*

 
dossier

Archief

Whoppa! Whoppa!

T. VAN DEEL − 20/03/99, 00:00

Een tijdje terug, bij de bekendmaking van de nominaties van de Gouden Uil, veroorzaakte juryvoorzitter Jos Borré enige beroering door te beweren dat er bij de stapel boeken die de juryleden hadden doorgenomen zoveel brandhout zat. Hij zal het anders gezegd hebben en misschien is men vanwege de formulering over hem heen gevallen, maar hoe het zij, gelijk heeft hij wel. Het is een feit dat er op het ogenblik een overproductie van literatuur plaatsvindt, waarin het kaf, ook door de uitgevers, niet meer van het koren gescheiden wordt.

Daar komt bij dat nog alleen een kleine groep toptieners de meeste aandacht krijgt, waardoor er een souterrain ontstaat van auteurs die maar een paar honderd lezers hebben, hoewel ze in vroeger en rustiger tijden soms hoog stonden aangeschreven. De verkoopcijfers bepalen in deze tijd de indruk van kwaliteit, terwijl het verband daartussen eenvoudigweg niet bestaat.

Dit is een ontwikkeling die literatuurvijandig is en de uitgave van rommel, pulp, niksigheid bevordert. Je ziet schrijvers, zoals Leon de Winter, een natte vinger in de lucht houden om te weten van waar de wind waait en ze gooien hun roer met groot gemak en met profijt om. De Brusselmansen en Gipharten verkleuteren het klimaat nog meer en verspreiden het idee dat literatuur in de eerste plaats amusement, verstrooiing is, en wie daar anders over denkt doet moeilijk.

Het toenemend aantal boeken dat onder dit motto verschijnt, doet het ergste vrezen. Er is een soort scholierenproza in opmars, dat anti-intellectualistisch is, geen werkelijke ideeën kan verdragen, tof geschreven moet zijn met veel 'kut' en 'shit' en dat op geen enkele wijze van een literair bewustzijn blijk geeft. Primitief en onzinnig proza, vervaardigd door wat Brakman wel eens heeft genoemd 'culturele holtedieren'.

Het is proza op zoek naar de markt. Wie de markt wil bedienen kan zich niet dom genoeg opstellen, stijl is van geen belang, diepgang geldt niet als een categorie, originaliteit - vergeet het. Een blik op één bladzij van zo'n boek is voldoende om het geheel te kennen. Het alarmerende is dat bijna geen uitgever deze missers niet heeft. Er bestaat kennelijk zo'n hevige behoefte aan nieuwe schrijvers, dat de rust niet meer kan worden opgebracht om ze te beoordelen op bestaansrecht.

In de Boekenweek las ik vier boeken van één uitgeverij, tegelijk verschenen en alle vier van de soort waar ik hierboven op doelde. Er zit een oudgediende bij, Ronald Giphart, die zijn sporen als vermaker van de schooljeugd al ruimschoots verdiend heeft. Hij is een vermoeiende humorist, die almaar grappig wil zijn, wat natuurlijk niet lukt. Zijn nieuwe boek 'De voorzitter', met als ondertitel heel gewichtig 'Episodische novelle', speelt voor de verandering eens niet in de wereld van de jongens en de meisjes, maar in die van het keiharde zakenleven en de voetballerij. De hoofdfiguur is een schurk en een oplichter. Het is maar goed dat hij zich ten slotte verdrinkt en dat de schrijver de zelfbeheersing heeft opgebracht zijn boek te beëindigen.

Een willekeurig voorbeeldje van Giphart-proza:

,,Whoppa! Daar kreeg ik een welgemikte stoot van Arno op mijn milt. Die kwam aan. Terwijl ik een aanval van vallende ziekte met moeite probeerde te doorstaan, vervolgde Bronko: 'Ze probeert al weken met je te praten, maar er is geen zinnig woord met je te wisselen.'

'Praten, pfff. Waarover zou ik nou met haar moeten praten?' sneerde ik, en whoppa! daar kreeg ik al een tweede welgemikte stoot van Arno, wederom op mijn milt.

Nu lag ik te kronkelen alsof ik zojuist met messteken om het leven was gebracht en mijn spieren hun spanning ontlaadden.''

