*

 
dossier

Archief

'Cultuurverschillen zijn te groot voor uniform beleid'

LEX OOMKES − 25/01/97, 00:00

AMSTERDAM - De agenda en de uitgenodigde sprekers op het prestigieuze, door het ministerie van sociale zaken georganiseerde congres in Amsterdam, lijken er op gericht de onwillige leden in de Europese Unie, lees Groot-Brittannië, over de streep te trekken. Mocht dat de opzet zijn, dan was die al bij voorbaat mislukt.

Er valt op het driedaagse congres geen vertegenwoordiger van de Angelsaksische lijn van economische en sociaal beleid te bekennen. Afgezien dan van die ene ambtenaar van het Britse ministerie van sociale zaken.

Het congres 'Sociaal beleid en economische prestaties', in het voormalige stadhuis van Amsterdam, heeft daardoor iets vrijblijvends, ook al meldde zich te elfder ure dan nog de gedoodverfde nieuwe Britse premier, Tony Blair. Geen woord had Blair over voor de rol van Brussel in een Europees sociaal beleid. Hij gebruikte deze conferentie om uit te leggen wat Labour wil veranderen aan het huidige sociaal-economische beleid van zijn opponent John Major. Een binnenlands-politiek verhaal met een binnenlands-politiek effect, afgaande op het massale gevolg van Britse journalisten dat met Blair even op het congres kwam kijken.

In de hoofdstad van de huidige voorzitter van de Europese Unie hebben zich de voorstanders verzameld van de gemengde economie. Spreker na spreker meet breed de zegeningen uit van een actieve rol van de overheid in het economische proces, de voordelen van een goede sociale bescherming en de positieve bijdrage die een serieus overleg tussen overheid, werkgevers en werknemers heeft op de economie.

Nu in 1999 de derde fase van de monetaire unie start, wordt het tijd dat Europa zich richt op meer dan een sterke munt en een lage inflatie alleen. Bij de opening van het congres zei gastheer minister Melkert van sociale zaken al dat de werkloosheid in Europa de doelen van monetaire integratie uiteindelijk in gevaar zal kunnen brengen. Het in Amsterdam in juni te sluiten nieuwe verdrag van de Europese Unie zal wat hem betreft ook een werkgelegenheidsparagraaf dienen te bevatten.

Melkert deed alle moeite om op de congresdeelnemers niet al te zelfgenoegzaam over te komen. Er is dan weliswaar geen Nederlands model om economie en sociaal beleid met elkaar te verzoenen, de ervaringen hier sinds het begin van de jaren tachtig kunnen de lidstaten wel iets leren.

De nauwe samenwerking tussen overheid en sociale partners, die hij als belangrije voorwaarde noemde, hoeft dat voor de meeste andere lidstaten echter niet te zijn. Landen als Zweden, Duitsland en Oostenrijk kennen soortgelijke systemen. Het gaat eerder om de erkenning dat de verzorgingsstaat niet volledig hoeft te worden ontmanteld, wil de Unie concurrende economieën houden.

Melkert kreeg de steun van congresvoorzitter en oud-premier Ruud Lubbers die de “pragmatische Nederlandse aanpak” prees, en van oud-voorzitter van de Europese commissie Jacques Delors, die niets bedreigends ziet in de verzorgingsstaat. Delors pleitte wel voor vernieuwing van vooral de stelsels van sociale zekerheid. Bescherming moet worden omgebouwd tot prikkels om de arbeidsmarkt op te zoeken. Maar de stelling dat sociaal beleid geen rem hoeft te zijn op economische ontwikkeling, blijkt op het driedaagse congres onomstreden, zelfs onder werkgevers.

Het verschil van mening in Europa ligt met andere woorden, even afgezien van Groot-Brittannië, dan ook niet bij de vraag of sociaal beleid nu een gevaar of een zegen is. De grote vraag werd gisteren gesteld door de Nederlandse econoom prof. B. van Praag. Is het niet verstandig, zo vroeg hij, het sociale beleid van de lidstaten via Brussel te harmoniseren?

Daar immers ligt het grote verschil van mening tussen de meeste lidstaten en Groot-Brittannië en de Zuid-Europese landen. Maar die vraag kwam op dit congres niet of nauwelijks aan de orde. Lubbers antwoordde Van Praag door er op te wijzen dat alleen al door de grote verschillen in economische ontwikkeling binnen Europa een geharmoniseerd sociaal beleid onmogelijk is. Bovendien zijn er te grote verschillen in politieke prioriteiten en in culturele tradities. “Door het sociale beleid te harmoniseren zou je een poging doen de Europese integratie van bovenaf op te leggen”, vond Lubbers. “Dat moet juist van onderop komen, vanuit de bevolking zelf.”

Hij werd daarin bijgevallen door premier Kurt Biedenkopf van de Duitse deelstaat Saksen. Binnen de Bondsrepubliek komen al zeer grote sociaal-economische verschillen voor, laat staan tussen de Europese landen, aldus Biedenkopf.

De niet of nauwelijks op het congres aanwezige Britten kunnen gerustgesteld zijn. Een echt, geïntegreerd Europees sociaal beleid vindt ook in andere lidstaten nog niet of nauwelijks weerklank. Coördinatie, zoals commissaris Flynn wel bepleitte, gaat hun wellicht al te ver. Maar Flynns pleidooi werd verder niet ter sprake gebracht. Sociaal beleid mag dan economische prestaties bevorderen, Europa wil daar gewoon niet aan.

Ook premier Kok toonde zich gisteravond niet bereid zich aan dit precaire probleem te branden. Hij kwam niet verder dan het onderschrijven van het Europese streven in ieder geval sociale minimumnormen in te stellen, om te voorkomen dat landen trachten een concurrentievoorsprong te verkrijgen door daar onder te gaan zitten. Kok stelde zich nog wel de vraag of de EU nieuwe beleidsinstrumenten ter beschikking gesteld moeten worden. Maar die vraag was ook tegelijktijd het einde van zijn toespraak.

mailIcon print |