Trouw gaat deze zomer ondergronds en beschrijft een aantal locaties in 'De Kelder van Nederland'. Vandaag aflevering 18.
Dagelijks dalen de priesterstudenten een aantal malen de donkere trap af. Om half acht is het ochtendgebed in de kapel, om kwart voor zeven 's avonds eucharistieviering. Dat zijn de belangrijkste momenten in de dagorde waarop de leden van het Ariënskonvikt (er zijn 37 studenten, van wie er binnenkort negen tot priester worden gewijd) elkaar treffen - en bij de warme maaltijd. Het convict is geen gesloten priesteropleiding, maar een open leefgemeenschap (convict komt van het Latijnse convivere, samenleven).
De meeste lessen volgen de aankomende priesters aan de Katholieke theologische universiteit op de Uithof. Aan de Keistraat wonen ze, op de zolder van nummer 9 en in het huis ernaast. Elders in het centrum heeft het convict nog een derde huis. De oude vergaderzaal van het hoogheemraadschap is nog steeds het pronkstuk van de gemeenschap, gebruikt voor ontvangsten en enkele lessen.
In de kleine ruimte onder de grond klinken af en toe geluiden door van het vrolijke stadsleven - een fietsbel, een paar stemmen, een straatdeuntje. Maar als het kelderraampje gesloten is, heerst een sfeer van voorname soberheid. Modern, zonder opsmuk. De wanden zijn gewit, de plavuizen bleven liggen. “Het lijkt alsof de ruimte voor deze kapel gemaakt is”, zegt rector Gerard de Korte. Het altaar past wonderwel in de kelder: een witmarmeren plaat op twee poten van groen natuursteen. Het komt uit de oude Martinuskerk in Utrecht, een neogotisch godshuis, maar het is hier op z'n plaats. Het is over de gracht naar het convict gebracht en met een kraan naar binnen getakeld.
Er is een kleine lezenaar, tegen de achterwand hangen een kruis en een tabernakel, er staan kaarsen en een Maria-ikoon met wat bloemen. Voor het altaar ligt een wit berberkleed en er zijn moderne stoelen, een stuk of twintig. De ruimte is intiem. De Korte: “De kapel is bewust bescheiden ingericht, geen kunstschatten, geen tierelantijnen. In een ruimte van amper zes bij zes meter kun je ook geen toeters en bellen aanbrengen. Dan wordt het zo propperig. Toch is het geen kille ruimte. Het is indrukwekkend om hier als kleine groep de eucharistie te vieren. Vaak komen er gasten, parochianen uit Utrecht, die dat ook zo voelen.” Een muziekinstrument ontbreekt, alle vieringen zijn a capella. Dat valt volgens de rector niet altijd mee; er zijn mooie en minder mooie stemmen en dat hoor je in zo'n kleine kapel altijd. “Gelukkig hebben we op het moment een monnik van de abdij van Egmond in huis, die orgel studeert en zangles geeft.”
Het was destijds een goed idee van aartsbisschop Willebrandts om een nieuwe opleiding op te zetten met de universiteit (toen nog hogeschool), vindt de rector. In de woelige jaren zestig waren de oude priesterinstituten in het niets verdwenen, er kwam bijna geen student meer bij. Het Ariënskonvikt, in het hartje van Utrecht, is meer van deze wereld. De Korte: “De oude opleiding lag vrij gesloten in de bossen. Het was een soort subcultuur. Er werden bijvoorbeeld eigen toneelstukjes opgevoerd en zo. In die tijd mochten de studenten ook niet met de fiets weg. Hier zitten we midden in de stad; er is ook veel meer openheid. Vanwege de ligging worden studenten gestimulerd om mee te doen aan het culturele leven en aan het parochieleven in de stad. Er zijn plichten, die je samen afspreekt. Als men 's morgens maar bij het ochtendgebed is, daar beginnen we de dag samen. De studenten zijn vrij snel te overtuigen van de zinvolheid daarvan.”
Ariëns was de priester Alfons Ariëns, die een eeuw geleden onder de textielarbeiders in Oost-Nederland werkte en een leidende rol speelde in de sociale beweging binnen de katholieke zuil. Bij de naamgeving van het convict werd volgens rector De Korte aan hem gedacht om 'de koppeling van de vertikale en horizontale lijn in de geloofsleer' tot uitdrukking te brengen. “Ariëns was een heel klassieke priester. Maar tegelijk was hij sterk gericht op de noden van de wereld: hij hielp bij het opzetten van vakbonden en bij het tegengaan van drankmisbruik. Aan die tweeheid, betrokkenheid op God en op de wereld, willen wij ook hier in huis gestalte geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.