*

 
dossier

Archief

'Wij zijn geen gatenvullers' VSB Fonds ontpopt zich als eigentijdse kunstmaecenas

JOLAN DOUWES − 10/08/94, 00:00

UTRECHT - Het VSB Fonds heeft een gouden regel: het maakt graag bekend welke culturele instelling kan rekenen op een flinke donatie, maar het bedrag blijft geheim. Directeur Dries van de Beek: “We hoeven toch geen verantwoording af te leggen?”

De stichting VSB Fonds, in 1990 ontstaan bij de fusie van de Verenigde Spaarbank en de verzekeraar Amev, kondigde vorige maand twee opmerkelijke verbintenissen aan: de komende drie tot vijf jaar wil zij zowel het Rijksmuseum in Amsterdam als het Centraal Museum in Utrecht structureel financieel ondersteunen.

Dit 'vlaggeschepenbeleid' is vrij nieuw voor het fonds, dat zich steeds meer profileert als een moderne kunstmaecenas. Het onderscheidt zich hiermee van andere charitatieve instellingen in Nederland.

In een statig pand aan de Utrechtse Maliebaan, waar abstracte schilderijen en oude staartklokken wonderwel harmonieren, wil Van de Beek eerst iets rechtzetten: het VSB Fonds is geen cultuurfonds. Tweederde van het totale bedrag - circa dertig miljoen gulden - gaat naar maatschappelijke projecten, zoals natuur en milieu. Wat er overblijft voor cultuur, is minder dan de 23 miljoen gulden die het Prins Bernhard Fonds eraan uitgeeft.

Dat mag dan wel zo zijn, maar het is altijd nog genoeg voor steun aan zo'n driehonderd projecten, variërend van de Kunstbende tot de VSBPoëzieprijs. Deze nobelheid doet recht aan de historische doelstelling van de spaarbank: in 1784 wilde men al het geestelijke niveau verhogen door “goede zeden en nuttige kunsten voort te planten”. De enige tegenprestatie die het fonds verlangt, is naamsvermelding op alle publikaties.

Opluchting

Er zijn onlangs niet alleen meerjarige overeenkomsten gesloten met bovengenoemde musea, maar ook met het Holland Festival en Theater Carré in Amsterdam. Met het Joods-Historisch Museum in Amsterdam is een commitment in de maak.

Volgens projectleider Erika Happe heeft zo'n verbintenis het voordeel dat beide partijen minstens drie jaar vooruit kunnen plannen. “Rijksmuseumdirecteur Henk van Os zei niet voor niets dat hij dat een enorme opluchting vond; de continuïteit is nu gewaarborgd.” Happe noemt het een leuke bijkomstigheid dat het fonds er een goede naam door krijgt.

Tenzij de instellingen te afhankelijk worden. Van de Beek is daar echter niet bang voor. “Wij zijn nooit de enige donateur waar instellingen op kunnen bouwen. Bovendien moeten zij na drie jaar een ander zoeken, want dan houden wij ermee op. Daarbij speelt ons imago een grote rol: als een project in de problemen zou raken, omdat wij ons terugtrekken, komt dat meteen in de krant.”

De meerjarige steun is niet alleen bedoeld voor grote publiekstentoonstellingen, maar ook voor “kelder 13-activiteiten”, zoals Happe ze heeft gedoopt. Dat zijn projecten waar de instellingen geen sponsor voor kunnen vinden, omdat er weinig eer mee te behalen valt. Met het geld van het VSB Fonds kunnen ze nu toch bestandscatalogi laten maken en fotocollecties laten oplappen.

Nu de overheid steeds meer stappen terugdoet op het gebied van kunst en cultuur, neemt het aantal aanvragen bij het fonds toe. “Maar we zijn geen gatenvullers”, zegt de directeur. “Als instellingen geen subsidie meer krijgen, hoeven ze niet automatisch op onze steun te rekenen. Wij gaan geen problemen oplossen die de overheid creëert - we voeren ons eigen beleid.”

Of dat haaks staat op het overheidsbeleid, wil Van de Beek niet zeggen. “Wij lezen het Kunstenplan met rooie oortjes, maar wij onthouden ons van politieke uitspraken.” Toch wil de directeur wel iets kwijt over een “zorgwekkende” ontwikkeling: Nederland heeft de grootste museumdichtheid van de hele wereld, maar er komen alleen maar méér musea bij. En die stellen soms de meest “krankzinnige” zaken tentoon.