Na de kinderachtige pulp van Giphart kwam ik terecht in 'De navel van Chiara' van Onno te Rijdt. Deze kleine roman doet zijn uiterste best in het echte Amsterdam van nu te spelen, met veel hondenpoep en troep op straat, met een verregende stapel Echo's, waarachter dan heel trouwhartig staat dat dat 'het Amsterdamse stadsblad' is. Uitvoerig staan we stil bij het feit dat er zoveel straten zijn opgebroken of dat er bij warm en mooi weer 's zomers zoveel jongens en vooral mooie meisjes in het Vondelpark op het gras liggen.

Het verhaal is onzinnig. Een man van in de dertig stuit op een Italiaanse studente van vierentwintig, Chiara. Hij verlaat mede om haar zijn vriendin die hij al tien jaar kent en met wie hij samenwoont. Zij wordt vervolgens aangereden en komt in het ziekenhuis terecht, waarna de man en zijn studente stiekem zijn vroegere huis betrekken. Daar komt op een zeker ogenblik ook de familie uit Italië logeren. De zuster van Chiara blijkt zo'n overdonderende schoonheid dat de man ,,als door de bliksem getroffen'' verliefd wordt. Hij mag zelfs een keertje met haar naar bed. Einde liefde voor Chiara. Die gaat, overigens net als haar zusje en de hele familie, terug naar Italië. De man botst op straat tegen een nieuw meisje op, nu afkomstig uit Kroatië. Typisch voorbeeld van een boek dat in zijn eigen staart bijt.

Alles aan dit boek is onhandig. De plot, waarin ook nog een stalker-affaire meespeelt (met één telefoontje is die plotsklaps opgelost), is uiterst dun en ongeloofwaardig. De stijl is vlot en helder, kortom onopmerkelijk. Het meest idiote moment is dat waarop de verlaten vrouw haar man als hij het huis uitgaat met een plantenbak bekogelt. Die spat twee meter bij hem vandaan aan stukken. Een serieuze poging tot doodslag, zou ik zeggen. ,,Echt geschrokken ben ik niet. Wel heel verbaasd.''

Onno te Rijdt heeft met zichzelf afgesproken korte zinnetjes te schrijven. Zijn roman is hooguit verhalend entertainment voor wie nog nauwelijks enige literaire ervaring heeft.

Dan pakt Rebecca Gomperts het met haar debuut 'Zeedrift' wel anders aan. Zij brengt, ik citeer voor het gemak de flaptekst, een ,,hermafrodiete kapitein, een vrouwelijke matroos, een vraatzuchtige kokkin, een sexy stuurman, een oversekste machinist, een dolgedraaide marconist en een huidzieke bootsman'' bij elkaar op een schip. De kapitein bezit het vermogen om met dolfijnen in gesprek te raken en die hebben hem op de een of andere manier borsten bezorgd. Hij wil de wereld redden en dat kan, volgens de dolfijn, alleen maar als je zowel man als vrouw bent, zowel jong als oud. Het zal wel.

In het verloop van dit kant noch wal rakende verhaal, vol sprekende dolfijnen, afgeschudde piraten, opzwellende of slinkende borsten, wordt één keer een haven aangedaan, waarna het schip tot slot toch nog tegen een wrak aan vaart en met kapitein en al zinkt. De vrouwelijke matroos was even eerder over boord geslagen, de rest van de bemanning neemt de reddingsboot. De flaptekst beschouwt dit raadselachtige boek als een allegorische roman (ik kan er geen allegorie in zien), maar het lijkt mij eerlijk gezegd voornamelijk een oeverloze, doelloze en mislukte onderneming.

Dan Marieke Groen en haar verhalen in 'Net als Barbapapa', ook een debuut. Dat is weer het echte scholierenprozawerk: de meeste verhalen worden bevolkt door kinderen of jeugd, de meisjes hebben over het algemeen slechte ervaringen met hun papa's, die hen seksueel misbruiken, hen slaan of anderszins tiranniseren. Er komen verschillende vroege zwangerschappen en miskramen voor. Ook de hoognodige portie seks, zoals in het verhaal van twee Marokkaanse jongens die het met een veertigjarige vrouw mogen doen, maar dat later, tegen haar zin, onder bedreiging nog eens willen herhalen.

Stilistisch is er niet veel aan deze verhalen te beleven en alleen stijl had de pijnlijke ervaringen die erin aan de orde komen de vorm kunnen geven die ze onontkoombaar en invoelbaar maakt. Nu flodderen de verhalen maar voort en blijft er bitter weinig haken.

Geen opwekkende Boekenweek dit keer, voor deze recensent.

mailIcon print |