Van onze parlementsredactie NIJMEGEN - “Kijk, dit is het kabinet-Den Uyl in volle actie”, zegt Frits Bolkestein, onderwijl de zaal een foto tonend waarop zowel Den Uyl als zijn vice-premier Van Agt en de ministers Boersma en Lubbers, gezeten achter de regeringstafel, onderuit gezakt en met wijdopengesperde mond gapen.
Met deze kwinkslag over het 'bedroevend' presterende kabinet-Den Uyl (1973 - '77) opende de VVD-leider de discussie met Ed van Thijn, destijd PvdA-fractievoorzitter, op de bijeenkomst 'De illusies van Den Uyl' die de Nijmeegse universiteit gisteren organiseerde. Het heersende linkse opinieklimaat dat Den Uyl gunstig gezind was, motiveerde Bolkestein destijds tot de overstap van het bedrijfsleven naar de politiek. Hij zette dat motief gisteren nader uiteen: “Ik schrok na een langdurig verblijf in het buitenland van de ideĆ«en die in Nederland overheersend waren. Groot geworden in de sobere jaren '50, maakte ik mee dat Nederland zich in de jaren '70 in het paradijs van de onbegrensde voorspoed waande.” Die stemming veroorzaakte volgens Bolkestein een gemakzuchtige houding, wat doorwerkte in het onderwijs. “In de ontspannen samenleving van Den Uyl mocht het onderwijs niet te veeleisend zijn, opdat niemand het gevoel zou krijgen niet mee te kunnen. Prestaties waren taboe en in de stormloop voor het gelijkheidsstreven heette wat vroeger op school brutaal was, nu opeens gedemocratiseerde medezeggenschap.” Hier tegenover stelde Bolkestein zijn ideaal: “Wij moeten toe naar een samenleving die stimuleert op de tenen te lopen.”
Bolkestein meent dat Den Uyl een 'verwoestend effect' op het ondernemingsklimaat bewerkstelligde met zijn roemruchte 'Nijmeegse rede.' Daarin zei de premier dat de bedrijfsinvesteringen voortaan 'democratisch getoetste gemeenschapsbeslissingen dienden' te zijn in plaats van vrije-marktbesluiten. Negen ondernemers laakten daarna in een open brief aan alle kranten het beleid van het kabinet, een actie die nog steeds uniek is in de Nederlandse politieke geschiedenis.
De oliecrisis van 1973 is volgens Bolkestein een te gemakkelijke verklaring voor de economische frustraties van het kabinet. Zo schrijft hij de explosie van de werkloosheid begin jaren '80 toe aan het besluit van het kabinet-Den Uyl om de uitkeringen tot het niveau van het minimumloon te verhogen: “Elke prikkel werk te zoeken werd weggenomen.” Met een stilzwijgende verwijzing naar Kok zei hij: “De beste premier is hij die zijn ideologische veren afschudt. Het is de taak van de minister-president consensus te bereiken en niet achter de heetgebakerde jongetjes en meisjes van zijn partij aan te lopen.”
Van Thijn erkende dat Den Uyl 'niet de bewuste vriendjes' van de ondernemers wilde zijn, maar hij noemde Den Uyl als premier 'een weergaloos stuurman.' Dat bewees hij bij het Lockheed-schandaal rond prins Bernhard en zijn optreden in de Molukse gijzelingszaak. Van Thijn meent dat we in deze tijd een synthese meemaken van het liberale geloof in de vrije markt met het maakbaarheidsideaal, dat ten tijde van Den Uyl hoogtij vierde. “Ook de Wereldbank komt nu tot de conclusie dat deze aardbol het niet zonder sturende overheid kan stellen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.