“Op allerlei andere terreinen vinden saneringsslagen plaats. Maar o wee als de overheid aan de musea komt. Dan wordt daar zóveel lawaai gemaakt dat niemand ervan terugheeft. Het gevolg is dat er ongelooflijk veel geld naar toe moet.”

Het fonds treft op dat punt zijn eigen maatregelen: initiatieven voor musea over één persoon worden niet gesteund. Directeur Van de Beek vindt de opzet daarvan te beperkt en de waarborg voor continuïteit te klein. “Zelfs het Van Gogh Museum in Amsterdam heeft het niet volgehouden om zich op één schilder te richten. Dat is nu meer een algemeen hedendaags museum geworden met een vaste en een wisselende collectie.”

Projecten met een breed draagvlak hebben meer kans op steun. “We richten ons op de cliënten van de VSB Groep en de AMEV”, legt Erika Happe uit. “En die zijn in alle lagen van de samenleving te vinden. Daar sluiten we op aan door niet alleen topsolisten zoals Jaap van Zweden in bejaardentehuizen te laten optreden. We steunen ook het Holland Festival - en dat is toch wel de top van de culturele piramide.”

Maar het fonds helpt niet alleen grote publiekstrekkers; voor kleine, experimentele initiatieven heeft het ook sympathie. Een theatervoorstelling voor vijfhonderd toeschouwers krijgt dan wel niet een miljoen, zoals de komende wintertentoonstelling 'Gebed in Schoonheid' in het Rijksmuseum - om toch maar eens een bedrag te noemen. Maar met tienduizend gulden komt zo'n project volgens Dries van de Beek ook al een eind.

Al is het VSB Fonds puur Nederlands, het verstrekt ook beurzen aan jonge Oosteuropese kunstenaars die een tijdelijk atelier krijgen van de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam. “Die mensen hebben zo'n enorme achterstand. We vonden dat we er niet aan ontkwamen om ze te helpen. Bovendien kan er een interessante interactie ontstaan met Nederlandse studenten.”

Medewerkers van de VSB en de AMEV hebben bijna nooit kritiek op de bestemming van het geld dat zij met zijn allen verdienen - door de fusie verwierf het fonds twintig procent van de aandelen. Het jaarlijkse dividend daarvan komt ten goede aan ideële doelen. Volgens Happe komt dat mede doordat het personeel zoveel mogelijk wordt betrokken bij het fonds. Tegen gereduceerd tarief kan men regelmatig musea en voorstellingen bezoeken. “Voor een personeelsdag in het Archeon hebben we al 2200 aanmeldingen binnen.”

Eenzame hoogte

In eigen land staat het ideële, aan het bedrijfsleven gelieerde fonds op eenzame hoogte. Vandaar dat het zich sinds een half jaar oriënteert op vergelijkbare buitenlandse iniatiatieven, zoals de Amerikaanse Rockefeller Foundation, de Duitse Volkswagen Stiftung en de Spaanse Fondación de la Caixa. Met laatstgenoemde is onlangs een samenwerkingsverband tot stand gekomen op het gebied van de cultuur.

De verschillen tussen beide fondsen zijn echter immens. Bij de Fondación, verbonden aan de grootste bank van Spanje, werken maar liefst zeshonderd mensen - “bij ons 28”. Op jaarbasis kan zij, geheel naar eigen inzicht, 250 miljoen gulden besteden. Van dat geld richt zij haar eigen musea en bibliotheken op, organiseert zij zelf tentoonstellingen en geeft zij boeken uit. Allemaal initiatieven die het VSB Fonds kan overlaten aan anderen. Van de Beek: “Maar het fenomeen 'vrijwilliger' bestaat dan ook nauwelijks in Spanje.”

De internationale contacten zijn nodig, omdat in eigen land geen bank of bedrijf op zo'n grote schaal projecten van sociaal en cultureel belang steunt. “Er zijn wel veel sponsors, maar die bedingen altijd een flinke tegenprestatie. Zij willen hun zakenrelaties bijvoorbeeld gratis op de eerste vijftien rijen van een concertzaal krijgen. Wij hebben daar geen kritiek op, maar wij kopen die honderd kaarten liever zelf.”

mailIcon print |