juist zelf aan de schandpaal willen nagelen.
Die aantijging lijkt niet sterker doordat de drie ministers, en daarmee de Conges Partij, genoemd zijn als omgekochten. De drie staan bekend als zeer trouwe volgelingen van Rao. Door hen te 'offeren' kan de premier de indruk wekken geen partijpolitiek te willen bedrijven, maar toch de BJP de wind uit de zeilen nemen.
L.K. Advani, die als parlementslid aan het einde van de jaren '80 zo'n drie ton aan smeergeld van de Jains zou hebben geincasseerd, zegt aan te blijven als BJP-voorzitter. Volgens hem is 'corruptie' als verkiezingsthema door de actie van de CBI slechts nog urgenter geworden, en zal zijn partij de regering hierop blijven aanspreken. “Omdat mijn partij het onderwerp corruptie zo krachtig aan de orde stelt, lijkt de regering gekozen te hebben voor de aanval als beste verdediging”, aldus Advani. De CBI laat zich voor het karretje van de huidige regering spannen, zo meent de man, wiens partij bij de komende verkiezingen een behoorlijke kans maakt als grootste uit de bus te komen.
Andere betrokkenen menen dat de zaak-Jain pijnlijk blootlegt hoe de Indiase politiek verstrengeld is geraakt met criminele praktijken in het bedrijfsleven. Die conclusie, zonder het noemen van specifieke namen, werd vorig jaar al getrokken door een regeringscommissie. Het rapport van deze zogeheten commissie-Vohra is echter onder het stof geraakt.
“Deze zaak gaat veel verder dan het Watergate-schandaal”, meent R. Puri, een van de mensen die zich hebben ingespannen om de zaak-Jain onder de aandacht van het publiek te brengen. “Dit lijkt meer op de betrekkingen die in ItaliĆ« bestaan tussen de politiek en de mafia. Maar we hebben de Italianen al ver achter ons gelaten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.