*

 
dossier

Archief

Die Brunnenstrasse

Co Welgraven − 06/11/99, 00:00

De Brunnenstrasse ziet er een stuk beter uit dan voor de Wende. Het plaveisel is helemaal vernieuwd. De ingang van het metrostation, dat veertig jaar potdicht was, is opgeknapt. Tegenwoordig is er zelfs een lift naar de onderaardse perrons. En eveneens ondergronds liggen de kabels van 'het modernste telefoonnet in Europa'. Vroeger viel de telefoon nogal eens uit als het hard regende, want dan kwam er water in de leidingen, nu hebben veel winkels en bedrijven een ISDN-aansluiting.

De Brunnenstrasse in het hartje van Berlijn liep 28 jaar lang dood op de Muur. Die is ook hier kort na 9 november 1989 afgebroken, maar de plek waar-ie stond is nog steeds goed te zien: een brede strook van zand en gras waar buurtbewoners 's avonds hun hond uitlaten. Er waren na de Wende grootse plannen om van deze kale vlakte zo snel mogelijk een mooi park te maken of er woningen op te zetten. Dat is niet gelukt. Slechts op één plaats staat er een flatgebouw in de steigers. Iets verderop wordt hard gewerkt aan de herbouw van de Verzoeningskerk die precies op het terrein van de Muur stond en die door de DDR-autoriteiten dan ook is opgeblazen.

Op koude, windstille dagen is die typische bruinkoolgeur nog te ruiken. Dit moest Oost-Berlijn zijn. Hier en daar staat een Trabantje geparkeerd, maar de meeste auto's zijn van westerse makelij. De werkplaats waar stoelbekleding van de Wartburg (ook al zo'n Oost-Duitse auto) werd gemaakt of gerepareerd, is weg. Want wie rijdt er nog in een Wartburg? Bovendien: je koopt tegenwoordig eerder een compleet nieuwe auto dan nieuwe stoelbekleding voor je oude wagen. De werkplaats, waar bijna niets aan is veranderd, herbergt nu een Lancia-garage. De vooruitgang is niet te stoppen.

Maar de pianobouwer is er nog in de Brunnenstrasse, net als de drukker en de slager, al is de laatste tegenwoordig cafébaas. Ruim negen jaar geleden, vlak voor de Duitse eenwording, vertelden zij in deze krant over hun verwachtingen voor de toekomst. Angst en onzekerheid waren troef. En ze hadden een grote argwaan jegens de mensen van drüben, de West-Berlijners.

Wat dat betreft is er weinig veranderd. Een enkeling is er goed uitgesprongen ('als je wat bereiken wilt, moet je hard werken en moet je veel geld investeren', zegt de directeur van de drukkerij), maar de anderen blijven tobben en ploeteren. De DDR wordt voorzichtig geromantiseerd, maar niemand wil terug naar die tijd. Het wantrouwen jegens de Wessi's is gebleven: ,,Nog steeds lopen ze rond met een air van: 'als wij niet gekomen zouden zijn, waren jullie verhongerd'.'

Tien jaar na de val van de Berlijnse Muur is Trouw weer gaan kijken in de Brunnenstrasse. De cafébaas: ,,Het is niet aantrekkelijk om hier te wonen en te werken. Maar toch wil ik niet weg. Als ik in West-Berlijn loop, word ik onrustig. Hier voel ik me thuis.'

De pianobouwer:

Aasgieren zijn het

,,Achter veel deuren gaat het slechter dan tien jaar geleden', zegt Klavierbaumeister Bernhard Skibber. ,,Er is een hoop verborgen leed.' Ook bij hemzelf. De pianobouwer dreigt zijn zaak te moeten sluiten. De woningbouwvereniging waaraan hij al jaren de huur betaalt, gaat het huis en het bedrijfspand verkopen. ,,Het is crimineel.'

Skibber had gehoopt dat de woningbouwvereniging ('al in de DDR-tijd een keurige verhuurder') het pand aan de Brunnenstrasse in bezit zou houden. Nu bestaat het risico dat een of andere projectontwikkelaar er mee aan de haal gaat. Die gaat natuurlijk de huur verhogen, en dat kan hij niet opbrengen. De zaken lopen goed, daar niet van, maar de vijftienhonderd mark die hij nu maandelijks betaalt, is wel zo'n beetje het maximum. En je zult zien dat die nieuwe eigenaar uit het westen komt.

