Kinderen, in hun jeugd door volwassenen (meestal mannen) seksueel misbruikt, ondervinden over het algemeen tot in lengte van dagen de rampzalige gevolgen. Neurotische stoornissen, depressies, depersonalisatie, pogingen tot zelfdestructie of, in het ellendigste geval, de neiging om van slachtoffer later zelf dader te worden, zijn alom geconstateerde gevolgen van pedoseksueel misbruik.
Psychiatrische inrichtingen zaten tot voor kort vol ongeneeslijk gestoorde vrouwen en meisjes, van wie pas kort bekend en erkend is dat zij als kind incestslachtoffers waren of door pedoseksuelen van buiten de eigen familie werden aangerand of verkracht. Bij misbruikte jongens is het trauma niet geringer, alleen zijn hun latere negatieve reacties doorgaans minder tegen zichzelf en meer op de buitenwereld gericht.
Bij degenen die, ogenschijnlijk, het minste zijn beschadigd door pedoseksueel misbruik, of zeggen geen bezwaar te hebben gehad, is wel de jeugdige ontwikkeling verstoord waarin seksualiteit langzaam kan rijpen en op den duur met gelijkwaardigen, zonder fysiek machtsmisbruik of misbruik van psychische overmacht en dus zonder angst voor intimidatie, kan worden beleefd.
Het vergoelijken van de misdrijven van pedoseksuelen tegen weerloze, gemakkelijk te beïnvloeden of te misvormen jonge kinderen, is niet minder kwalijk dan het gedrag van deze delinquenten zelf. 'Pedofiel', in de zin dat wij als volwassenen houden van kinderen, door hen worden ontroerd of geamuseerd, dat zij onze zorgbehoefte opwekken, dat wij graag in hun gezelschap zijn, dat wij geneigd zijn hen bij te staan, te beschermen, te onderwijzen, met hen te spelen en eventueel hen een beetje te vertroetelen, zijn talloze mensen. Veruit de meeste vrouwen en heel veel mannen vinden kinderen lief en 'leuk' en hebben veel voor hen over. Maar dat heeft niets te maken met diep gestoord, volstrekt zelfzuchtig gedrag van volwassen mannen die tot seksuele prikkeling en liefst een orgasme willen komen door zich, via list of geweld, aan kinderen te vergrijpen. De levenslange schade die zij aanrichten, proberen zij te verdoezelen door erop te wijzen dat zij juist veel van kinderen houden; dat de kinderen zelf het heel prettig vonden door hen te worden misbruikt (vergelijk het aloude: 'De vrouw lokte het zelf uit'); en door te doen alsof pedoseksualiteit een normale seksuele variatie tussen gelijkwaardige partners is. Dit zijn uiteraard niet meer dan rationalisaties voor de psychische en fysieke schade die pedoseksuelen kinderen berokkenen. Wie aan een pedoseksuele stoornis lijdt en te goeder trouw is, laat zich behandelen of zorgt ervoor dat hij niet in de verleiding kan komen eraan toe te geven. Aan wie dat niet wil of kan, zullen door een humane samenleving, die de zwakkeren tegen kwaadwillende sterkeren beschermt, bij seksueel misbruik van kinderen strafsancties worden opgelegd, al dan niet met dwangverpleging. De verdoezelende term 'pedofilie' voor pedoseksueel gedrag kan beter worden afgeschaft. In elk geval is het uitermate demagogisch pedoseksualiteit te vergelijken met homoseksaliteit (of wat voor relaties ook tussen 'consenting adults'). Pedoseksuelen horen strafrechtelijk en psychologisch thuis in de categorie van aanranders en verkrachters; van delinquenten die zwakkere en van hen afhankelijke mensen, zoals vrouwen en kinderen, intimideren en eventueel mishandelen.
Het is opmerkelijk dat nu algemeen gangbare humane normen vaak minder zwaar blijken te wegen als aantasting van de integriteit van vrouwen of kinderen in het geding is. Het is bekend dat in christelijke kringen, zeker bij dominees, 'monogamie' doorgaans hoog in het vaandel staat. Als het echter gaat om jarenlange intimidatie, indoctrinatie en seksueel misbruik van tientallen kinderen, die de pedoseksueel zegt 'lief te hebben', maar die hij te gelegener tijd aan de kant schuift voor andere jonge slachtoffers, blijkt promiscue gedrag ineens geen punt te zijn. Er wordt zelfs geen woord aan vuil gemaakt. Bij de krampachtige pogingen dit type misdrijven tegen kinderen tot iets 'gewoons' te maken of er zelfs een pseudo-positieve draai aan te geven, hoort het wazige, zoetgevooisde taalgebruik dat van 'pedofilie' spreekt als het pedoseksueel wangedrag bedoelt. Steevast hoort daarbij de verwijzing naar het oude Griekenland, waarin volwassen mannen de rechteloze huisvrouwen als minder dan slaven behandelden (anders dan slaven konden gehuwde vrouwen nooit hun vrijheid en autonomie verkrijgen), en niet-gehuwde vrouwen als prostituees van lagere of hogere rang werden gebruikt. In deze zogenaamd 'democratische' samenleving kwamen erotische relaties tussen volwassen mannen en bijna volwassen jongens (geen kinderen; en meisjes moesten als maagd het huwelijk in of zij werden hoer gemaakt) regelmatig voor. Gegeven de sociaal-culturele situatie en machtsverhoudingen in het oude Griekenland van meer dan twee millennia geleden, is de 'paedophilie' van die tijd misschien te vergelijken met seksuele relaties tussen jongvolwassen mannen en oudere mannen in onze tijd. De vergelijking met de gestoorde kinderbelagers van nu gaat op.
Er bestaat de neiging in iedere hechte groep wangedragingen van eigen leden te verontschuldigen, te rationaliseren, toe te dekken. Net zoals negatieve karaktertrekken en aanvechtingen algemeen menselijk zijn, geldt dat voor de verdedigende houding die wij aannemen als nabije mensen met wie wij ons identificeren, worden aangeklaagd. Die spontane reactie hebben wij zelfs als hun veroordeling terecht is. Dergelijke reactiemechanismen komen met name voor bij minderheidsgroepen, bang zijn dat hun toch al zwakke positie in de dominante samenleving nog verder wordt aangetast als sommigen van hun leden niet blijken te deugen. Vrouwen, etnische minderheden, communisten, homo's, zij allen zullen meer dan gemiddeld in de verdediging schieten als iemand uit hun midden blijkt te hebben gefaald. Dat kerkelijke gezagsdragers deze neiging nu ook gaan vertonen, dat zij de meer en meer bekend wordende pedoseksuele misdragingen in hun midden met zalvend gezever proberen te verbloemen, is een teken. Niet in de eerste plaats een teken van op hol geslagen christelijke pseudo-progressiviteit: ten gunste van daders, ten koste van slachtoffers, maar vooral van het gebrek aan substantie en daardoor van invloed en respect van de kerken die zij zeggen te vertegenwoordigen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.