HAARLEM - De hoogste ambtenaar emancipatiezaken, Ina Brouwer, koerst rechtstreeks af op een stevige botsing met de vrouwenbeweging. Brouwer doet de gebundelde kritiek van zo'n zeventig (vrouwen)organisaties op het kortgeleden verschenen kabinetsprogramma 'Emancipatie in uitvoering' af als 'traditioneel', de 'bekende riedel' en 'niet scherp'.
“Het is wéér de bekende riedel van vrouwenorganisaties. Hun kritiek gaat alleen maar over wat er in onze nota allemaal ontbreekt, niet over wat er wèl staat. Heel traditioneel, zo'n aanpak, en dan nog met zo'n dik pak papier. We moeten af van dit soort notabrei, dat verlamt alleen maar. Ik had in hun plaats een heel ander antwoord gegeven, wèl kritisch, maar anders.”
Wat volgens haar wel het goede antwoord van vrouwenorganisaties was geweest, liet Brouwer gisteren in het midden op een congres van het Noord-Hollandse Bureau emancipatieontwikkeling en advisering waar ze de kernpunten van het nieuwe emancipatiebeleid kwam uitleggen. De eind november verschenen kabinetsnota heeft als intentie het startpunt te zijn van de totale vernieuwing van zowel inhoud, aanpak als ook ondersteuning van het emancipatiebeleid. Volgende week buigt de vaste Kamercommissie voor sociale zaken zich over de kabinetsplannen.
Achterstanden
Volgens Brouwer heeft de aanpak van vorige kabinetten, die gericht was op de bestrijding van achterstanden van vrouwen, te weinig opgeleverd. Bovendien is er volgens haar de laatste jaren fragmentatie in de vrouwenbeweging opgetreden, en missen er nu de 'verbindende elementen.' “We zijn in een nieuwe fase terechtgekomen. Aan de ene kant heb je de groep die zegt 'hou op met dat gezeur over emancipatie, dat hebben we wel gehad'. Aan de andere kant staan diegenen die vinden dat emancipatie een cruciaal onderdeel moet uitmaken van de toekomstige samenleving. Dat laatste is ònze insteek. Emancipatiebeleid moet verschuiven van het bestrijden van achterstanden naar veranderingen van de cultuur. Neem de werknemer. Vroeger ging men uit van een 'verzorgde werknemer', was het beleid afgestemd op de traditionele kostwinner die om zes uur thuis een dampende maaltijd aantrof. Nu gaat het om de 'zorgende werknemer', iemand die werk en zorgtaken combineert. Dat is een historische doorbraak, een andere cultuur. Daarmee moeten we verder gaan.”
Voorbij
In de praktijk betekent dit dat de tijd van extra subsidie's en ondersteuning voor vrouwelijke achterstandsgroepen, van positieve actie, streefcijfers en speciale instituten of commissie's min of meer voorbij is. “Deze zaken zijn niet meer de vitale motor van de emancipatiebeweging”, aldus Brouwer. “Wees eerlijk. Wie zit er tegenwoordig nog in een emancipatiecommissie van een departement? Iemand die aan de zijlijn staat of niet genoeg te doen heeft. Waarmee ik overigens niets wil afdoen aan hun inzet, want binnen de ambtenarij is het ook een heel gevecht. Maar we moeten echt niet langer in de commissie's zitten, we moeten bij de directeuren zijn.”
Emancipatiebeleid moet dus geïntegreerd worden in de 'hoofdstroom' van de samenleving: “Bij Melkertbanen, bij het grote-steden beleid, dus bij het grote mannenwerk, overal zou automatisch aan het aandeel van vrouwen moeten worden gedacht. Daarvoor zijn nieuwe allianties nodig, buiten de vrouwenbeweging. De verantwoordelijkheid voor emancipatie moet in het hart van de macht komen te liggen”, luidt volgens Brouwer de nieuwe filosofie.
Termijn
De kritiek van de vrouwenbeweging is dat de kabinetsnota dit allemaal wel zegt en beweert dat ze op 'uitvoering' gericht is, maar niet aangeeft hoe dat dan gedaan moet worden. Zo “moet er volgens het kabinet meer informatie komen over vrouwen, maar er staat niets over bijsturen. Beloftes van het kabinet over integratie van werk, sociale zekerheid en fiscale wetten worden herhaald, maar niet voorzien van een termijn”, aldus enkele punten uit de kritiek 'Het moet anders', die ondertekend is door zo'n zeventig vrouwenorganisaties. De ondertekenaars vinden dat het kabinet de echte verantwoordelijkheid ontloopt: er staat niet wat er precies op het terrein van emancipatie bereikt moet worden en wanneer, en ook niet wat de rol van de overheid erbij zal zijn. Voorbeeld: volgens de kabinetsnota moet er een vrouwennetwerk op Internet komen, en dat is volgens de critici ook heel mooi, maar dat neemt niet weg “dat vrouwen ondanks hun toegenomen opleidingsniveau niet doordringen tot hogere functies in politiek, bedrijf en maatschappij. We hadden graag willen weten wat daaraan gedaan wordt.”
Onzekerheid
De kritiek van de vrouwenbeweging wordt ook gevoed door de onzekerheid waarin zij zelf verkeert. Want de bezem moet volgens het kabinet ook snel door de bestaande (subsidie)potten. Het moet scherper en effectiever. Brouwer's fel en vernietigend oordeel gisteren over de manier hoe 'traditioneel' de vrouwenbeweging op dit moment werkt en strijdt, doet weinig goeds vermoeden voor hùn (subsidie)toekomst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.