De auteur is predikant en coördinator van het werk met verslaafden in de Pauskerk te Rotterdam.
In de geschiedenis van de stad heeft heel lang het ruimtelijke aspect overheerst. Stedelijke ruimte werd negatief ervaren. De stad werd een samenballing van misère, armoede, criminaliteit, anonimiteit, individualiteit etcetera. De stedelijke ruimte echter determineert niet langer het sociale. De stedelijke ruimte nodigt uit tot bepaalde sociale condities. Natuur en cultuur zijn met elkaar verbonden en het ruimtelijke is situatievariant. Mensen koesteren idealen ten aanzien van stedelijke ruimten. Zij trachten deze idealen te verwerkelijken door het sluiten van coalities met anderen die dezelfde ideeën hebben.
Niet alle mensen hebben dezelfde dromen over de toekomst. Dat schept conflicten in de stedelijke werkelijkheid. De stad is echter geen hel. Het zijn mensen die de stad maken. De stad is een uitdaging. Peper droomt van 'The Edge City', zoals beschreven door Joel Garreau. Deze vergelijkt de stad van zijn dromen met de schepping van een nieuw paradijs.
De markt die economische, sociale, technologische en culturele sectoren omvat houdt, is de aanzet, het begin en de katalysator van het stedelijk gebeuren. Deze markt vraagt telkens om vernieuwing. Het marktgebeuren wordt gekenmerkt door flagrante tegenstellingen in belangen die worden nagestreefd.
De burgemeester ergert zich aan de stroperigheid van procedures, waardoor niet snel kan worden ingespeeld op zich voltrekkende ontwikkelingen. Ik ben het met hem eens. Hij kan aanvangen in zijn eigen stadhuis waar het beleid ten aanzien van druggebruikers en daklozen nog steeds een hoog stroperigheidsgehalte heeft. In de dromen van Peper spelen een tweede Maasvlakte, de HSL-lijn, de Betuwelijn, het oplossen van files en een fraai Airport Rotterdam een cruciale rol. Ik kan de redeneertrant volgen. Een informatiesamenleving moet up to date zijn en geen kansen verspelen door gebrekkige besluitvorming.
Doch één ding mag niet uit het oog worden verloren: de informatiesamenleving wordt gekenmerkt door een scherpe tweedeling, die hier en daar in de stad het karakter van een nachtmerrie draagt. Daarover verneem ik in het interview te weinig. De tweedeling heeft geleid tot het ontstaan van een formele en een informele economie, zoals beschreven door Manuel Castells in zijn 'Informational City'.
Goud geld
De burgemeester droomt van een drugvrije samenleving. Het moet hem bekend zijn dat de drugscene zich internationaal, nationaal en lokaal in de sector van de informele economie heeft gevestigd. Daarin gaan gigantische geldbedragen om. Sommigen verdienen goud geld, anderen pikken in hun armoede een graantje mee. Inmiddels is een en andermaal in de wereld uit onderzoek gebleken, dat het opsporen van containers waarin drugs verstopt zijn, het opvoeren van politionele repressie, de bouw van gevangenissen, gedwongen afkickprogramma's etc. geen zoden aan de dijk zetten. Tijdelijke symptoombestrijding is ongeveer het hoogste resultaat. Na afloop blijft men diep gefrustreerd achter.
De vindingrijkheid om te overleven in de informele sector mag niet onderschat worden. Peper voelt niets voor legalisering omdat hij bang is dat mensen dan onvoldoende ontmoedigd zullen worden om met hard drugs te beginnen. Ik zou de burgemeester echter ook willen laten delen in mijn droom ten aanzien van de stad waar het gaat om drugs.
