*

 
dossier

Archief

'Zelfreinigend vermogen gezondheidszorg werkt niet'

Van onze verslaggever − 16/01/99, 00:00

Bij het twaalfjarige meisje gaat het er thuis gedisciplineerd aan toe: je kamer opruimen en geen schoenen aan in huis.

Het leidt regelmatig tot woordenwisselingen tussen moeder en dochter. In de brugklas zit het meisje vaak dromerig naar buiten te kijken, meent de decaan. Eind februari belt de schoolarts de moeder. “Uw dochter heeft problemen.” De schoolarts noemt het Bureau vertrouwensarts, maar wat ze bedoelt, dringt niet tot de moeder door. Ze heeft wel iets anders aan het hoofd dan 'vage signalen dat er iets mis is met het kind': er is net borstkanker bij haar ontdekt. Ze voelt niet voor een bezoek aan de schoolarts. De vader vindt het een raar telefoontje en belt de decaan. Die zegt dat er mogelijk sprake is van mishandeling en dat het meisje al bij het Jongeren advies centrum is geweest. Ze durft niet naar huis. Van de schoolarts heeft ze gehoord dat haar moeder razend is. Dat klopt, maar die is boos op de schoolarts en niet op haar.

Het meisje blijft een dag of tien weg. Haar ouders ontdekken dat ze allerlei geweldsfantasieën heeft. Het meisje: “Ik had het verteld aan vriendinnen en die geloofden het en vertelden het verder. Zo kwam het bij de schoolarts terecht. Ik wilde haar wel zeggen dat ik had gelogen, maar daar kreeg ik geen kans voor. Ze geloofde alleen wat ze wilde horen. Het leek wel een tunnel waarin ik niet meer kon omkeren.”

De ouders klagen bij de schoolleiding, maar de schoolarts gelooft nog steeds in het mishandelingsverhaal. Dus moet er een andere school worden gezocht.

De schoolarts is in dienst van de GGD. Als de familie begin 1996 merkt dat de schoolarts contact blijft zoeken met de dochter, volgt een klacht bij de GGD. De directeur wijst de klacht af en zegt dat het kind zelf de zaak uit de hand heeft laten lopen.

Dan besluiten de ouders een klacht bij het medisch tuchtcollege in te dienen. Zij verwijten de schoolarts dat zij handelde zonder diagnose, dat zij afging op signalen van derden zonder eigen onderzoek, niet goed luisterde, niet begreep dat Natasja in een fantasiewereld leefde, haar ten onrechte uit huis liet plaatsen, een onjuiste voorstelling van zaken gaf, contact met de vader vermeed, het medisch geheim schond, nazorg achterwege liet en volhardde in het ongewenste contact met het meisje. De vader vat kort samen: “Ze maakte er een janboel van, volhardde daarin en was niet meer te stoppen.”

Als het tuchtcollege eindelijk uitspraak doet, krijgt de schoolarts op alle punten gelijk. “Ik kreeg een gevoel van enorme vervreemding. Het was toch duidelijk dat de schoolarts zich verschillende malen had vergaloppeerd. Toch erkende het college dat niet. Misschien kwam het doordat wij geen advocaat hadden, overwogen we. Daarom besloten we in hoger beroep te gaan bij het centraal medisch tuchtcollege mét een advocaat.”

Ook nu duurt de behandeling van de zaak eindeloos - alle voorgeschreven perioden werden overschreden. Tenslotte komt het centrale college ook weer met een 'vrijspraak' voor de schoolarts. “Ik kreeg het gevoel in de wereld van Kafka te leven”, zegt de moeder. “Ik was wanhopig, dat dit zomaar kon. Hoe eenzaam onze dochter moet zijn geweest.”

“Als het tuchtcollege het gedrag van een schoolarts die zich zo misdraagt goedkeurt, is het wel erg gesteld met de schoolartsenij”, meent de vader. “Ons kind is misbehandeld door een schoolarts die tekeer is gegaan als een kip zonder kop en de hoogste tuchtinstelling billijkt dat. De schoolarts is zo betrokken, wordt gezegd. Ze is gewoon doorgedraafd. Wij zijn teleurgesteld dat het zelfreinigend vermogen van de gezondheidszorg blijkbaar niet werkt.”

mailIcon print |