*

 
dossier

Archief

CANTHARELLEN

Door: redactie − 29/01/97, 00:00

Biologen zijn erin geslaagd om gewoon in de broeikas een paar cantharellen te kweken.

Dat is opmerkelijk want deze lekkernij liet zich tot nu toe alleen maar plukken in de natuur. De eer gaat naar de Zweedse bioloog Eric Danell en zijn Amerikaanse collega Francisco Camacho. Zij beschrijven in het wetenschappelijke vakblad Nature (23/1) hoe rond jonge dennenboompjes, die in maart '95 met zwamvlokken van de cantharel waren 'ingeënt', een jaar later de eerste vruchtlichamen werden gevormd.

Er is bij lange na nog geen doos cantharellen van te oogsten, laat dat duidelijk zijn. Maar deze moeilijke zwam leeft in zo'n ingewikkelde symbiose met ondermeer eiken, berken, beuken en grove dennen, dat een geslaagde kweek onder laboratoriumomstandigheden heel bijzonder is.

In feite maakt de schimmel veruit het grootste gedeelte van zijn levenscylcus deel uit van het ondergrondse ecosysteem, waar hij met zijn mycelium, een weefsel van zwamvlokken en -draden, de worteluiteinden van de bevriende bomen omwikkelt. Onder welke omstandigheden er dan ook nog eens een paddestoel van komt is nauwelijks bekend.

Probeer ze dan maar eens zelf te laten groeien. In de laatste honderd jaar werd soms een incidenteel succesje geboekt, maar dit soort zwammen lijken zich vandaag anders te gedragen dan gisteren. Het succes bleek louter toeval en in elk geval nooit te herhalen.

Om te beginnen is het al moeilijk om zuivere zwamvlokken uit de paddestoel te isoleren. Vaak is het vruchtlichaam besmet met bacteriën, in het bijzonder de algemeen voorkomende en ziekteverwekkende pseudomonas. Danell en Camacho gebruikten zwamvlokken die ze zeven jaar geleden al uit een Zweedse cantharel hadden gehaald en brachten die over op zaailingen van de den. Een paar maanden later bleek zich om de wortels van de zestien maanden oude dennen inderdaad schimmelweefsel te vormen. En in april vorig jaar was de eerste cantharel daar, een zwammetje van 3,5 cm met een goede reuk en normaal vlees, terwijl de sporenvorming er ook goed uit zag.

Kweken maar, zou je zeggen, maar het is zeer de vraag of de draadvorming ondergronds in de kas ook stabiel blijkt. Aanvankelijk is wel aangenomen dat de schimmel het vooral van oudere dennen moest hebben, van meer dan 25 jaar, maar jonge boompjes voldoen kennelijk ook. Het ondergrondse ecosysteem verbergt vermoedelijk nog veel geheimen, waaronder mogelijk de invloed van micro-organismen. En er zou, naast de schimmel en de boom, nog wel eens een belanrijke derde partij bij het hele proces betrokken kunnen zijn.

Zelf erkennen Danell en Camacho dat ze geen zicht hebben op de omstandigheden die de vorming van het vruchtlichaam in gang hebben gezet. Maar met de kweek van de eerste kascantharellen openen zich nu wel wegen om er 'bovenop te staan' bij de draadvorming en het moment dat de paddestoel eraan zit te komen, of bij voorbeeld als de ondergrondse samenwerking dreigt te mislukken.

In elk geval lonkt het perspectief van een rendabele kweek op termijn, van de cantharel of van bedreigde soorten die op deze manier gered kunnen worden. Gezien de teruglopende oogst van cantharellen in Midden-Europa en de Verenigde Staten, een terugloop waar we zelf weer eens de hand in hebben, zou het wetenschappelijk doorgronden van de zwammengroei zeer welkom zijn.

Daarbij jeuken de vingers van de kweker al. We eten nu zo'n tweehonderd ton per jaar, voor bijna drie miljard gulden. En nu we toch aan het ontdekken zijn: de truffel, die fel begeerde, peperdure zakjeszwam, lusten we ook wel uit de kas.

mailIcon print |