Van onze redactie economie AMSTERDAM, APELDOORN - Tussen werkgevers en vakbeweging begint zich iets van toenadering over korter werken af te tekenen. De meningen lopen nog uiteen over de voorwaarden waaronder de werkweek verder kan worden verkort, maar het principe van 'selectieve ATV' staat niet meer ter discussie.
Binnen de vakbeweging is echter wel onenigheid ontstaan over de duur van de gemiddelde werkweek in de nabije toekomst. De Industriebond FNV trekt de grens bij 36 uur, terwijl de vakcentrale FNV aankoerst op een 32-urige werkweek. De industriebond “heeft ook te denken aan al die werknemers die in hun eentje de kost moeten verdienen; dan hebben we het over 40 procent van onze leden”, aldus voorzitter B. van der Weg gisteren op een nieuwjaarsbijeenkomst in Apeldoorn. “Wie korter wil werken dan 36 uur zal het moeten zoeken in individuele keuzes, bij voorbeeld in een deeltijdbaan.” De bond maakt van de 36-urige werkweek een hard punt in het komende CAO-overleg in de metaalindustrie en bij Philips, maar wil werkgevers ook niet kopschuw maken. “De gedachte bij veel werkgevers is immers dat vier maal negen uur al gauw vier maal acht uur wordt”, aldus een bondswoordvoerder.
Uit de - door de vakbeweging voorzichtig-positief ontvangen - CAO-nota van de werkgeversorganisatie VNO-NCW blijkt dat de werkgevers willen dat de beloning evenredig met de arbeidsduur daalt. De vakbonden gaan er vanuit dat korter werken uit de op 4 procent begrote 'onderhandelingsruimte' kan worden betaald en dat er dan nog een loonsverhoging van maximaal 3 procent van af kan. De mogelijkheid van loonsverlaging is voor de industriebond juist een reden om voorlopig niet verder te willen dan 36 uur. Vooral kostwinners zouden in financiële problemen komen als ze pakweg 10 procent loon moeten inleveren voor een 32-urige werkweek. Afspraken over korter werken zijn voor VNO-NCW alleen opportuun als het bedrijf daar baat bij heeft. Dat zou kunnen door het verlengen van de bedrijfstijd en een flexibeler inzet van werknemers. De vakbeweging is daar op zichzelf niet op tegen, mits het gevolg is dat de werkgelegenheid in stand blijft of wordt uitgebreid. De 36-urige werkweek geldt op dit moment al voor een miljoen (van de 6,5 miljoen) werknemers in Nederland.
De christelijke vakcentrale CNV is niet zo onder de indruk van de randvoorwaarden die de werkgevers stellen om een kortere werkweek te introduceren. Volgens CAO-coördinator C. van der Knaap wordt er niet aan de rem getrokken wat betreft korter werken: “Er zit voldoende ruimte om samen met de vakbonden te gaan onderhandelen.”
Zo kan er volgens Van der Knaap een mooie ruil plaatsvinden tussen een kortere werkweek en langere openingstijden van bedrijven. “Die combinatie leidt juist tot meer werkgelegenheid en daar zijn wij erg voor.”
Opvallend in de nota is volgens de CNV-bestuurder dat er dit jaar beduidend meer ruimte zit bij de werkgevers om ATV in te voeren, in vergelijking met vorig jaar. Wat dat betreft staat metaalwerkgever Van den Akker redelijk alleen in zijn opstelling dat er absoluut geen sprake kan zijn van ADV. “Hij moet de nota maar eens goed lezen”, aldus Van der Knaap. Ook zijn collega H. Krul van de Industriebond FNV vindt dat de nota bruikbare aanknopingspunten biedt. “Het is een stuk verstandiger dan wat Philips-topman Timmer en Van den Akker te melden hebben”, aldus Krul.
Ook de vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel (MHP) is gematigd positief over de voorwaarden van VNO-NCW. “Ze hebben toch ietsje water bij de wijn gedaan”, aldus woordvoerder F. van Schaik. De MHP denkt zelf ook “zeer genuanceerd” over het invoeren van ATV. “In principe zien we de arbeidstijdverkorting als een middel om werkgelegenheid te creëren, maar het moet niet collectief en verplicht worden opgelegd. Je moet het per situatie, bedrijfstak en bedrijf bekijken”, aldus Van Schaik.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.