,,Drie meloenen, kassa!! Even bijkomen.'' Maar dan graait de gokverslaafde al weer naar de eenarmige bandiet. ,,Há, weer prijs, hmm 20 punten slechts, doorwerken maar.''
Dit schijnen de stereotiepe reacties te zijn op grote en kleine winst bij fervente gokkers. Winnen ze grof, dan pauzeren ze even, winnen ze mager, dan spelen ze in hun gewone ritme door.
Gokverslaafden schijnen achter de kast nogal wat gemeen te hebben, als je het betoog van psychologen van de universiteit van Adelaide in het British journal of psychology (vol.90, nr.3) moet geloven. In karakter komen ze niet overeen, maar wel in de wijze waarop ze zich het gedrag van de notoire gokker lieten opdringen. De verslaving zit als het ware niet in de speler maar komt van buiten, uit het apparaat: dat ding traint je door zijn onvoorspelbare nukken - gisteren wel achter elkaar drie sterren, vandaag niks - in het volhouden en erin blijven vertrouwen.
Gokverslaving is een kwestie van leren, garanderen de Australiërs, en niet van persoonlijkheidstrekken of erfelijke aanleg. Zij zien het als operante conditionering, als het leren door beloning: de fruitkast geeft prijs, die bekrachtigt het gedrag en daardoor blijft de gokker volharden.
Deze redenering deugt niet, werpen collega's nogal eens tegen, want de bandiet steelt meer dan hij geeft. Dat is in strijd met het principe van operante conditionering, want er staat op gokken meer straf dan beloning. In wezen toont de gokkast je dat je er beter mee op kunt houden. Wie verslaafd raakt, moet de oorzaak bij zichzelf zoeken.
Niet per se, reageren de Australiërs, want dan ga je ervan uit dat spelers nauwgezette boekhouders zijn die aan het eind van het spel hun geld natellen. Velen doen dat niet, die kunnen dwars door het verlies heen nog verrukt zijn van dat kortstondige winstgevoel.
Wie heeft er gelijk? De Australische psychologen lieten 18 verwoede en 21 gelegenheidsgokkers op automaten spelen die tot 10 000 dollar uitkeerden. Al die tijd werden ze door camera's gevolgd, die hun snelheid van spelen, de pauzes en de kuren van de kast exact registreerden. Daarbij moesten de gokkers elke halve minuut hardop, met een cijfer tussen 1 en 10, aangeven welke winstkans ze zichzelf bij de volgende poging toedichtten.
Samengevat kwam het erop neer dat getrainde gokkers na een fikse winst de pas inhouden, alsof ze het geluksgevoel even willen koesteren, maar na bescheiden winst doorspelen. In hun verwachtingen bleken ze tamelijk stabiel en leden minder dan verwacht aan de gokkersdwaling dat zo'n 'rotkast' na zoveel verlies wel moet gaan geven, of na zoveel winst alles weer opsnoept. De eenarmige bandiet heeft de gokker schijnbaar geleerd dat hij onberekenbaar is, dat hij elk moment kan uitbetalen.
Gokkers geloven minder in de 'wet van de gemiddelden', die zegt dat na winst spoedig verlies volgt. Ze ontwikkelen gevoel voor het toeval, al blijven verslaafden toch naar de fruitautomaat rennen als hun voorganger zojuist bedroefd en een paar honderd gulden lichter afhaakte. ,,Ah, mijn kans.''
Geroutineerde spelers bleken ook standvastiger in hun oordeel over de kansen bij de volgende beurt en in het variëren van de inzet. Eenmaal winnend worden ze wat optimistischer en gaan op meer winlijnen tegelijk spelen, in de min passen ze hun inzet weer aan. Gelegenheidsgokkers switchen veel vaker, veranderen van kast en van inzet en verwachten na een vette prijs gauw het volgende geluk. Veel gevoel voor kans lijken ze niet te hebben.
,,Jullie redeneren uitsluitend vanuit de prijs'', reageert een Brits psycholoog in hetzelfde vakblad, ,,en vergeten de kick van het gokken zelf, de spanning van de nipte missers.'' Er zijn meer belonende momenten tijdens het spelen dan een prijs. Gokkers spelen niet voor geld maar met geld, en het zit hem juist in de psyche van de verslaafde dat hij niet het gevoel heeft steeds te verliezen maar bijna te winnen. Nee, bij gokken komt meer kijken, verzekert de Brit: het is een biopsychosociaal, multidimensionaal proces.
Ongetwijfeld, erkennen de Australiërs, maar wat moet je met het psychologiseren over nipte missers. Op de kasten in hun experiment werd op negen winlijnen tegelijk gespeeld, wat erop neerkomt dat vrijwel elk negatief resultaat door de vele combinaties een nipte misser is. Zo bestaat aanhoudend verlies uit een lange reeks van nipte missers, en die zouden gokkers dan als een aanhoudende kick van bijna winnen ervaren? Onzin, zo kun je net zo goed volhouden dat nipte missers een motief zijn om te stoppen.
Zoek het niet in psychologische argumenten waar je twee kanten mee op kunt, menen de Australiërs. Gokkers worden allereerst gedreven door de gedachte aan grote winst en zetten daardoor soms hoog in, met grote kans op zwaar verlies. Ze hebben hun kast te vaak zien knipogen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.