Allereerst bepalen we ons tot de huidige werkelijkheid. Uit onderzoek naar het verloop van druggebruik-carrières over 20 jaar blijkt dat in ons land meer dan 35 procent van de gebruikers afkickt. Bijna 20 procent slaagt erin om het gebruik binnen een maatschappelijk aanvaard kader te integreren (stabilisatie van de verslaving zonder verloedering). Bijna 20 procent komt te overlijden. Bijna 20 procent behoort tot de problematische gebruikers, zij slagen er niet in af te kicken of hun gebruik te stabiliseren. Zij staan nog steeds bloot aan verloedering en geven overlast aan de samenleving. De overlastgevende groep in de Rotterdamse drugscene bestaat uit mensen die reeds 10 tot 25 jaar gebruiken. Hun leeftijd is 33 jaar en ouder. De komst van nieuwe jongere verslaafden is gering.
Mijn droom strekt zich uit over 10 jaar. Door middel van medicalisering (het verstrekken van harddrugs binnen een medisch sociaal kader) en door middel van een regulering van de handel in verboden drugs kunnen politie en hulpverleners erin slagen, problematische gebruikers ertoe te brengen hun verslaving zodanig te stabiliseren dat de overlast voor de omgeving afneemt.
Het drugbeleid dat de overheid zou moeten ontwikkelen, volgt het smalle pad tussen de door Peper verfoeide liberalisering van drugs (vrije verstrekking, laat maar waaien) en moralisering van drugs (verbod van drugs, drugs zijn zonde, het ideaal van een drugvrije samenleving). Het smalle pad houdt in dat wij de verkrijgbaarheid van riskante drugs, die gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid, niet verbieden maar door middel van drempels moeilijker maken (alleen bij de apotheek op doktersrecept, bij een slijter, met een streng vergunningenstelsel). In de preventieve sfeer ontwikkelt de overheid goede voorlichting onder jongeren, ouders en opvoeders. De overheid ontwikkelt een krachtig sociaal beleid waardoor het aantal verliezers op de markt afneemt. Een flexibele werkgelegenheidspolitiek, het stimuleren van gezonde onderdelen van de informele sector en de invoering van een basisinkomen kunnen soelaas bieden. In getto's van grote steden zullen armen graag een graantje meepikken uit de drugruif. Laten we alternatieven ontwikkelen.
Ongecontroleerd
Inmiddels winnen nieuwe drugs als XTC terrein onder jongeren. We kunnen hier bedenkelijke scenevorming voorkomen door hetzelfde beleid als hierboven toe te passen. Vrije verstrekking van riskante drugs is schadelijk voor de volksgezondheid. Een verbod van deze drugs leidt tot zwarte handel in ongecontroleerde drugs. Deze worden dan gemengd met andere drugs. Juist de gemixte XTC maakt slachtoffers. Ook hier is voorlichting gewenst, controle op de drugs en medicalisering van drugs met hoge risico's (alleen verkrijgbaar via de apotheek). In het geval van alcohol, tabak en cannabisprodukten geldt dat goede voorlichting geboden is, dat er een verbod op reclame van deze produkten komt, dat ze slechts beperkt beschikbaar zijn, dat de prijzen gecontroleerd worden en dat er een deugdelijke controle komt op koop en verkoop (wat de leeftijd van de gebruiker en de kwaliteit van het produkt betreft).
De samenleving wordt nooit drugvrij. Op de een of andere manier horen drugs en mensen bij elkaar. Op zichzelf is het wijs van de burgemeester dat hij communiceert met opstandige bewoners, met hen tot een vergelijk komt. Hij zal echter ook nog de discussie moeten aangaan met vrijwilligers, hulpverleners en politiemensen van de straat, die de drugscene kennen, en bovenal met druggebruikers zelf. Deze gaan thans vaak hun eigen gang en hebben geen boodschap aan de oekazes van het stadhuis.
Dat is echter veel gevaarlijker dan een opstand of een opstootje op straat. Het bestuur vervreemdt diep van een deel van de eigen bevolking, die nu juist zou moeten bijdragen tot de vervulling van de idealen van de burgemeester. Wie droomt, geeft de hoop niet op en gelooft in wonderen. Wie weet, zullen we nog eens gemeenschappelijk het glas heffen op de toekomst, wanneer een onbereikbaar ideaal van Peper in vervulling gaat op het moment dat normalisering en regulering van de drugscene bijdraagt tot de veiligheid op straat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.