*

 
dossier

Archief

Hou vervalt in machteloos dynamisch filmen

HANS KROON − 15/01/98, 00:00

Wie zal ze ooit vergeten? Die prachtige films waarmee de Taiwanese regisseur Hou Hsiao Hsien internationaal doorbrak. 'A time to live, a time to die' (1985), 'Dust in the wind' (1986), 'City of sadness' (1989) en 'Puppetmaster' (1993). Stuk voor stuk waren het meesterwerken waarmee Hou - terecht - overal ter wereld prijs na prijs in de wacht sleepte.

Altijd gingen zijn films over de zielenroerselen van Chinezen die op het eiland Taiwan proberen te overleven. Allemaal herinnerden ze zich gelukkiger dagen op het Chinese vasteland; allemaal kregen ze te maken met Japanners die Taiwan in en na de Tweede Wereldoorlog probeerden te koloniseren.

Behalve door hun nostalgische onderwerp imponeerden deze historische drama's door Hou's schitterende serene stijl. Hij registreerde de ontheemdheid van zijn hoofdfiguren in minutenlang durende scènes waarbij de camera niet van plaats veranderde. Zijn films waren een uitgekiende aaneenschakeling van 'tableaux vivantes', van 'bewogen stillevens'.

In 'Good men, good women' (1995) nam Hou - aarzelend nog - afscheid van zijn historische onderwerpen en statische stijl. De hoofdfiguur van deze film is een eigentijdse actrice die een hoofdrol speelt in een film over het Taiwanese verzet tegen de Japanse overheersing in de jaren veertig en vijftig.

'Good men, good women' wemelde - de in het verleden spelende film gaf daartoe volop gelegenheid - nog wel van de van Hou bekende statische historische taferelen. Daarnaast echter bevatte deze film ook al de nodige à la Tsai Ming-Liang ('Vive l'amour') dynamisch vormgegeven scènes uit het moderne Taiwanese leven.

Bijna tot vervelens toe confronteerde Hou de kijkers met een actrice die in haar comfortabele en met allerlei moderne apparatuur gestoffeerde flat in Taipeh in het reine probeert te komen met haar leven, geschiedenis en filmrol.

Met 'Goodbye south, goodbye' lijkt Hou definitief afscheid te nemen van Taiwan's historie en zijn daarop geënte statische filmstijl. Alleen in het begin van dit drama over enkele kruimelgangstertjes, maakt hij de kijkers met een bijna stilstaande camera, vertrouwd met hun gevoelswereld.

Op die, hem kenmerkende, wijze confronteert Hou ons met Kao, Platkop en diens liefje Krakeling. Drie eigenlijk best wel sympathieke crimineeltjes. Op jacht naar het grote geld zetten ze een illegale goktent op, ergens in de bergen van Taiwan. Al gauw ontdekken ze dat ze daar meer geld verliezen dan winnen.

In hun onstuitbare jacht naar een vermogen verkassen Kao, Platkop en Krakeling na deze mislukking naar China. Wat gescharrel met een varkensfokkerij levert ze daar even een heel leuk kapitaaltje op. Uiteindelijk echter worden ze ook van dit avontuur op het vaste land geen cent rijker.

Sukkelaars zijn het en sukkelaars zullen het blijven. De kijker wist dat al na een half uur. In de anderhalf uur die Hou daarna nog vol meent te moeten filmen wordt ook ook hij geen cent wijzer. Hou's camera beweegt dan alle kanten op en staat geen moment meer stil bij de zielenroerselen van de kleine misdadigers.

En zo verwordt 'Goodbye south', goodbye' na een veelbelovend begin tot een machteloze vingeroefening in het, modern geachte, dynamische filmen.

mailIcon print |