*

 
dossier

Archief

DOOI

KOOS SCHWARTZ − 08/02/96, 00:00

Die Elfstedentocht, gek word ik ervan. Dooien moet het. En snel. Waarom? Nou kijk. Met het produkt Elfstedentocht heb ik weinig moeite. Het is een hype, de uitstraling is geweldig, het imago positief en de media-exposure fantastisch. Stel je voor: een Bonkevaart vol reclameborden. Of een Elfstedenwinnaar die gehuld in Sanex-kledij de finish passeert en netjes voor de camera's zijn teamgenoten en zijn sponsor bedankt. Daar krijg je het als communicatie-adviseur zelfs bij min tien nog warm van.

Alleen die schaatsers, die zijn vreselijk. Neem die Van Benthem, die elf jaar geleden won. Aardige man hoor. Maar wat moet je ermee? Hij was nog niet over de finish in '85 of hij riep in de camera's dat hij geen miljonair hoefde te worden. Clever, Evert, clever, dacht ik aanvankelijk. Laag profiel, dikke pieken, daar houden Hollanders van. Maar het gekke van Evert was: hij meende het. Hij won nog een Tocht, maakt tegenwoordig Benthemmer kaas, maar woont nog steeds in datzelfde gat in Overijssel. Hij is zelfs blijven schaatsen. Terwijl hij toch de enige is die de Tocht alleen maar kan verliezen.

Nog erger dan Van Benthem is die andere kandidaat-winnaar van de Tocht, die Erik Hulzebosch. Een kraandrijver. Uit Gramsbergen of all places. Is Van Benthem nog wat verlegen, die Hulzebosch slingert zijn verhaal zonder gêne, patsboem de huiskamer in. Die man bestaat het om na een tocht van 100 kilometer in dialect vragen te beantwoorden. Zelfs op vragen als 'hoe voel je je' en 'hoe ging het' en 'was het zwaar', weet-ie een antwoord van vele minuten te geven waarbij je geboeid zit te kijken. Laatst zei iemand tegen me: “Sinds ik die Hulzebosch op tv zie, kan ik me opeens weer indenken waarom ze bij de tv ooit op het idee kwamen om winnaars van sportwedstrijden vragen te stellen. Die Hulzebosch is zo volledig zichzelf en geeft zulke mooie wedstrijdverslagen, dat ik er gewoon aan moest wennen.”

Kijk, dat bedoel ik nou. Wat moet ik met een spontane Hulzebosch die zichzelf is? Die gewoon zegt wat-ie vindt. Niks toch. Nee, geef mij Ajax maar. Die club huurt mij tenminste in om 19-jarige spitsspelers te leren dat ze geen dingen moeten zeggen die alle 19-jarigen nu eenmaal zeggen. Heel verstandig is dat van Ajax. Met zo'n club, daar kan ik wat mee. Niks spontaniteit, in het gareel allemaal, leve het miljoen en weg met het ijs.

mailIcon print |