,,Aasgieren zijn het. Regelmatig zie je ze hier de straat inrijden met een auto van anderhalve ton, die parkeren ze op de stoep, net zo makkelijk, en dan gaan ze huizen kijken. Het is gewoon Monopoly in het groot. Wie geld heeft, heeft kansen. En vooral de mensen uit het westen hebben geld.'

De 57-jarige Skibber zou het pand zelf wel willen kopen: ,,Het moet zo'n zeven, acht ton opbrengen. Dat krijg ik met mijn bank nog net rond. Maar er moet voor ruim een miljoen mark gerenoveerd worden, dat red ik niet. Die renovatie is hard nodig, kijk maar om je heen. Sinds de Wende is hier helemaal niets gebeurd. Het is totaal verpauperd, weggerot.'

De pianobouwer kón in die tien jaar ook niets doen. Sinds de val van de Muur was er, zoals op zoveel plekken in de voormalige DDR, onduidelijkheid wie nu de feitelijke eigenaar is. De rechtbank, overvoerd met ontelbare zaken, heeft pas onlangs vonnis gewezen. Skibber: ,,Dat zag er aanvankelijk goed uit. De woningbouwvereniging mocht zich eigenaar noemen. Maar die gaat het nu verkopen. Het is echt onbegrijpelijk.'

Skibber en zijn zoon hebben werk genoeg. De klanten komen tegenwoordig uit Oost én West. Het bedrijf moet het hebben van mond-op-mond-reclame. En de zoon gaat de laatste jaren regelmatig naar de Musikmesse in Frankfurt. Ook die bezoekjes leveren veel nieuwe klanten op.

Wat de omzet betreft, is de Wende een zegen geweest. Maar voor het overige vindt Skibber het maar niks. ,,Er is veel leegstand in deze straat. Mensen trekken weg omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Hiernaast staat het pand al sinds mensenheugenis leeg. De buurt holt achteruit. Es macht kein Spass mehr. Als de nieuwe eigenaar de huur gaat verhogen, hou ik er mee op. Misschien dat mijn zoon nog ergens anders in de stad verder gaat, maar ik breng die energie niet meer op.'

De drukker:

Met vakantie naar Mallorca

Het gaat goed met Lothar Braul: ,,Ik ben zeker niet teleurgesteld. Het werk is zwaarder en harder, maar het geeft ook meer voldoening.' Van buiten ziet zijn drukkerij er weliswaar nog net zo vervallen uit als tien jaar geleden, binnen heeft hij veel geïnvesteerd. ,,We hebben een paar jaar geleden een splinternieuwe offset-pers gekocht. Heeft anderhalf miljoen mark gekost. Twintig procent heb ik van de Europese Unie gekregen, nog eens twintig procent van de Duitse regering, de rest heb ik tegen soepele voorwaarden kunnen lenen.'

In 1990 zei Braul tegen deze krant dat veel van z'n klanten na de val van de Muur naar bedrijfjes in het westen waren gegaan omdat daar de kwaliteit hoger was. Hij hoopte dat ze nog eens terug zouden komen. ,Dat is gebeurd. We leveren nu dezelfde kwaliteit, tegen lagere prijzen. Veel van m'n klanten komen uit West-Berlijn.'

Er werken negen mensen in zijn drukkerij, net zoveel als vlak na de Wende. Maar door de moderne apparatuur ligt de productiviteit een stuk hoger. ,,Ik móest wel investeren. Wie niet heeft geïnvesteerd, is ten onder gegaan.' Hij looft de voormalige bondskanselier Helmut Kohl: ,,Die heeft het allemaal goed in de hand gehouden.' Braul is dan ook een overtuigd CDU-stemmer.

Van het geklaag van zijn landgenoten moet hij niet zoveel hebben: ,,Het is toch op alle fronten een pure verbetering geweest. Vroeger konden we nergens heen, tegenwoordig gaat iedereen met vakantie naar Mallorca. En kijk hier eens in de straat. Oók in Oost-Berlijn zie je Mercedessen uit de 600-klasse.' Zelf heeft Braul zich soepeltjes aangepast aan de nieuwe verhoudingen: als DDR-burger reed hij in een Trabant of Wartburg, na de Wende verlegde hij voorzichtig zijn horizon en kocht hij een Russische Lada, nu toert hij rond in een Opel-middenklasser.

