Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Het belabberde financiële beheer op de Nederlandse Antillen en Aruba kan op de leiden tot grimmige sociale toestanden. Daarom zijn drastische en pijnlijke ingrepen dringend nodig.
Tot die conclusie komt de Commissie-Van Lennep, die op aandringen van de Nederlandse, Antilliaanse en Arubaanse regering het beleid van de zes eilanden heeft doorgelicht. Daarbij stuitte de commissie onder leiding van minister van staat, jhr. mr. E. van Lennep, op een gezamenlijke staatsschuld voor Curaçao, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba van rond de 3,5 miljard Nederlands-Antilliaanse gulden. De schuld van de Arubaanse overheid bedraat bijna 1,3 miljard Arubaanse gulden.
Het rapport 'Schuld of Toekomst', werd gisteren op hetzelfde moment op de Antillen en in Nederland vrijgegeven. De commissie stelt vast dat de schuld van de Nederlandse Antillen absurd is opgelopen en op het gemeten punt halverwege vorig jaar bijna tachtig procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) bedroeg. De schuld van de Aruba was toen veertig procent van het bbp.
De commissie constateert een ernstig tekortschietende administratie van de overheidsfinanciën, die nauwelijks te controleren is. De schulden bestaan voor een groot deel uit onbetaalde rekeningen. Afdrachten aan het pensioenfonds voor de ambtenaren en aan de Sociale Verzekerings Bank zijn wegens geldgebrek maar achterwege gebleven.
De slechte situatie van de overheidsfinanciën kan volgens het rapport “de sociale omstandigheden op de Nederlandse Antillen een grimmig gezicht geven, met blijvend hoge werkloosheid, vooral onder de jongeren, onvoldoende scholing, toenemende criminaliteit en een algemene daling van het voorzieningenniveau”.
In het rapport wordt ook wel wat begrip opgebracht voor de gegroeide financiële problemen. In de zeventiger jaren en ook nog in het begin van de jaren tachtig floreerde de economie. De olieraffinaderijen maakten dikke winst, de overslag en de scheepsreparatie draaiden goed, het toerisme nam toe en het bankwezen had de eilanden gevonden om zaken te doen. Door onder meer de economische malaise in de wereld, maar vooral die de Verenigde Staten stagneerde het toerisme. Een regelrechte ramp was de sluiting van de twee grote raffinaderijen. Met kunst en vliegwerk probeerde de Antilliaanse overheid de plotselinge massale werkloosheid op te vangen door investeringen te plegen in hotels en meer ambtenaren aan te stellen. Maar dat heeft de eilanden in een penibele positie gebracht, stelt de commissie vast.
De commissie beveelt onder meer aan onderzoek te doen naar de kerntaken van de overheid, zodat het aantal ambtenaren kan worden verminderd. Hoge ambtenaren zouden beter moeten worden betaald, de salarissen van het lagere personeel worden bevroren. Er is volgens de commissie in het verleden te veel genivelleerd. De huidige ontslagwetten moeten worden heroverwogen.
Verder pleit Van Lennep voor hogere belastinginkomsten door de invoering van een omzetbelasting. De vele belastingvrijstellingen dienen te worden verminderd, aldus de commissie. Zo zou bekeken moeten worden of de Holiday-tax voor de toeristische indrustrie echt wel nodig is om te concurreren met de omliggende eilanden. Hetzelfde geldt voor Sint Maarten dat geen invoerrechten heft.
Er dient een krachtig centraal bestuur te komen dat de belasting int. Via een verdeling kunnen de individuele eilanden extra steun voor projecten krijgen en hoeven niet meer, aan te kloppen bij het Solidariteitsfonds.
De Antillen en Aruba zouden er goed aan doen binnen drie jaar een redelijk evenwicht op de begroting te hebben tussen inkomsten en uitgaven. Dat is van levensbelang, meent de commissie, omdat ondanks de luxe uitstraling op delen van de eilanden, de sociale toestand voor grote groepen ernstig is. Er is door geldgebrek ontoelaatbaar gekort op het onderwijs, verzorging van de wijken en de opvang van jongeren. Daardoor blijft de jeugdcriminaliteit stijgen. Zorgelijk vindt de commissie dat de kosten van de gezondheidszorg en de sociale zekerheid nog altijd de pan uit rijzen, maar de opvang van ouderen al maar verslechtert. De commissie vindt dat er met Nederlands ontwikkelingsgeld een programma moet komen 'ter leniging van de mest urgente noden'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.