Ik verbaas mij erover dat iedereen niet doodmoe is als hij wakker wordt. Want je draaft en denkt wat af in je droom. Ik tenminste wel.
Neem nu vannacht. Het begon ermee dat ik met mijn man aanbelde bij een keurig huis, ergens in een buitenwijk. Door een onzichtbare hand werd de deur geopend en door een onzichtbaar iemand werden we naar een bibliotheek geleid. Daar begon mijn man de zaak uit te leggen, maar hij deed het zo omslachtig dat de onzichtbare luisteraar er vast geen moer van snapte. Ik nam het over en zei rechttoe-rechtaan: 'Rabbijn, ik ben niet joods maar wij willen joods trouwen. Kan dat?' De woorden waren mijn mond nog niet uit of ik dacht: 'Joods trouwen? Joods trouwen? Ik wil helemaal niet joods trouwen. Bovendien is het nog oorlog ook, als ik het wel heb.' Dat laatste dacht ik echt, want ik was met het jaartal in de war.
Enfin, die rabbijn kregen we niet te zien, want plotseling waren we in een kamer waar een gek ons in bedwang hield met een mes en een pistool. Hij had een heleboel slavenvolk om zich heen dat zich kruipend voortbewoog, maar wij zaten en zolang we praatten duldde hij ons. Het was evenwel linke soep, want soms werd hij ineens verschrikkelijk geïrriteerd. Hij had gezegd dat hij 'Abide with me' zo'n mooi lied vond en ik begon het onmiddellijk voor hem te zingen, maar toen ik aan het tweede couplet toe was, had hij er schoon genoeg van en dreigde me met zijn mes. Mijn man smeerde hem stroop om de mond en verklaarde voortdurend zalvend hoe intelligent de psychopaat wel niet was. Intussen stroomde de kamer vol met jonge katten en die ergerden hem zo dat hij ze liet afmaken door het slavenvolk. De glimlach verstarde op onze lippen, ons hart kromp ineen maar we versaagden niet, we logen moedig voort. Ook toen hij daarna het slavenvolk liet afmaken omdat hij opeens tot de ontdekking kwam dat hij eigenlijk van jonge katten hield. 'O', dacht ik, 'laat onze voorraad leugens alsjeblieft niet opraken, want dan steekt hij ons dood.'
En toen zag ik plotseling dat hij op Youp van 't Hek leek. Waarachtig, dezelfde vieze kop.
Tussen twee haakjes: wat is het toch zonde en jammer dat onze lolbroeken allemaal zo onaangenaam zijn om naar te kijken, met van die vette haren en glimmend zweet. Als zo'n schitterend mooie man als Eddy Murphy ongerechtigheden laat ontsnappen aan zijn fraaie mond is het veel beter te verdragen. Laat mij ook eens seksistisch wezen.
Bovendien doet die Eddy niet zijn best om bij intellectuelen in de smaak te vallen, terwijl die Youp zich de hersens in het bolle hoofd heeft gebroken om iets te vinden dat èn de intelligentsia doet likkebaarden en shockerend is. Celine! Tsjakka!
Ik wilde het echt niet over Youp hebben, want het is mosterd na de maaltijd en ik had er ook geen zin in. Maar kan ik het helpen dat zijn hoofd opdook in mijn droom ? Dus toch maar even. Wat een kleinburgerlijke, hollebolle Gijs is die man toch! En wat beweert hij een onzin! Kijk, die Celine was behalve een vunzige antisemiet ook nog eens doodongelukkig, dus dat hij in zijn zelfgeschapen moeras alleen maar kon liegen of zelfmoord plegen, ligt in de rede. Maar wat gaat een gewoon mens dat aan?
Neem mij nu. Ja, wie zou ik anders nemen. 's Morgens sta ik op, praat een wijle met de poes, zet een kopje koffie en luister naar radio 1. Zolang de EO er niet is, tenminste. Komt die aansluipen dan zeg ik: 'Hou nou je kop maar', en draai de knop om.
Dan heb ik nog geen woord gelogen. Maar goed, ik heb ook nog met geen mens gesproken. Daarna ga ik naar een filmvoorstelling, zeg maar. En daar zie ik een collega en ik denk: 'Heden, zo oud als die eruit ziet, zal ze nooit worden. En ze wil me blijkbaar niet zien. Nou, laat ze de pest maar krijgen. O nee, ze zag me echt ziet, ze lacht tegen me, ach, het is toch best een aardige meid ook, ze ziet er slecht uit, zou er iets wezen?' En dan ga ik naar haar toe en zeg: 'Je ziet er een beetje moe uit, is er iets?' En zij antwoordt het een en ander en we babbelen voort en je kunt zeggen dat ik gelogen heb, maar daar zal ik me toch echt niet schuldig over voelen tot de dood erop volgt. En 's avonds ga ik ergens eten, bij mensen die lekker koken, anders ga ik zo al niet, en als de soep niet helemaal comme il faut is ga ik heus niet zeggen: 'Wat is dat voor slangenvoer', nee, ik hou mijn mond en geef complimentjes. Mag dat niet? Moet ik gaan krijsen en schelden?
Stel je het omgekeerde eens voor. Stel dat je alles zegt wat je voor de mond komt, dat je dus volkomen eerlijk bent, dan zou de hel losbreken. Dat ging dan, zelfs in de meest onschuldige omstandigheden, van zo: 'Wat heb jij toch een rare oren, van die flappen. Blij dat ik ze niet heb. En je begint ook al een beetje kaal te worden, boven op je hoofd, als je je bukt. En wat een rare schoenen koop je toch altijd, verschrikkelijk ordinair, namaak slangeleer en je broek zit te nauw. Dat ga je nou niet weer vertellen, hè, alsjeblieft, alsjeblieft niet. Het is niet leuk. Maar toch ben je mijn vriend, zullen we maar aannemen. Nou, vanavond niet zo zeer.' En dat soort gewauwel klinkt dan voortdurend uit aller mond, uit alle hoeken van de kamer, tot iedereen gaat gillen en schreeuwen en rijp is voor het gekkenhuis of het schavot, want er zullen vele moorden worden gepleegd. Ik denk dat de wereld dan snel ontvolkt zou raken, daar hadden we geen dunne ozonlaag en geen luchtvervuiling en zelfs geen meteoriet voor nodig. En die zogenaamde waarheid is niet eens de echte waarheid, want het één verjaagt het ander. Nee, wat we gewoonlijk zeggen, het gezeefde en gekuiste, komt er waarachtig nog dichter bij.
Maar, zullen jullie opmerken, je slingert nu wel heel handig heen om dat broeinest van leugens, het huwelijk. De hele dag en de hele nacht met een ander op je lip, kan daar iets goeds van komen? Zal ik jullie eens wat vertellen? Ik geloof dat er meer huwelijken om zeep worden geholpen door dat eeuwige en oneindige uitpraten van tegenwoordig dan door de dagelijkse leugens. En zelfs door een tikkeltje overspel. Foei toch!
Laten we zacht zijn voor elkander, kind, zeg ik de oude bard Roland Holst na, de vileine leugenaar met zijn duizend-en-één-vrouwen. En laten we blij zijn met de 'condition humaine' die ons in staat stelt een heleboel dingen te verzwijgen, andere te verbergen in het binnenste van ons hart en over nog weer andere te liegen alsof het gedrukt staat. Waar hebben we anders onze hersens voor gekregen?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.