De auteur (1926) is psycholoog. Zij bracht drie jaren door in een Japans interneringskamp op Java.
Inmiddels is Japan een aanzienlijke partner van Nederland geworden op het gebied van handel, industrie en toerisme. Japan ligt vèr van ons grondgebied, sinds Indonesië zich ontworsteld heeft aan Nederlands koloniale macht. Als Europese natie hebben wij weinig van Japan te vrezen, menen wij.
Dat in Japan het antisemitisme bloeit, vinden wij natuurlijk verontrustend. Daarom was het verheugend in Trouw van 31 juli te lezen, dat in Fukuyama een Holocaust-museum is geopend waar de Japanse jeugd kan leren wat de joden in Europa in de jaren 1933 tot 1945 is aangedaan. Door dit museum te beheren doet ds. Makoto Otsuka een goed christelijk werk. Jonge mensen in Japan beginnen te ontdekken, dat zij niets weten over de rol van hun vaderland in de grote oorlog, die vijftig jaar geleden eindigde. Zij weten dat toen de atoombommen vielen. Zij herdenken de slachtoffers, hun volksgenoten en familieleden.
Gifgas Hier en daar klinken in Japan ook andere stemmen, veelal van ouderen die de Pacific-oorlog bewust hebben meegemaakt. Een recent krantebericht (Telegraaf, 29 juli) maakte melding van een ander museum, op het eilandje Okunosjima vlakbij Hiroshima: het gifgas-museum. Op die plek werd tussen 1931 en 1945 ruim zesduizend ton gifgas geproduceerd ten behoeve van de oorlog in de Pacific, die zou moeten leiden tot 'Groot-Azië' onder heerschappij van de goddelijke keizer Hirohito. Het gifgas, waaronder cyaanzuur en mosterdgas, is toegepast in de oorlog met China en heeft tienduizenden mensen gedood of voor het leven verminkt. Gebruik ervan in Zuid-Oost Azië is verhinderd door het abrupte einde van de oorlog op 15 augustus 1945.
Onlangs werd te Den Haag op de expositie 'Herdenking 15 augustus 1945' (12 tot 24 juni) een televisie-documentaire vertoond, die reeds in 1985 door de Vara was uitgezonden, maar weinig bekendheid gekregen had. Deze onthulde de geschiedenis van Unit 731, een biochemisch bedrijf in Mantsjoerije, waar van 1936 tot 1943 bacterieën gekweekt zijn die dodelijke ziekten verwekken, zoals dysenterie, typhus, pest en tetanus. In Unit 731 werkten honderden Japanse geleerden. De proefnemingen werden uitgevoerd op mensen, Chinese en Filippijnse krijgsgevangenen en 'delinquenten' uit Mantsjoerije. Duizenden 'proefpersonen' stierven een vreselijke dood aan één van de besmettelijke ziekten, nauwkeurig geobserveerd door de Japanse wetenschappers. Voordat Mantsjoerije in 1944 veroverd werd door de Russen, zijn het laboratorium met de ziekenbarakken en de bewoners ervan zorgvuldig vernietigd, evenals de daar aanwezige wetenschappelijke documenten.
Na de capitulatie van Japan en de 'ontmanteling' van de Japanse oorlogsindustrie heeft generaal MacArthur de Japanse know how op het gebied van chemische en bacteriologische oorlogvoering gekocht van de Japanse regering. De prijs die hij namens de USA betaalde was: vrijstelling van rechtsvervolging wegens oorlogsmisdaden voor alle Japanse wetenschappers. De zaak bleef top secret, totdat de Japanner Matzomura informatie doorgaf aan de BBC, die de genoemde documentaire vervaardigde.
Op de laatste dag van de expositie te Den Haag was er een groep jonge Japanners. Zij hebben met open monden naar de videofilm gekeken. Zij wisten van niets.
Op 15 augustus zullen deze en andere gruwelijke feiten misschien niet genoemd worden. Is dat om de nu bevriende natie Japan niet te kwetsen? Mij is meer dan eens gezegd, dat ik mij niet zo afwijzend tegenover Japan moet opstellen, dat een verzoenende houding nu toch beter passend zou zijn. Goed, ik wàs van 1942 tot 1945 onder de tienduizenden Nederlanderse burgers die de Japanse 'bescherming' ternauwernood overleefden. Maar dat is toch lang geleden . . .
De Japanse jeugd weet niets van de oorlogsindustrie die tijdens de Pacific-oorlog is opgebouwd. Het cyaangas in de metro van Tokio was een volkomen verrassing. In Japan gaan stemmen op die ervoor pleiten het 'verborgen verleden' uit de doeken te doen.
Is verzoening mogelijk zolang de misdaden verzwegen blijven? Het is een uiterst actuele vraag. De recente discussie rond de Nederlandse 'politionele acties' in Indonesië, bijna vijftig jaar geleden, maakt duidelijk dat die periode nog steeds niet is verwerkt. De herdenking vijftig jaar na 'augustus 1945' lijkt op te gaan in exclamaties van schuld en schaamte over Nederlands koloniale verleden. Daardoor wordt verzuimd te gedenken, dat er vijftig jaar geleden een einde kwam aan onmenselijke gruwelijkheden in een door Japan ontketende imperialistische oorlog. Daardoor wordt vergeten, dat miljoenen jonge Aziaten als dwangarbeiders zijn omgekomen, dat duizenden vrouwen op barbaarse wijze tot prostitutie zijn gedwongen. De capitulatie van Japan heeft de overlevenden in Azië gespaard voor onvoorstelbaar lijden, dat gepaard gegaan zou zijn met een chemische, bacteriologische en atomaire oorlogvoering.
Hoe pijnlijk het moge zijn, laten wij op 15 augustus ook de misdaden noemen die zijn begaan omwille van het Groot-Azië-ideaal van Japan. Met daarover zwijgen bewijzen wij het Japanse volk geen goede dienst. Ds. Otsuka, die het Japanse volk wil leren wat de Europese 'holocaust' inhield, om het antisemitisme in zijn land te stuiten, zei terecht dat de Japanners ook hun eigen geschiedenis moeten bestuderen om daaruit lessen te trekken.
Openlijk spreken over de verschrikkelijke dingen die in het verleden gebeurd zijn kàn het begin worden van een weg die leidt tot verzoening en vrede.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.