Van leider van de Maagdenhuisbezetting, via autocoureur, fotomodel en ondernemer, naar directeur van de NV Werk. Grillig mag je de carrière van Paul Verheij wel noemen. Een populair ochtendblad bedacht ooit een andere kwalificatie. 'Van revolutionair tot playboy' luidde in 1971 de kop boven een pagina-groot verhaal over Verheij.
Foto's toonden hoe de politie hem, voorzitter van de studentenvereniging ASVA, in 1969 het Amsterdamse Maagdenhuis uitsleepte, en de huldiging, twee jaar later, na het winnen van zijn eerste autorace. “Dat was een voorbeeld van hoe ons gedachtengoed bestreden werd: op het uiterlijke, nooit op inhoudelijke argumenten”, zegt de nu 48-jarige Verheij.
Dat gedachtengoed behelsde in die jaren zestig een rechtvaardiger maatschappij, met meer kansen voor iedereen. Herstructurering van het universitair onderwijs was een van de speerpunten, uitmondend in de bezetting van het Maagdenhuis. Paul Verheij was, met Ton Regtien, een van de leiders van die bezetting.
Niet voor niets komt hij uit een communistisch nest, zijn vader was jarenlang voor de CPN wethouder in het Amsterdamse college, de ouders van zijn moeder waren voor de oorlog al lid van de CPH, voorloper van de CPN. Dat prominente CPN-ers werden afgeluisterd, wisten ze, zegt Verheij. “Toen ik nog thuis woonde, maakte ik wel eens zogenaamd afspraken voor een demonstratie en dan gingen we kijken hoeveel politie op de afgesproken plek stond, maar de onthullingen die nu over de BVD worden gedaan, dat zijn dingen die je in romans leest...”
Van zijn opvoeding heeft hij vooral maatschappelijke betrokkenheid overgehouden en die is hij, zegt Verheij, nooit kwijt geraakt. Ondanks een loopbaan die - oppervlakkig bezien - het tegendeel zou vermoeden: coureur en fotomodel, directielid van een fabriek en zelfstandig ondernemer. Hij is dan ook enthousiast over zijn nieuwe functie, “omdat die ligt op het snijvlak van ondernemerschap en een maatschappelijk doel”.
Verheij is net begonnen als directeur van de NV Werk, opgericht door de gemeente Amsterdam, met als doel vóór 1 januari 1999 10 000 langdurig werklozen aan een (vaste) baan te helpen. Met dat ondernemerschap heeft Verheij veel ervaring. Hij wilde eigenlijk rechter worden, maar moest die ambitite opgeven nadat hij veroordeeld was wegens zijn aandeel in de Maagdenhuisbezetting. “En om nou als advocaat honderden echtscheidingen te moeten doen om van te eten... Dus besloot ik, vlak voor het eind, met de rechtenstudie te stoppen met het idee dat ik het later, als ik financieel onafhankelijk zou zijn, weer op zou pakken om dan de sociale advocatuur in te gaan.”
“Bovendien vond ik het na tien jaar actie voeren- van m'n 13e tot m'n 23e - leuk wat dingen voor mezelf te doen.” Dat werd een cursus autoracen op het circuit van Zandvoort “met een geleende auto. Dat vond ik zo ontzettend leuk, dat ik ben gaan kijken of ik echt races kon rijden.” Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkte hij daarnaast af en toe als fotomodel en deed hij organisatorisch en public relations-werk voor bedrijven.
Zo kwam hij op de commerciële afdeling van een verpakkingsmachine-fabriek terecht. “Niet dat ik enige technische opleiding had, maar met gezond verstand kom je ver.” Hij werd al snel lid van de directie en, tot zijn eigen verbazing, verantwoordelijk voor de wereldwijde verkoop. Na een functie bij een zelfde soort fabriek vond hij het tijd voor iets anders. “Ik dacht: ik kan wel een grote bek hebbben, maar ga het nu zelf maar doen. Ik wist alleen niet hoe. Het was 1976 en mijn zuster was net een koeriersbedrijf begonnen, ter vervanging van 'loopjongens' van bedrijven. Dat liep betrekkelijk moeizaam en ik heb toen een marketing-concept gemaakt voor 'spoedkoeriers'. Dat kwam ineens in een stroomversnelling en toen mijn zuster het allemaal te veel vond, zat ik opeens middenin het sneltransport.”
“We breidden dat uit tot een landelijk concept en daarnaast was ik, om mijn idealen kwijt te kunnen, op bestuurlijk vlak bezig.” Dat vond plaats in het beroepsgoederenvervoer. Hij zat in de de sociale adviesraad van wat nu Transport en Logistiek Nederland is. Daarnaast was hij mede-oprichter van de vereniging Stadsvriendelijk Transport, een bundeling van fietskoeriersdiensten.
