Theo Wijnen speelt schitterend piano. Isaac Stern, Arthur Rubinstein, Herbert von Karajan, maar ook Paul McCartney, Barbra Streisand, Roger Moore en Michael Gorbatsjov hebben dat tegen hem gezegd. Toch hebben de coryfeeën, voordat ze met hun complimenten kwamen, meestal door zijn hele spel heen zitten praten. Dat is het 'gelukkige lot' van de huispianist, vindt Theo Wijnen.
Na bijna veertig jaar pianospelen op de achtergrond in het prestigieuze Amstel Hotel, vertrekt hij vandaag op 65-jarige leeftijd naar zijn trouwe klavier thuis. Op zijn Bechstein van 103 jaar oud gaat hij spelen wat hij zelf mooi vindt.
Natuurlijk droomde ook Theo Wijnen, toen hij als vijftienjarige op het conservatorium werd aangenomen, van een carrière als concertpianist. “Maar dat halen er maar zo weinig,” zegt hij zonder een spoor van spijt. “Daarom ging ik spelen in het Apollo Paviljoen en na zeven jaar, in 1958, in het Amstel Hotel. Het was de tijd van de levende muziek in de tearooms, de restaurants en hotels. Ik voelde me er eigenlijk wel happy bij. Ooit is me gevraagd naar Amerika te komen. Maar dan had ik nooit al die interessante mensen ontmoet.”
Theo Wijnen speelde voor beroemdheden. Wekenlang voor de - toen nog jonge - Rolling Stones, die niet uit het Amstel weg te branden waren. Zelfs Wijnen werd aangestoken. “Als huispianist moet je niets opdringen. Daarom speel je uit principe niet uit jezelf iets van de artiest die in het hotel is. Maar bij de Stones heb ik een uitzondering gemaakt. Ik vlocht, heel subtiel, een stukje Lady Jane door een ander lied. Ze vonden het prachtig.”
De tanige Zandvoorter kan spelen wat hij wil. Als hij muziek hoort, worden de noten uitgeschreven en kan hij het stuk spelen. Maar hij heeft wel zijn voorkeuren. Als de gasten van het Amstel Hotel vragen om een carnavalsnummer, wat zelfs daar wel eens gebeurt, weigert Wijnen beleefd. “Dat past niet bij het hotel en dus ook niet bij mij. Of als ze vragen of ik wel noten kan lezen. Dan zeg ik ook botweg: nee. Met 22 jaar was ik afgestudeerd concertpianist.”
Theo Wijnen houdt van stijl. Hoewel hij tijdens het verblijf van de Beatles in het hotel heeft genoten van de hysterische taferelen voor de imposante draaideur, beleeft hij meer plezier aan een rustig dinerende Barbra Streisand. “Overheersen is een verkeerde instelling, zeker voor een huispianist”, zegt hij ernstig. “Je moet de mensen niet lastig vallen. Maar je kunt ze wél raken. Dat het zacht blijft hangen. Er komen mensen terug die 25 jaar geleden hun huwelijksnacht doorbrachten in het hotel. Ze zeggen: 'Oh, bent u er nog. We weten nog precies welke muziek u speelde.' Maar destijds hebben ze waarschijnlijk niet eens bewust geluisterd.”
Alles gaat om de juiste dosering. Een huispianist mag niet uit zijn op sentiment. Maar er een béétje op in spelen, is weer een gave. Theo Wijnen mocht van het Amstel Hotel een tijdje in een hotel in Noorwegen spelen. “Een groep Israëliërs was er gestrand door de vijfdaagse oorlog. Ze vroegen of ik Jerusalem wilde spelen. Iemand neuriede het voor. Dat was indrukwekkend. Af en toe kun je ook grappig inspelen op de actualiteit. Prins Bernhard kreeg in het hotel als voorzitter van het Wereldnatuurfonds een grote houten olifant aangeboden. Speelde ik The Elephant Song van Kamal. Of toen de eerste mens op de maan stapte, zette ik Fly me to the moon in.”
De huispianist haast zich te zeggen dat hij muzikaal beslist niet in het verleden leeft. Gershwin, Chopin en Bach blijven bovenmatig populair. Maar: “Marco Borsato? Die ook. Al speel ik dat meer voor de meisjes van het hotel.”
Elke dag ziet de portier hem om zes uur 's avonds binnenkomen. Dan schuift Theo Wijnen achter zijn piano, en speelt bijna onafgebroken tot twaalf uur 's nachts. “Soms nog wat langer. Tussendoor pauzeer ik nauwelijks. Bij de gasten aan tafel gaan zitten doe ik niet, het aangeboden drankje drink ik aan de piano. Er moet afstand blijven. Van meezingen hou ik ook niet. Dat gebeurt hier gelukkig nooit.”
Duizenden hits heeft hij gespeeld. Tegenwoordig gaat het hem een beetje te snel. “Waar ik moeite mee heb zijn die populaire liedjes van Walt Disney. Pocahontas, Sneeuwwitje, The Lion King. Het is de moderne tijd, alles is zo weer weg. Wat me ook ergert is het klagen over werk. Dat ze niet op van die rare tijden willen komen. De eerste jaren gaf ik overdag les en 's avonds was ik in het hotel. Zes dagen in de week en regelmatig een brunch op zondag.”
Theo Wijnen is trots dat hij het zoveel jaar heeft volgehouden. Nooit last van zijn handen, wel protesteerde zijn rug. Steeds weer ging hij door, altijd opgewekt op zoek naar een verrassing voor zijn publiek. Elk jaar nam hij het Songfestival op, om de dag erna al het winnende liedje te kunnen spelen in het hotel. Zelf kijken naar de uitzending was natuurlijk uitgesloten: “Want dan werkte ik.”
Begin jaren negentig ging het Amstel Hotel dicht voor een grondige verbouwing. Theo Wijnen verhuisde naar het deftige Haagse Des Indes. “Een heel andere sfeer. Misschien minder artistiek, maar wel chic, een beetje oude glorie. Nu is het Amstel er weer. Alleen vraag ik me af of er een nieuwe huispianist komt. Eigenlijk ben ik al maanden weg, maar er zit nog niemand achter de toetsen. Er schijnen er wel een paar op proef te zijn geweest.” Maar hij is te discreet om daar verder over te mopperen.
De huispianist zal nog af en toe in het hotel nog een recital op de zondagochtend geven. En wie weet gaat na zijn pensionering zijn vurige wens in vervulling, het maken van een cd. “Een schijfje met heel veel variëteit. Michel Legrand, wat Spaans, denk ik, Chopin. De meeste cd's vind ik saai, dat is maar één stijl. Dat gaat toch vervelen op de lange duur?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.