Toch kruipt het bloed nog steeds waar het niet gaan kan: Als het even kan, doet hij boodschappen in de straat. En bij voorkeur koopt hij Ost-Produkte. ,,Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik liever zaken doe met Ossi's dan met Wessi's. Wessi's hebben het nogal eens achter de ellebogen, Ossi's zijn opener en eerlijker.'

De winkelier:

Elke mark telt voor ons

Jammer voor hij Siegfried Ehrhardt is dat veel buurtbewoners niet in de straat hun inkopen doen maar uitwijken naar goedkope supermarkten, die vooral aan de overkant in West-Berlijn liggen: ,,Die stunten met prijzen waarvoor ik de producten zelfs niet kan inkopen.'

Ehrhardt (53) reed in de DDR-tijd op een ambulance. Hij begon op 10 november, een dag na de val van de Muur, met een krantenkiosk. ,,Dat liep heel goed, de mensen waren enorm nieuwsgierig in die tijd, ze lazen de krant kapot.' Hij breidde zijn assortiment uit. Nu is het de buurtwinkel die alles heeft: tabak, telefoonkaarten, levensmiddelen en bier. Maar hij kan het niet meer bolwerken: ,,In 1989, na de Wende, hadden de mensen werk, geld en Kauflust. Nu is in deze buurt veertig procent werkloos, dertig procent is AOW'er, dan hou je niet veel meer over. Het is een saneringswijk, de mensen hebben geen koopkracht. Ik verdien te veel om te sterven, maar te weinig om te leven.'

Af en toe helpt zijn 76-jarige moeder in de zaak. Niet omdat het zo druk is, ,,maar dan heeft ze ook wat omhanden. Er is in deze buurt niet zoveel te doen.' Klagen wil Frau Erhardt niet, maar het is wel allemaal minder geworden: ,,Vroeger betaalde ik 80 mark per maand voor m'n twee-kamer-woning, nu 900 mark. Maar ik moet er wel bij zeggen dat we toen een pensioen hadden van ik geloof 600 mark, of was het 800? Nu krijgen we tweeduizend.'

Met duidelijke weerzin helpt ze een klant die op deze ochtend een paar flessen bier komt kopen. ,,Er staan hier altijd alcoholisten buiten. Daar kunnen we niks aan doen en bovendien: elke mark telt voor ons. Vroeger zouden ze door de politie zijn opgepakt en naar een opvoedingskamp zijn gestuurd.'

Zoon Siegfried wil zeker niet terug naar die tijd, maar de DDR had toch grote voordelen: ,,Je was van de wieg tot het graf verzekerd, je had werk, inkomen. Het enige was dat je niet kon zeggen wat je wilde en dat je niet vrij kon reizen.'

Hij heeft ze geloofd, de beloftes van de (West-Duitse) politici na de eenwording. ,,Ze vielen over mekaar heen, de ene stelde het nog mooier voor dan de anderen. Maar het is lang niet allemaal uitgekomen. We zijn als een kolonie geannexeerd, daar komt het op neer. Ergens voel ik me gewoon genomen.'

Frau Ehrhardt weet nog een relativerende toon aan te slaan: ,,We hebben het weliswaar niet best, maar veel mensen gaat het veel dreckiger dan ons. Kijk maar eens naar Joegoslavië of naar Rusland. Daar hebben de mensen het een stuk beroerder. Wij hebben een dak boven ons hoofd, hier is geen oorlog.'

De slager/caféeigenaar:

Wij zijn het slachtoffer

Slager Uwe Barth zag na de val van de Muur tot zijn schrik dat veel van zijn klanten naar de veel mooiere winkels in het westen van de stad trokken. Hij was onzeker over de toekomst, zei hij tegen deze krant, al verwachtte hij niet dat hij zijn winkel zou moeten sluiten. ,,Ze kunnen niet alles dicht gooien.'

Dat bleek achteraf gezien iets te optimistisch. Barth heeft zijn winkel moeten opgeven. ,,Ik heb het nog een paar jaar kunnen redden dankzij de trouwe klanten die bleven komen, ook al was mijn vlees duurder dan in de supermarkt. Er was nog het Kietzgefühl, de saamhorigheid in de buurt. Maar die is weg, het is nu ieder voor zich.'