De klap voor het koeriersbedrijf kwam toen de PTT, zoals Verheij het uitdrukt, “met veel geweld de markt met een eigen bedrijf betrad teneinde de concurrentie effectief uit te schakelen. Ik heb tot het laatst, onder meer via een fusie, geprobeerd een blijvend alternatief voor het PTT-geweld te behouden, maar uiteindelijk zijn wij, als laatste koeriersbedrijf, vorig jaar door de PTT ingelijfd.”
Net op het moment dat hij bedacht had een baan te ambiëren waar hij zijn 'tanden op kon stuk bijten' zag hij de advertentie voor het directeurschap van de NV Werk. “Ik stond behoorlijk in de rij met vele anderen, maar tot m'n blijdschap hebben ze mij gekozen.”
NV Werk komt voort uit het zogeheten 'plan Schaefer', dat Jan Schaefer niet lang voor zijn dood bedacht, uit louter woede over het onvermogen de grote werkloosheid in Amsterdam tegen te gaan. “De ervaring uit het verleden is” zegt Verheij, “dat de effectiviteit waarmee de werkloosheid bestreden werd te wensen overliet. ”
“Dat had een aantal oorzaken. Zo sloot de werkgelegenheid niet aan op de werkzoekenden. Daarbij kromp de werkgelegenheid vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, terwijl veel mensen nu juist van dat soort werk afhankelijk zijn. Tenslotte vond het bedrijfsleven zijn weg niet naar de groep langdurig werklozen met weinig opleiding, met het idee dat er 'wat mis is' met mensen die lang werkloos zijn.”
“De vraag is hoe je dat kunt verbeteren. Ik denk met een zakelijker aanpak en een zakelijker uitstraling, waardoor je een betere entree naar het bedrijfsleven hebt. Daarom zijn we ook een NV, want buiten het ambtenarenapparaat ben je een betere gesprekspartner. Je bespreekt wat je gaat doen en hoe, handtekening eronder, klaar.”
“Daarnaast heeft de NV Werk een regiefunctie. Mensen die lang buiten de arbeidsmarkt hebben gestaan weer aan het werk krijgen is een lang traject en er was niemand die echt goed naar dat hele traject keek.” Probleem daarbij is dat de NV Werk alleen de zogeheten Melkert-banen te vergeven heeft en dat een andere organisatie, Maatwerk, zich bezig houdt met het Jeugdwerk Garantieplan (JWG) en 'banenpoolers'.
“Op den duur”, reageert Verheij, “zal de NV Werk hopelijk ook daar een rol in spelen, maar je moet niet meteen op zolder willen springen. Maatwerk doet het goed, wij beginnen met de Melkert-banen, de rest is van later zorg. Belangrijk is, is dat de afstemming er nu is. Bovendien heeft Maatwerk wèl en de NV Werk geen uitvoerende taak. Wij blijven een kleine organisatie.”
Een groot deel van de langdurig werklozen komt uit andere culturen en de 'positieve discriminatie' die vooral de gemeente hanteerde, pakte niet altijd goed uit. De 'bevoordeling' werkte discriminatie in de hand en bovendien mislukten mensen vaak door gebrek aan goede begeleiding. “Begeleiding is natuurlijk cruciaal”, erkent Verheij. “Als iemand 'mislukt' is dat niet alleen een persoonlijke frustratie, maar bevestigt het ook het beeld van: allochtonen, daar hebben we niks aan.”
“Daarom moeten we, om dit project te laten slagen, zorgen dat opvang, begeleiding en aanvullende opleiding structureel worden. Zo hopen we een bijdrage te leveren aan het verwerken van cultuurverschillen. Dat is in het belang van alle betrokkenen, ook van het bedrijfsleven.”
Om de niet geringe ambitie, 10 000 banen in nog geen vier jaar, te realiseren is volgens Verheij, naast de Melkert-banen in de zorgsector - stadswachten, kinderopvang, conciërges - nieuwe werkgelegenheid in de industrie hard nodig. “In die belangrijke sector moeten we proberen de vermindering van het aantal arbeidsplaatsten tegen te gaan. Dat zal creativiteit vergen en ik denk dat het al met al een hele moeilijke klus is, maar de tijd is er duidelijk rijp voor. Tijdens mijn kennismakingsronde was ik benauwd voor cynisme, maar iedereen bleek enthousiast. Op die ervaring is mijn optimisme gebaseerd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.