De bestuurlijke samenwerking in de regio Rijnmond houdt de gemoederen al tientallen jaren bezig. In de jaren vijftig was vastgesteld dat het grote Rotterdam wel erg overheersend was, in de verhouding met de buurgemeenten. Samenwerking tussen de wolf en de zeven geitjes verloopt immers zelden voor alle betrokkenen bevredigend. Daarom werd het Openbaar Lichaam Rijnmond opgericht. Uit eigen ervaring weet ik dat het veelvuldig gememoreerde slechte functioneren van dit orgaan deels een mythe is. De auteur was van 1974 tot 1994 wethouder van de gemeente Schiedam. Hij is onder andere voorzitter van de afdeling Schiedam van de PvdA.
Het openbaar lichaam Rijnmond is, op aangeven van een lobby onder aanvoering van de burgemeester van Rotterdam, Bram Peper, door de krapst mogelijke kamermeerderheid desondanks helaas vermoord. Al snel daarna kwamen de bestuurders van de Rijnmondgemeenten tot de conclusie dat het kind met het badwater dreigde te worden weggegooid. In het OOR (Overleg Orgaan Rijnmondgemeenten, heel lang een selecte burgemeestersclub, met weinig wortels in de samenleving), werd overlegd over het behoud van samenwerking tussen de Rijnmondgemeenten.
Supergemeente
Aanvankelijk leek de ontwikkeling veelbelovend. De betrokken gemeenten zouden verder samengaan, waarbij op natuurlijke wijze een soort supergemeente 'Nieuw Rotterdam' zou ontstaan en waarbij gemeenten als Schiedam, Vlaardingen, Albrandswaard, Capelle en Spijkenisse, zich gingen ontwikkelen in de richting van een 'zware deelgemeente'. Tijdens het proces ontstond de gedachte om parallel daarmee de bestaande Rotterdamse deelgemeenten op te waarderen. Zo zou de nieuwe supergemeente uiteindelijk zijn samengesteld uit een aantal even krachtige deelgemeenten. Dit veelbelovende proces is uit de hand gelopen toen het begrip stadsprovincie werd bedacht.
De aanvankelijk zo overzichtelijke modellen werden met de dag gecompliceerder en ook hier kreeg het proces de door Van Kemenade zo kernachtig beschreven trekjes van een bezigheidstherapie voor bestuurders. (Soms had ik zelfs het gevoel dat gemeentebestuurders meer belangstelling hadden voor deze activiteit, naarmate zij hun eigen 'thuis'-organisatie minder beheersten). De gedachte verdeling van bevoegdheden vroeg meer en meer afwijkingen van het beproefde systeem van Thorbecke en bij de bevolking van het betrokken gebied wist nauwelijks nog iemand wat er allemaal bedacht werd. Ten slotte ontstond een model dat naast het opknippen van de provincie Zuid-Holland in enige onlogische gedeelten, ook nog de formele opdeling van Rotterdam in zelfstandige deelgemeenten bevatte, en dat laatste element begreep iedereen.
In plaats van een proces van geleidelijke ingroei van de buurgemeenten in de supergemeente 'Nieuw Rotterdam', onder gelijktijdige opwaardering van de al bestaande deelgemeenten, werd met geweld een aantal min of meer gelijkwaardige gemeenten onder een nieuw op te richten paraplu van een stadsprovincie gebracht. De bestuurlijke hond had uiteindelijk in zijn staart gebeten en begon rondjes te draaien.
In de gemeenteraad van Rotterdam begreep een meerderheid dat men de aansluiting bij de bevolking had verloren met zijn theoretische onpraktische regionalisatiemodellen. Een referendum moest duidelijkheid geven. De uitslag van het referendum was overduidelijk op slechts één aspect. De bevolking van Rotterdam wil geen formele opdeling van de stad. Los van de vraag of het referendum gelukkig was, betekent het negeren van de uitkomst een enorme slag voor de geloofwaardigheid van de politiek. Ik denk zelfs dat negeren van de uitslag, nu het referendum eenmaal is gehouden, een bedreiging van de democratie zou inhouden.
Het kabinet denkt met een voorstel dat uitgaat van 'ietsje minder opdelen', de kool en de geit te kunnen sparen en maakt een model waarbij dan wel geen sprake meer is van een wolf met een aantal geitjes, maar van een paar kleinere wolven met een aantal geitjes. Dat werkt dus evenmin.
Fusieproces
Er is mijns inziens een duidelijke en eenvoudige uitweg uit de impasse mogelijk. We wilden immers een 'Nieuw Rotterdam', waarin de Rijnmondgemeenten (of een deel ervan) samenwerken. Dat kan toch ook door een eenvoudig fusieproces, waarbij vanzelf een eenheid ontstaat die in overeenstemming is met de eerste gedachte van het OOR. Alle partners moeten zich dan wel in het nieuwe model herkennen, dus aan gevoeligheden moet aandacht worden besteed.
De eerste gevoeligheid ligt in de gebruikte terminologie. Een fusie in het Rijnmondgebied betekent dat minstens gemeenten als Vlaardingen, Spijkenisse, Schiedam, Albrandswaard en Capelle deel gaan uitmaken van 'Nieuw Rotterdam'. Naamswijziging van het bestaande Rotterdam, gevolgd door formele annexatie van de genoemde gemeente, is binnen het huidige wettelijke kader zonder meer mogelijk.
Het woord annexatie heeft echter een zeer negatieve klank en een even negatieve gevoelswaarde. Door de gelijktijdige naamswijziging wordt al beter aangegeven dat eigenlijk geen sprake is van een overname, maar meer van het vormen van een nieuwe eenheid, waarvan alle burgers op gelijkwaardige wijze deel gaan uitmaken. Dit wordt ook bevestigd door de gangbare praktijk bij samenvoegingen, waarna onmiddellijk nieuwe verkiezingen plaatsvinden.
Het bestuur van de nieuwe supergemeente 'Nieuwe Rotterdam' (de naam Rotterdam en die van de oospronkelijke gemeenten kan gewoon voortleven in de postadressen, die ongewijzigd blijven en verder de toevoeging Nieuw Rotterdam krijgen) moet hard werken aan vertrouwen bij de gehele bevolking. Deze rol is niet op het lijf geschreven van de burgemeester van het huidige Rotterdam, Bram Peper, die overigens zeker over bepaalde kwaliteiten beschikt. Daarom moet 'Nieuw Rotterdam' meteen een nieuwe burgemeester krijgen. Dat neemt ook het beeld van een mogelijke overname verder weg. Het zou de moeite waard zijn om na te gaan of een nieuwe burgemeester uit een van de andere gemeenten kan worden benoemd; ook dat vergroot de herkenbaarheid en de aanvaardbaarheid van het nieuwe model. Natuurlijk zullen er in het eerste college van B & W van Nieuw Rotterdam meerdere, liefst krachtige, wethouders moeten komen die hun wortels niet in het 'oude Rotterdam' hebben; ook dat vergroot het 'wij'-gevoel. De provincie Zuid-Holland kan gewoon ongedeeld blijven en zou een rol kunnen krijgen (of behouden) bij het beslechten van geschillen.
Oplossingen voor moeilijke problemen zijn soms zo eenvoudig en liggen zo voor de hand dat ze over het hoofd worden gezien. Zo is het ook met de bestuurlijke problematiek in de regio Rotterdam. Er is enige moed nodig voor het fusiemodel naar de supergemeente 'Nieuw Rotterdam', zeker omdat het vermaledijde woord 'annexatie' ongetwijfeld zal vallen, maar het model is het overwegen meer dan waard, zeker nu de discussie is vastgelopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.