De winter van 1996-1997 heeft de boot gemist. Na de indrukwekkende koudegolf van Kerst tot voorbij Driekoningen bleef het vervolg uit. Mocht Thialf het plan hebben om zich tussen half februari en half maart wederom te gaan uitsloven, dan zal dat hoogstwaarschijnlijk onvoldoende zijn om de winter alsnog tot de hoogste regionen te laten doordringen.
Toch kan deze winter voor velen niet meer stuk omdat, amper twee weken nadat het eerste ijs sloot en plas bedekte, er al een Elfstedentocht kon worden verreden. De snelle ijsvorming werd veroorzaakt, doordat oostelijke winden gaandeweg steeds koudere lucht aanvoerden. Bovendien viel er, met uitzondering van de Limburgse heuvels, geen sneeuw.
Het hoogtepunt van de koudegolf voltrok zich tijdens en kort na de jaarwisseling. Nog nooit eerder deze eeuw was de gemiddelde etmaaltemperatuur in De Bilt op 1 en 2 januari zo laag geweest. Op de vliegbasis Twenthe werd op 2 januari de laagste minimumtemperatuur van deze winter in Nederland gemeten: -20,3'. Typerend voor situaties met transportkou is, dat het doorgaans mildere Zeeland zich niet hoeft te schamen voor de rest van het land. Op basis van het 'koudegetal', dat is samengesteld uit een eenvoudige optelsom van alle etmaalgemiddelden onder nul, behoort deze winter op het KNMI-meetpunt Vlissingen tot de tien koudste winters van de 20e eeuw. Landelijk was de periode 21 december-10 januari, die we gemakshalve het best als de Kerst-Driekoningen-periode kunnen beschouwen, de koudste van de eeuw.
Koploper 1962-1963 werd met één graad verslagen. De Bilt kwam namelijk uit op gemiddeld -5,8' tegen -4,8 in 1963. Verder viel de bestendigheid van de koudegolf op. Twenthe rapporteerde 22 ijsdagen op rij. Voor zover kon worden nagegaan, had alleen de zeer strenge winter van 1947 een langere reeks aaneengesloten ijsdagen (Kornwerderzand 39, Eelde 34).
Doordat koude of strenge winters veelal door geblokkeerde drukverdelingen tot stand komen, valt er weinig neerslag. Wat er valt, komt doorgaans in vaste vorm, als sneeuw, naar beneden. Opvallend is echter dat de meeste vorstfases van zowel de strenge winter van vorig jaar als de recente koudegolf bijzonder neerslagarm verliepen. Januari was in beide winters recorddroog.
Voorlopig lijkt deze ontwikkeling niet meer dan een samenloop van omstandigheden, waar geen afdoende verklaring voor kan worden gegeven. Wellicht moeten we ook niet pogen alles te willen verklaren, of overal conclusies aan te verbinden.
Sommigen beweerden enkele jaren geleden, dat de grote rivieren nooit meer zouden dichtvriezen, en dat Elfstedentochten eveneens tot het verleden zouden behoren. De winter van 1997 heeft die visie gelogenstraft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.