Niemand zal willen zeggen dat hij 'communicatie' een lelijk of vervelend woord vindt. Maar misschien komt wel eens iemand op het idee, dat het woord wel erg veel en gemakkelijk wordt gebruikt of dat iemand die het te pas en te onpas gebruikt, vanwege de dierbare klank van het woord niet op tegenspraak hoeft te rekenen.
Hij kan dus ook straffeloos zeggen, dat het afgeleid is van het Latijnse woord communis dat 'gezamenlijk één' (unus) zou betekenen; en omdat zo iets heel mooi is en goed gelegen komt, wil je dat niet zomaar tegenspreken. Toch is het onjuist en kan het leiden tot manipulatie. En of etymologie nu al dan niet belangrijk is voor de betekenis van een woord, blijkbaar kan het gebruik vervalst worden door een te nobele afleiding. In 'communis' zit evenmin 'unus' als in ons woord 'gemeen' het getal 'een' zit. Het heeft, als we dan toch van een etymologie moeten uitgaan, minder te maken met een gezamenlijke eenheid of een eenwording dan met een gezamenlijke taak (munus) of eventueel een verschansing (moenia) die onze gezamenlijke woonplaats beschermt. Als een uiteenzetting over communicatie met Latijn moet beginnen, moet het woord worden uitgelegd als de bereidheid of de verplichting deel te nemen aan iets wat voor de gemeenschap van belang is. Het heeft dus eerder met geslotenheid te maken dan met openheid.
Aan de geschiedenis van het Nederlandse 'gemeen' is gemakkelijk af te lezen, hoe weinig nobel ook 'communis' geweest is en hoe weinig het te maken had met de open en kwetsbare toewending naar de ander toe, die wij ons nu zo graag voor de geest halen als het gaat over communicatie, een communicatieve instelling en de studie van communicatiemiddelen. 'Communis' is ook 'gangbaar' en 'gewoon' geworden, zoals 'gemeen' van 'gemeenschappelijk' is afgedaald tot kwalificaties die aanzienlijk meer met laaghartigheid te maken hebben dan met gemeenschapszin. Wat algemeen en heel gewoon is, begeeft zich snel in de richting van wat ordinair en verwerpelijk is. Op zijn minst moet hierdoor toch het vermoeden gewekt worden, dat gemeenschappelijkheid en communicatie niet zo vanzelfsprekend zijn, dat er helemaal niets mee mis kan gaan en dat elke poging met succes wordt bekroond. Mensen zijn geen communicerende vaten waarin automatisch een gelijk niveau wordt bereikt.
Ik weet niet, inhoeverre ook de betekenis van 'deelnemen aan het avondmaal' en 'het nuttigen van de geconsacreerde hostie' heeft bijgedragen aan de heiligheid van het woord 'communiceren'. In 'communio' klinkt zeker 'unio', een vrij laat woord voor 'eenheid', nogal sterk mee. En het woord zal eerder betrekking hebben op een gezamenlijk ritueel of een ritueel van gezamenlijkheid van de bijeengekomen gelovigen, een opdracht die zij vervullen, dan op de mystieke eenheid van de individuele persoon met de aanwezig gestelde Christus. Nu is een ritueel per definitie een handeling die nooit kan mislukken; zij is geen doelhandeling en het is al voldoende als zij een bereidheid tot uitdrukking brengt. Misschien, bedenk ik, ligt er in het gebruik van woorden als 'communiceren' en 'communicatie' nog wel iets van het magische comfort dat wij verwachten van de bereidheidsrituelen die wij uitvoeren en herinnert het te weinig aan het zware karwei waar het woord zijn betekenis uiteindelijk aan te danken moet hebben. Dan is het merkwaardig en weinig bevredigend dat er een omweg over iets heiligs bewandeld moet worden om aan een woord een platte goedkoopheid op te leggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.