Van onze verslaggeefsters NIJKERK - De Rotterdamse predikant J. Doff moet de gereformeerde kerken leiden uit de crisis waarin ze de afgelopen anderhalve week verzeild geraakt zijn. “Ik ben een man die niet voor de troep uitloopt”, zei hij gisteravond over zichzelf. “Wat ik zeg moet breed gedragen worden in onze kerken.”
Met die uitspraak plaatste de 48-jarige Doff zich meteen tegenover ds R. Vissinga die een week geleden aftrad vanwege de zogeheten pedo-affaire. Vissinga's solistische optreden naar aanleiding van de verzonnen 'bekentenis' van synode-adviseur Van Drimmelen dat hij pedofiel was, werd scherp bekritiseerd. Ook de overige moderamenleden maakten wel fouten, werd gisteren gezegd, maar hun geloofwaardigheid kwam niet in het geding. Om die reden sprak de synode gisteren opnieuw het vertrouwen uit in de drie bestuursleden die samen met Vissinga opstapten. De synode vergaderde gisteren de hele dag achter gesloten deuren over de toestand die door de affaire is ontstaan.
De synode zal de komende maanden gebruiken om te proberen de schade te herstellen die de affaire-Van Drimmelen heeft aangericht. In nauwe samenwerking met de Samen op Wegpartners zal bekeken worden welke stappen nodig zijn om het vertrouwen in de kerk weer terug te krijgen. “We leren van de dingen die verleden week fout zijn gegaan”, zei Doff. “De rust en de veiligheid moeten weer terugkeren.” De besturen van de hervormde en lutherse synode waren er in Nijkerk de hele dag bij.
De synode nam opnieuw nadrukkelijk afstand van pedofiele relaties, “die per definitie ongelijkwaardig zijn”. Er zal de komende maanden nader onderzoek komen naar de achtergronden van seksueel misbruik en de mechanismes die daarbij een rol spelen.
Synodeleden toonden zich gisteravond ingenomen met hun nieuwe voorziter, die met 43 van de 63 stemmen werd gekozen. Doff was voorzitter van de commissie die aan de synode verslag uitbracht over de affaire-Van Drimmelen. Hij is drie jaar synodelid en nauw betrokken bij Samen op Weg. Over zijn 'ligging' in de gereformeerde kerken zei hij “Ik laat me denk ik niet gemakkelijk in een hokje duwen.”
- Pagina 10: synode bezint zich
Gereformeerde synode bezint zich VERVOLG VAN PAGINA 1
De gisteren gehouden gereformeerde synodevergadering was omgeven door angst voor de pers. Journalisten mochten zelfs de hal van de Goede Herderkerk te Nijkerk niet betreden, laat staan spreken met synodeleden. Zelfs over het openbaar maken van het rapport van de commissie die de affaire-Van Drimmelen heeft onderzocht, was men het niet eens. De commissie zelf was er overtuigd voorstander van het rapport in zijn totaliteit vrij te geven - we moeten juist open zijn en niets achterhouden - maar verschillende synodeleden wilden de pers met een gecensureerde versie afschepen. Uiteindelijk koos men voor openheid. De synodevergadering zelf verliep in een goede sfeer, niet emotioneel, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de twee andere SoW-kerken, de hervormde en lutherse. Nadat ds. Vissinga nog eenmaal de synodevergadering mocht openen, vertrok hij naar huis en werd de leiding in handen gelegd van ds. H. Menkveld, de oudste predikant in jaren ter synode. Leidraad voor de discussie was het rapport, dat een ad hoc onderzoekscommissie van de synode de afgelopen week heeft samengesteld. Urenlang is er gesproken over het solisme van de voorzitter, over de rol van de voorlichting, over het klimaat in de synode - het lijkt wel, werd gezegd, of men elkaar niet meer kritisch kan ondervragen. Van Drimmelen had een halt moeten worden toegeroepen. Waarom is dat niet gebeurd?
Ook over de rol van ir. Van der Graaf, secretaris van de Gereformeerde bond in de hervormde kerk werd gesproken. Echter niet door de gereformeerde synodeleden, maar door de aanwezige preses van de hervormde kerk, ds. Wim Beekman. Deze noemde het optreden van Van der Graaf onwijs en zelfs onkies. Dat geeft geen oplossing, maar legt een bom onder onze kerk, meende hij.
Omdat uit het onderzoeksrapport blijkt welke houding, naast Vissinga, de overige drie moderamenleden, ds. K. Wigboldus, ds. W. Barendrecht en ouderling H. Dolstra-Muggen, terzake hebben ingenomen, werd pas na behandeling van het rapport een besluit genomen over hun positie. In haar rapport heeft de onderzoekscommissie een chronologie van de gebeurtenissen gemaakt. Daarvoor heeft ze met alle betrokkenen gesproken, behalve met de betrokken ds. J. Huttenga. Deze kon het niet opbrengen om aan het onderzoek mee te werken. Uit deze chronologie blijkt dat moderamenlid W. Barendrecht zaterdag 10 januari al contact heeft gezocht met voorzitter Vissinga. Barendrecht voorzag ernstige gevolgen, met name doordat zowel in de brief van Van Drimmelen als in de reacties van Vissinga daarop, de slachtoffers van pedoseksueel misbruik buiten zicht bleven. Ook merkte hij tegen Vissinga op dat Van Drimmelen zijn artikel koppelt aan een strafzaak en dat de vergelijking van pedofielen met homo's volgens hem niet opgaat. Na beƫindiging van het gesprek verwachtte Barendrecht dat Vissinga in volgende mediaoptredens meer over de slachtoffers zou zeggen en minder Van Drimmelen zou verdedigen. Quod non, althans in onvoldoende mate. De synode kwam gisteren tot het besluit dat Barendrecht, Wigboldus en Dolstra in het synodebestuur mogen blijven zitten. Ze hebben dan wel fouten gemaakt, maar de werkverdeling binnen het moderamen was dusdanig dat de voorzitter solo kon optreden. En solo is in dit geval solistisch geworden. Een nog onbekende gebeurtenis, die in het rapport wordt beschreven is de volgende. In de loop van maandag 12 januari wordt algemeen bekend dat Van Drimmelen niet pedofiel is. Dezelfde dag hoort Barendrecht van Vissinga dat het hervormd moderamen een persverklaring wil uitgeven. Dit uit onvrede met het feit dat ze nergens in gekend zijn. Vissinga vindt dat echter geen goed idee, omdat het een gereformeerde aangelegenheid is. Vissinga maakt een concept-persverklaring en faxt die naar het hervormd moderamen, waar Barendrecht aanwezig is. Omdat in de verklaring nog steeds Van Drimmelen wordt verdedigd, wil Barendrecht echter geen verantwoordelijkheid dragen voor deze verklaring. Ook het hervormd moderamen wijst de verklaring af om dezelfde reden en omdat er te weinig wordt gesproken over het ontoelaatbare van pedofilie. Er komt die avond geen persverklaring; dit alles geschiedt zonder dat de overige gereformeerde moderamenleden hiervan weet hebben. De volgende dag, dinsdag 13 januari komt het gereformeerd moderamen bijeen. Direct na de verklaring van Vissinga over zijn optreden wordt buiten zijn aanwezigheid besproken of hij als preses nog het vertrouwen geniet. Conclusie: hij heeft fouten gemaakt - hij had het moderamen bijeen moeten roepen, minder solistisch moeten optreden en terughoudender moeten zijn in zijn reacties in de media - maar hij blijft toch het vertrouwen houden op grond van zijn integriteit en capaciteiten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.