*

 
dossier

Archief

Wantrouwen jegens politiek is grootste obstakel voor nieuwe leider Guatemala

Door: redactie − 10/01/96, 00:00

Van een medewerker GUATEMALA-STAD - Guatemala heeft zondag voor de gematigdheid gekozen en het rechts-radicalisme afgewezen. Met de verkiezing van Alvaro Arzú tot president gloort opnieuw de hoop op een iets betere toekomst voor de tien miljoen Guatemalteken, concludeerden de meeste kranten.

Arzú, de leider van de rechts-conservatieve Partij van de nationale voorhoede (PAN), behaalde enkele tienduizenden stemmen meer dan zijn naaste concurrent Alfonso Portillo van het Guatemalteekse Republikeinse front (FRG).

De verkiezing van Arzú is een gunstig teken, niet meer dan dat. Voor de toekomst van het Middenamerikaanse land was een presidentschap van Portillo een beroerd(er) alternatief geweest. Portillo is in feite een stroman van de ex-dictator en generaal Rios Montt, die in 1982 en '83 honderden indianendorpen liet platbranden. Onder leiding van deze fundamentalistische christen doodde het leger tienduizenden arme boeren omdat zij verdacht werden van samenwerking met het linkse verzet.

Portillo had van te voren gezegd dat hij samen zou gaan regeren met Rios Montt en hem de opdracht zou geven een nieuwe veiligheidsdienst op te zetten. Deze dienst zou onder meer de taak krijgen criminelen te “executeren”.

De krant Prensa Libre concludeerde maandag dat de Guatemalteken de terugkeer van een militair in de regering hebben voorkomen en hun stem niet hebben gegeven aan het fundamentalistische protestantisme. Het FRG bracht daar tegen in dat Arzú slechts heeft kunnen winnen dank zij kiezers in de hoofdstad en dat Portillo op het platteland de grote overwinnaar was.

Een zege voor Portillo zou ook de vredesbesprekingen met het linkse verzet hebben bemoeilijkt. Portillo en Rios Montt staan een veel hardere houding voor ten opzichte van de guerrillastrijders van de Guatemalteekse Revolutionaire nationale eenheid (URNG) dan Arzú en zijn partijgenoten. Een overwinning van de FRG-kandidaat zou de guerrillastrijders het voorwendsel kunnen geven zich uit het vredesproces terug te trekken. Arzú lijkt beter in staat een eind te maken aan de al 35 jaar durende burgeroorlog die aan bijna 150 000 mensen het leven heeft gekost. “Als het verzet tenminste zijn politieke wil toont”, zei hij maandag.

Arzú zegt prioriteit te zullen geven aan de naleving van de mensenrechten en de bestrijding van de gewone en georganiseerde criminaliteit. Met dat laatste voornemen borduurt hij voort op het stokpaardje van Portillo. Het voortdurend geweld baart de Guatemalteek evenveel zorgen als de extreme armoede. De roep om een sterke man die misdadigers te vuur en te zwaard bestrijdt is vaak te horen, een tendens die ook in andere Middenamerikaanse landen bestaat. Het besef dat een dergelijk sterke man gewoonlijk zijn bevoegdheden ver overschrijdt en zich schuldig maakt aan ernstige vormen van machtsmisbruik is lang niet bij iedereen aanwezig, getuige de populariteit van Rios Montt.

Dat er iets moet gebeuren tegen het geweld staat buiten kijf, maar of Arzú resultaten zal boeken is zeer de vraag. Geweld is in Guatemala een integraal onderdeel van de politieke en militaire cultuur waaraan bijna alle partijen zich schuldig maken. Het land heeft al tientallen jaren niet anders dan geweld gekend. Onder de laatste president Ramiro de León Carpio, voormalig ombudsman voor de mensenrechten, is het geweld slechts toegenomen.

De week voor de verkiezingen gaven opnieuw een onheilspellend beeld te zien. Verscheidene politieke moorden, de moord op twee buitenlandse toeristen, lijken met sporen van martelingen, doden met de handen gebonden op hun rug.

Arzú erft een groot aantal problemen die zijn voorganger niet heeft kunnen oplossen. Volgens de krant Siglo Veintiuno heeft de ex-mensenrechtenactivist De León Carpio nagenoeg niets bereikt. Zijn belofte de rol van het oppermachtige leger terug te dringen en het klimaat van straffeloosheid te verminderen, heeft hij niet waar kunnen maken. Ramiro wist eveneens het begrotingstekort niet terug te dringen. Ook onder zijn regering bleef tachtig procent van de bevolking in extreme armoede leven. De helft van de Guatemalteken kunnen nog steeds niet lezen en/of schrijven.

De León Carpio vertegenwoordigde eens de hoop van de armen en onderdrukten. Zijn falen geeft aan dat optimisme en vooruitgang in het Middenamerikaanse land schaarse artikelen zijn. Commentaren dat de nieuwe president voor een betere toekomst van zijn onderdanen kan zorgen, moeten dan ook behoedzaam worden geïnterpreteerd.

Arzú heeft een meerderheid van het Congres achter zich en kan ook rekenen op de steun van een machtige groep ondernemers. Bovendien wil hij leden van andere partijen in zijn kabinet opnemen, met uitzondering van het FRG.

Zijn grootste en ondankbaarste taak is evenwel ervoor te zorgen dat de bevolking vertrouwen krijgt in de politiek. Arzú is een president van de minderheid; zeker 60 procent van de 3,7 miljoen kiesgerechtigden kwam zondag niet opdagen. Het wantrouwen van de bevolking jegens de politieke elite overheerst. In de woorden van een taxichauffeur: “Grote vissen eten hier altijd de kleine vissen op.”

mailIcon print |