WENEN - Wekenlang beheerste de vraag de Oostenrijkse media. Aan wie verkoopt de regering haar aandeel van 69 procent in de Creditanstalt, de tweede bank van Oostenrijk? De controverse was groot, een regeringscrisis hing in de lucht. Maar een oplossing is gevonden. Het typisch Oostenrijkse bankensysteem gaat op de helling.
Na een nacht onderhandelen werden de regeringspartijen het toch eens: de Creditanstalt gaat voor 17 miljard schilling (ongeveer 2,5 miljard gulden) naar de Bank Austria. Tegelijkertijd wordt het bankwezen verregaand geprivatiseerd. De gemeente Wenen, die indirect 49 procent van de Bank Austria controleert, brengt dit aandeel in vijf jaar terug tot minder dan 25 procent.
Met dat besluit lijkt een eind gekomen aan het typisch Oostenrijkse bankensysteem. Na de Tweede Wereldoorlog, toen de Sovjet-Unie nog een groot deel van het land bezet hield, werden alle belangrijke banken genationaliseerd. De grote partijen verdeelden alles braaf onder elkaar. De Creditanstalt werd 'zwart' - dat wil zeggen christendemocratisch - en de Zentralsparkasse en de Lünderbank 'rood'. Een paar jaar geleden fuseerden de 'roden' tot de Bank Austria.
Dat deze rode megabank nu ook de zwarte Creditanstalt op zou slokken, ging de christendemocratische üVP te ver. Volgens de üVP was ook geen sprake van privatisering als de Creditanstalt naar de Bank Austria zou gaan. Het staatsbezit zou de facto naar de gemeente Wenen gaan.
Het viel de üVP echter moeilijk een alternatief te verzinnen. Eerst stelde zij voor de Creditanstalt aan een internationaal consortium te verkopen. Vervolgens wilde zij de aandelen naar de beurs brengen. Maar in beide gevallen zou Oostenrijk een paar miljard schilling minder krijgen dan bij een verkoop aan de Bank Austria.
Viktor Klima, de socialistische minister van financiën, bleef dan ook bij zijn standpunt: “Wij verkopen aan de hoogste bieder.” En dat was de Bank Austria. Bovendien lieten de socialisten doorschemeren dat het einde van de coalitie een feit zou zijn als de üVP een verkoop zou verhinderen.
Dik tevreden
Uiteindelijk werden de regeringspartijen het dus toch eens. De socialisten beschouwen het compromis als een overwinning. Als minister van financiën kon Viktor Klima dik tevreden zijn. Met 17 miljard schilling had hij drie maal zo veel voor de Creditanstalt gekregen als oorspronkelijk verwacht. Bovendien geldt Klima nu meer dan ooit als kroonprins van kanselier Franz Vranitzky.
Aan de andere kant is de controverse niet bevorderlijk geweest voor de stemming in de regering.
Een andere vraag is wat voor gevolgen het ontstaan van de nieuwe bank zal hebben. Met een volume van ongeveer 200 miljard gulden is zij de grootste bank van Oostenrijk, maar op de Europese hitparade komt de bank niet hoger dan de dertigste plaats. Bovendien wordt de Creditanstalt ook in het buitenland als een expert wat betreft Oost-Europa beschouwd. De 'superbank' lijkt zo een aantrekkelijke partner voor een grote buitenlandse bank.
Bovendien is het bankwezen maar het topje van de ijsberg. Zowel de Bank Austria als de Creditanstalt beschikken hebben tal van belangen in de industrie, de handel en de dienstverlening. Zo beschikken de beide banken samen over een meerderheid in de Lenzing AG, de grootste producent van synthetische vezels in de wereld. Terwijl de Bank Austria de eigenaar is van de Austria Trend Hotels, bezit de Creditanstalt de Imperial Hotels. Ook in het verzekeringswezen en de bouw is de nieuwe bank een factor van betekenis.
Voor het personeel en de klanten van de Creditanstalt verandert er voorlopig weinig. Afgelopen weekend werd besloten dat er geen medewerkers worden ontslagen. De komende vijf jaar blijft de Creditanstalt een zelfstandige instelling. Hoe de nieuwe 'superbank' daarna gaat heten, is nog onduidelijk. Volgens experts is het goed mogelijk dat het tot die tijd nog tot andere fusies komt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.