Zes jaar geleden opende hij een buurtcafé. Ook dat liep niet goed. Barth kreeg moeilijkheden met de verhuurder. Nu heeft hij een treurig makende kroeg aan de overkant van de straat waar hij en zijn vrouw Martina om beurten achter de toog staan. Er valt nauwelijks licht naar binnen, de barkrukken en stoelen zijn vaal, een handjevol gasten zit verveeld een biertje te drinken, uit de luidsprekers tetteren gouwe ouwen.

Een vetpot is het niet. ,,Ik heb zo'n 25 stamgasten, dat is veel te weinig. Af en toe komt er iemand binnen die hier toevallig langs loopt. Maar hoeveel mensen komen er naar de Brunnerstrasse? Er is hier niks te zoeken. Het is hier triest en grauw. Eigenlijk had ik al moeten sluiten. De omzet is veel te laag, en de huur veel te hoog. Maar ja, wat moet ik anders?'

Uwe Barth klinkt bitter en zit vol wrok, vooral jegens 'de mensen daarboven', zoals hij ze zelf omschrijft. De kroegbaas is in extreemrechtse hoek verzeild zoals zoveel Oost-Duitsers die teleurgesteld zijn en die het amper of niet hebben kunnen rooien: ,,Ik ben lid van de Deutsche Volks Union. Ik loop daar niet mee te koop, maar ik verzwijg het ook niet. Nu denk je natuurlijk dat ik graag inhak op buitenlanders, want dat is het beeld van aanhangers van de DVU. Nou, zo is het niet. Ik heb nog nooit geweld gebruikt en ik zal dat ook nooit doen. Maar ik heb er genoeg van dat politici in dit land zich alleen bekommeren om het lot van buitenlanders. Ze zouden eens naar ons moeten kijken. Wíj zijn het slachtoffer van de Wende. Ik kan het echt niet anders zien.'

De muziekspecialist:

Er werd veel meer gelezen

Toen Alexander Hadlich na de Wende terugkeerde uit gedwongen ballingschap trof hij een ander land aan dan dat hij begin jaren tachtig moest verlaten: ,,Het is veel killer geworden, anoniemer. De solidariteit is weg. Mensen praten voortdurend over geld, over hoe slecht ze het wel niet hebben. Vroeger, in de DDR-tijd, was de sociale samenhang sterk. Vriendschappen waren heel belangrijk. Samen naar concerten, bij elkaar een biertje drinken, ja, dat mis ik wel. Er werd veel meer gelezen dan nu. Tegenwoordig kijkt iedereen naar een videootje.'

Maar heimwee naar de DDR heeft Hadlich niet: ,,Dat Ostalgie-gevoel is een beetje in tegenwoordig. Het is menselijk om je alleen de goeie dingen te herinneren. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt de DDR steeds mooier. Als het nog even zo doorgaat, wordt ze in de beeldvorming écht een arbeidersparadijs. Maar ik zal nooit de slechte kanten vergeten. Het was een door en door verwerpelijk systeem. Ik kan enorm kwaad worden als ik zie hoe mensen die vroeger prominent lid van de communistische partij waren en dus verantwoordelijk voor de ellende van toen, nu ineens lid van de CDU zijn. Dat is toch volstrekt ongeloofwaardig.'

Hadlich, die veel weg heeft van het typetje van de oudere jongere van Kees van Kooten, werd in 1982 ausgebürgert. Het DDR-regime vond hem te kritisch en te lastig. ,,Ik werd voortdurend in de gaten gehouden door de Stasi. Destijds hield ik al van blues-muziek. Dat vonden ze gek. 'Wat moet jij met blues?', zeiden ze. 'Er wordt in dit land toch niemand onderdrukt?' Je hobby kon al een risico zijn. Echt belachelijk.'

Hij heeft nu een CD-speciaalzaak in de Brunnenstrasse, tot ver in de omgeving bekend. ,,Ik verkoop blues, jazz en klassieke rock. Daar zit m'n hele ziel en zaligheid in. Maar de markt is verzadigd. Klanten hebben angst voor de toekomst, dat merk je. Ze hebben minder geld. Tot voor een paar jaar verkocht ik zo'n vijftig CD's per dag, nu nog maar 25.'

Hadlich woont met plezier in de straat. Maar hij windt zich danig op over de hoge huren. ,,Er is hier wel het nodige gerenoveerd, maar het is en blijft een achterstandswijk. Dan is het toch raar dat je voor sommige panden meer moet betalen dan in een dure wijk in West-Berlijn.'

mailIcon print |