*

 
dossier

Archief

Groningse gezagsdragers krijgen de volle laag

Door: redactie − 06/01/98, 00:00

Van onze correspondente GRONINGEN - De rellen in de Groningse Oosterparkwijk, in de nacht van 30 op 31 december, waren 'naar hun aard en omvang' niet te voorzien.

Dat de beschikbare eenheden van de avonddienst (dertien personen plus een hond) niet durfden op te treden tegen de zestig jongeren die bomen hadden omgezaagd en probeerden huizen binnen te dringen, is 'te rechtvaardigen'. Maar dat na elf uur, toen ook de mensen van de nachtploeg op het bureau waren gearriveerd, nog steeds niets werd ondernomen, was 'onterecht'. Oorzaak: de verkeerde mensen hielden zich bezig met de besluitvorming. Tijdens een ingelaste vergadering van de raadscommissie voor veiligheidsbeleid gisteravond, kwam de chef van het Groningse regiokorps J. Veenstra uitleggen wat er mis is gegaan bij de politie. Met een huilende Sjon Lammerts op de volle publieke tribune, het SP-statenlid dat die nacht in zijn belaagde woning uren op de politie wachtte. En met burgemeester Ouwerkerk naast zich, die erbij bleef dat de handelwijze van de politie onverdedigbaar is geweest en die 'gigantisch' met zijn positie van eindverantwoordelijke voor de openbare orde in zijn maag zit.

De korpschef, die pas de volgende ochtend via de kabelkrant vernam wat zich had afgespeeld in de wijk, spaart de burgemeester niet. Het heeft hem 'bevreemd' dat Ouwerkerk die nacht, nadat hij tegen tien voor twaalf om toestemming was gevraagd voor inzet van de mobiele eenheid, niet voorstelde een driehoeksoverleg te voeren met politie en justitie. Ouwerkerk verklaarde eerder al slechts 'summier' te zijn ingelicht.

Kritiek uit Veenstra ook op de chef van het district Groningen/Haren. Die kwam, toen hij om half twaalf telefonisch om advies werd gevraagd over ME-inzet, niet zelf naar het hoofdbureau om 'daadwerkelijk zijn verantwoordelijkheid te nemen'. Vreemd was het verder, aldus Veenstra, dat niet deze districtschef maar de officier van dienst de burgemeester belde. Hij concludeert 'dat de oordeels-en besluitvorming onderhevig zijn geweest aan de inbreng van te veel medewerkers'. Daardoor heeft een 'te onvolledige afweging van alle relevante belangen plaatsgevonden' en ging veel tijd verloren (pas om tien voor half drie arriveerde de ME, die uit alle hoeken van de provincie moest komen, in de wijk).

Hoewel de korpschef niet twijfelt aan de integriteit en deskundigheid van de op het bureau aanwezige functionarissen, had men 'creatiever kunnen zijn in de aanpak', door in afwachting van de ME bijvoorbeeld honden en paarden in te zetten. Zelf had hij daarin graag willen 'meedenken'. Gebruik van vuurwapens was volgens hem overigens niet mogelijk geweest omdat er geen levens op het spel zouden hebben gestaan.

Veenstra dringt aan op een nadere evaluatie van de gebeurtenissen, waarbij hij onder meer de vraag beantwoord wil zien welke factoren bij een risico-afweging een rol moeten spelen. Maatregelen die hij zou willen treffen zijn herinvoering van de buurtagent, bevoorrading van het hoofdbureau met helmen, schilden en speciale kleding, het uitrusten van alle surveillance-eenheden met een lange wapenstok en de verstrekking van semafoons aan de ME.

Leden van de raadscommissie spraken hun verbazing uit over het feit dat 'kennelijk' zo veel zaken niet op orde zijn. De beantwoording van hun vragen werd grotendeels doorgeschoven naar 21 januari. Dan zal de commissie een eindoordeel geven over het politieoptreden en de positie van de hoofdrolspelers. Voor die datum vindt een hoorzitting plaats voor bewoners van Oosterparkwijk.

mailIcon print |