*

 
dossier

Archief

Triasberaad wil grondslag leggen voor kabinet-Kok II

MARCEL TEN HOOVEN − 27/01/95, 00:00

DEN HAAG - Zegslieden van PvdA, VVD en D66 putten zich gisteren uit in sussende verklaringen om het belang van het Triasberaad te relativeren. Dat initiatief van twaalf Kamerleden uit de coalitiefracties om regelmatig, los van de politieke actualiteit in het Haagse restaurant Trias met elkaar van gedachten te wisselen, heeft geen enkele politieke status. “We zijn niet meer dan een gezellige eetclub”, zegt het D66-Kamerlid Roger van Boxtel.

Dat mag zo wezen, het neemt niet weg dat het hoofddoel van het Triasberaad van politiek gewicht is. Het eetclubje, gevormd door nieuwe, voor het merendeel uit Amsterdam afkomstige Kamerleden, heeft een bestendiging van de paarse coalitie voor langere duur dan deze zittingsperiode op het oog. De twaalf van PvdA, VVD en D66 zoeken een gemeenschappelijk grondslag voor regeringssamenwerking tot in de volgende eeuw.

“Wij gaan ervan uit dat we alle twaalf de huidige paarse coalitie daadwerkelijk hebben hebben gewild, omdat we van oordeel zijn dat juist deze, tot voor kort onwaarschijnlijke combinatie van elkaar eertijds uitsluitende partijen voor doorbraken kan zorgen in de verstarring die de politieke macht de afgelopen decennia kenmerkte”, schrijven Rob Oudkerk (PvdA), Thom de Graaf (D66) en Anne Lise van der Stoel (VVD) in een brief aan de andere leden van het Triasberaad. “Wil paars te zijner tijd een tweede jeugd beleven, dan is het goed om daar nu al over na te denken.”

Met dat doel voor ogen heeft het Triasberaad zich voorgenomen te spreken over wat de liberalen en sociaal-democraten bindt in hun visie op langere termijn, na het verkiezingsjaar 1998. Het spreekt dat het niet de bedoeling is een schaduwberaad te vormen of een pressiegroep, met de actuele politiek als drijfveer. Oudkerk, De Graaf en Van der Stoel suggereren eens per maand bijeen te komen om zich een mening te vormen over politieke vraagstukken van de toekomst, bijvoorbeeld met het oog op gezamenlijke opiniestukken in de kranten. Het stelsel van sociale zekerheid, de studiefinanciering, het collectief versus het individu, het grote-stedenbeleid, het minderhedenvraagstuk zijn enkele van de gespreksonderwerpen die de initiatiefnemers op hun groslijst purple light opperen.

Ofschoon het Triasberaad zich richt op de langere termijn, is het in de politieke constellatie van dit moment opmerkelijk dat Kamerleden van PvdA en D66 aanschuiven bij collega's van de VVD om naar de gemeenschappelijke basis in hun politieke ideeën te zoeken. PvdA en D66 hebben in de paarse coalitie grote moeite hun eigen identiteit te markeren. Het onderscheid tussen de klassieke tegenpolen PvdA en VVD wordt door hun samenwerking vager. In zo'n situatie lijkt het niet in het belang van de partijen om te investeren in een zoektocht naar meer overeenkomsten in het gedachtengoed.

Oudkerk zei gisteren de Triasgroep te beschouwen als een voortzetting van het Des-Indesberaad. Maar die vergelijking gaat mank. Uit weerzin tegen de onderlinge blokkade tussen hun partijen namen enkele prominente leden van PvdA, VVD en D66 in de jaren zeventig het initiatief tot periodieke bijeenkomsten in het Haagse hotel Des Indes. Een normalisering van de verhoudingen was hun doel, opdat het ooit tot een coalitie van PvdA, VVD en D66 zou kunnen komen. Dat doel is nu bereikt. Thans is de vraag eerder wat PvdA, D66 en VVD nog van elkaar onderscheidt.

PvdA en D66 hebben het grootste probleem met hun profiel in de paarse coalitie. De PvdA-fractie oogt als een verdeelde club, met leden die zich als 'sociaal-liberaal' afficheren versus leden die meer waarde hechten aan traditionele sociaal-democratische idealen als solidariteit en gemeenschapszin. D66 heeft, als anti-ideologische partij die haar twijfels openlijk etaleert, sowieso moeite met een herkenbaar gezicht.

VVD-leider Bolkestein profiteert volop van de geboden ruimte. Zonder dat hij veel weerwerk krijgt uit PvdA en D66, heeft hij de sociaal-democratie dood verklaard en het kabinet-Kok voor het liberalisme opgeëist. Niet voor niets zag PvdA-fractieleider Wallage zich genoopt de paarse coalitie vooralsnog tot gelegenheidscoalitie te bestempelen.

De lijst met namen van de deelnemers aan het Triasberaad heldert veel op. Naast Oudkerk, De Graaf en Van der Stoel nemen de PvdA'ers Rick van der Ploeg, Mariët van Zuijlen en Adri Duivesteijn, de D66'ers Roger van Boxtel, Boris Dittrich en Jan Hoekema, alsmede de VVD'ers Marijke Essers, Johan Remkes en Jan Rijpstra aan het beraad deel. Het zijn allemaal nieuwe Kamerleden. Belangrijker nog is dat zij allemaal, wellicht met uitzondering van de doorgewinterde PvdA'er Duivesteijn, een wat lossere band met de traditie van hun partijen hebben.

Dat geldt vooral voor de PvdA'ers Oudkerk, Van Zuijlen en Van der Ploeg. Partijvoorzitter Rottenberg heeft hen voor de kieslijst geselecteerd juist omdat zij in de Tweede Kamer niet zozeer de PvdA, maar veeleer zichzelf als achtereenvolgens Amsterdamse huisarts, carrièrevrouw in het bedrijfsleven en eigenzinnig econoom zouden vertegenwoordigen.

Niet alleen de voorkeur voor de paarse coalitie bindt de deelnemers aan het Triasberaad, ook hun afstandelijkheid van de traditionele ideologie van hun partijen. “De verminderde uitstraling van politieke ideologieën, de voortgeschreden individualisering en de breedgevoelde noodzaak tot ingrijpende hervormingen van de sociale structuur hebben niet alleen het paarse kabinet mogelijk gemaakt, maar ook het zelfbeeld en de identiteit van de partijen veranderd”, schrijven Oudkerk, De Graaf en Van der Stoel.

De saamhorigheid heeft een extra impuls gekregen met de gezamenlijke afkeer van de Haagse mores. De nieuwe Kamerleden kunnen maar niet wennen aan de politieke zeden aan het Binnenhof: “Als nieuwelingen onder de kaasstolp worden wij allemaal geconfronteerd met politieke wetmatigheden, gewoontewijsheden en rigide vormen, die de vraag oproepen of Kamerleden pionnen zijn in een zakschaakspelletje dat ver van de bewoonde wereld wordt gespeeld.” Hun zorg betreft de gevolgen die de rigiditeit heeft voor hun functioneren als volksvertegenwoordiger. “Andere functies van de volksvertegenwoordiger, zoals het zijn van intermediair tussen burgers en de macht, lijken bekneld te worden door de procedurele wereld waarin wij verzeild zijn geraakt.”

mailIcon print |