*

 
dossier

Archief

Missie en zending

JAN GREVEN − 11/01/97, 00:00

In het Soeterijn-theater van het Tropen Instituut in Amsterdam gaat het de eerste drie maanden van dit jaar achttien keer over 'Missie en Zending'. Donderdagavond was dat voor het eerst met een oud-zendingsman, een missioloog (missie-deskundige) en een humanist die uitlegden, wat zij onder zending en missie verstaan. Zij stemden daarin met elkaar overeen, dat zij geen van drieƫn uitgingen van een boodschap, die zij ginds weleens even zouden brengen.

Voor de gereformeerde ds. Wim Reinders waren het de mensen op Java, waar hij werkte, die bepaalden wat hem te doen stond. Hun eerste verzoek om een orgel had hij weliswaar afgewezen ('ze hebben zelf veel mooiere instrumenten om gemeentezang mee te begeleiden'), maar aan een volgend verzoek om een landbouwschool op te richten, had hij zijn handen vol gehad. Missioloog pater Rogier van Rossum had vastgesteld dat de armen in Braziliƫ het liefst naar een kerk gingen waar ze op eigen houtje een kaarsje konden branden. Ze gaven de voorkeur aan de anonimiteit van een religieuze supermarkt boven een parochie die van alles voor ze, en vooral met ze, wilde doen. Ook de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond Rob Tielman wilde anderen niks opleggen, zelfs niet een recht op zelfbeschikking. Alleen als mensen (vrouwen binnen de islam, homoseksuelen in een anti-homo cultuur) zelf voor hun zelfbeschikking opkwamen, konden ze op steun van humanistische zijde rekenen.

Alle drie waren ze volkomen overtuigd van de waarde van hun opvattingen en tegelijk voelde geen van de drie zich geroepen op eigen initiatief en zonder daartoe uitgenodigd te zijn aan verre stranden het evangeliewoord (of de humanistische boodschap) uit te roepen (om een oud opwekkingslied te citeren).

Ze hadden dan ook niets van het bevoogdende of de morele of culturele superioriteit, waarmee missie en zending nogal eens geassocieerd worden. Maar ze waren evenmin te betrappen op cultuurrelativisme. Daarvoor geloofden ze veel te hartelijk in hun eigen traditie. Ds. Reinders wees erop dat de term 'zielen winnen' afkomstig is van graaf von Zinzendorf, de stichter van de Evangelische Broedergemeentes. Zinzendorf wilde 'zielen winnen voor het Lam', en wat is er, aldus Reinders, op tegen om mensen te winnen voor de liefde van God? Van Rossum riep met evenveel sympathie als respect het ethische debat in herinnering, dat tussen 1513 en 1570 (soms onder leiding van Karel I; 'onze' Karel de Vijfde) in Spanje en Portugal gevoerd werd over de vraag of je de Indianenwereld van Midden- en Zuid-Amerika wel mocht veroveren en kerstenen. Een vraagstuk waar in de zestiende eeuw al flink mee geworsteld werd. Tielman, ten slotte, liet er geen misverstand over bestaan, dat hij zijn humanistische opvatting over menselijke zelfbeschikking superieur achtte aan alle vormen van godsdienstigheid, inclusief de christelijke.

Hier waren geen modieuze cultuurrelativisten aan het woord, maar mensen die stonden voor hun overtuiging en er tegelijk vast van overtuigd waren, dat je anderen daar niet ongevraagd mee voor de voeten moest lopen. Is dat logisch? Geldt niet bij missie en zending, dat de drang om te getuigen zo sterk moet zijn, dat het niets kan schelen of anderen daar wel of niet om gevraagd hebben?

Het was Van Rossum, die daar een antwoord op gaf door op te merken dat wij in deze tijd opnieuw beginnen te ontdekken, dat God de initiatiefnemer van alles is. Na Zijn initiatief zijn mensen aan de slag gegaan. Ieder volgens zijn eigen cultuur. De Indianen in Latijns Amerika, en wij in Europa. Onze manier van geloven is daardoor net zo goed het product van inculturatie (het opnemen van de christelijke boodschap in een heidense cultuur). Door die verschillende cultuurbepaalde vormgevingen heen ontwaar je soms een glimp van de Initiatiefnemer en kun je zo een verbondenheid ervaren, waarvoor niemand zijn eigen cultuur hoeft op te geven. Zo overwin je culturele superioriteit en kun je je (om Van Rossum te citeren) 'zo klein maken, dat je op voet van gelijkheid met elkaar kunt leven'. Het is een opvatting, die niet door de slechtsten wordt aangereikt. Ze komt uit 'het veld', van missionarissen en zendelingen. Als slotsom van een leven vol dienstbaarheid.

mailIcon print |