ROTTERDAM - Hoewel de vier films van het veelbesproken Route 2000-project pas morgen hun première beleven, was zondag ook een door Nederlandse films gekleurde dag op het Filmfestival Rotterdam. Met Frank Scheffers 'De weg' en Ben van Lieshouts 'De verstekeling' bewees het festival dat de ruime aandacht voor Nederlandse films volledig is gerechtvaardigd.
Negen nieuwe Nederlandse lange films worden in Rotterdam vertoond: acht films beleven hun wereldpremière, 'De verstekeling' won vorig jaar oktober al de hoofdprijs op het Filmfestival Mannheim-Heidelberg. Het is een opmerkelijk aantal, dat niet alleen leidt tot speculaties over de bloei van de Nederlandse film, maar ook over eventuele overcompensatie van de Engelse festivaldirecteur Simon Field. Immers: geen betere manier om Nederlandse filmmakers aan je te binden dan het vertonen van hun werk. Voorlopig mag worden vastgesteld dat er voor de tweede speculatie geen enkele grond is. 'De weg' behoort tot het beste wat er in Rotterdam te zien is. Sterker nog, na vier dagen festival was het mijn eerste vijfje ('zeer goed') op het kaartje van de publieksenquête.
Frank Scheffer was al jaren een vaste gast in Rotterdam en zal dat zeker blijven, want zijn werk past uitstekend in Fields streven om te laten zien hoe cinema verbindingen aangaat met andere kunsten. Gesprekken met Scheffer over de wisselwerking tussen film en muziek, een terrein dat door Scheffer al ruim tien jaar in een rap uitdijend oeuvre wordt verkend, werken hierbij zeer inspirerend, vertelde Field voorafgaande aan de première. De samenstelling van het publiek - van collega-filmmakers Johan van der Keuken en Ian Kerkhof tot de fine fleur uit de muziekwereld - en het live-optreden van pianiste Tomoko Mukaiyama onderstreepten de crossover-filosofie. Opmerkelijk aan Scheffers praatje was dat hij, net als Peter Delpeut bij diens openingsfilm 'Felice...Felice...', nadrukkelijk aandacht vroeg voor de stimulerende rol van de publieke omroep, in dit geval de Avro, bij het maken van 'De weg'. Zonder publiek bestel worden dergelijke 'moeilijke' films niet gemaakt, zo luidt hun boodschap.
In 'De weg' volgt Scheffer Louis Andriessen tijdens het componeren van diens muziekstuk 'Tao', het tweede deel uit een trilogie over de dood. Andriessen had zich geen betere interpretatie van zijn werkwijze en het eindresultaat kunnen wensen. Net als Andriessen beweegt Scheffer zich op twee niveaus: enerzijds proberen ze allebei greep te krijgen op de inhoudelijke context van compositie respectievelijk film, anderzijds zoeken ze allebei naar nieuwe vormen - de een in geluiden, de ander in beelden - om die 'informatie' vorm te geven. In een volstrekt heldere opbouw, net als Andriessens compositie opgezet rondom teksten over de dood uit de Tao-Te Ching, presenteert Scheffer de wording van een compositie, op een manier die ook voor muzikale leken fascinerend is om te zien.
Een cruciale rol in de film wordt gespeeld door Tomoko Mukaiyama, die met haar krachtige gezichtsuitdrukking ook wordt ingezet als actrice. Scheffer is niet bang voor toegevoegde scènes tussen grafstenen of kersenbloesems. Terwijl Andriessen zich door een sinoloog het Taoïsme laat uitleggen, leert Tomoko in Japan om op een koto te spelen. Samen ontdekken ze dat het slaan op de koto moet worden vervangen door tokkelen. Mooi zijn ook de scènes waarin Andriessen aan Elmer Schönberger uitlegt hoe het moet worden, met het hele stuk uitgetekend in drie gekleurde lijnen op een vodje papier. Andriessen geeft zijn inspiratiebronnen en bedoelingen prijs, in een stadium dat hij daar nog erg onzeker over is. Onder de beelden van dit zoeken en reizen klinkt 'Tao'. Het zien van 'De weg' doet verlangen naar het horen van de compositie aan één stuk en zonder beelden, maar dat verlangen is onvermijdelijk en maakt de synthese van muziek en film niet minder geslaagd. 'De weg' van Scheffer is een autonoom werkstuk naast 'Tao' van Andriessen.
Ook 'De trip van Teetje' van Paula van der Oest, gisteren al aan de pers vertoond, is interessanter dan menige film van elders. Naar aanleiding van een krantenbericht schreef Van der Oest een scenario over een Rotterdamse crimineel die met de koop van een Russisch schip zijn slag denkt te slaan. Het schip ligt echter al drie jaar aan de ketting, de radeloze bemanning zit gevangen aan boord en kan niet naar huis. Mede dankzij de hulp van zijn godsvrezende vriendin leert Teetje nieuwe waarden kennen, de rampspoed brengt hem tot loutering. Het originele gegeven wordt door Van der Oest gepast-realistisch uitgewerkt, met personages die kleurrijk genoeg zijn om het verhaal weer enigszins los te trekken van al te veel realisme of moralisme.
Cees Geel is voortreffelijk als de aandoenlijke branieschopper met knalrode BMW, Thekla Reuten is net zo'n ontdekking als brave verpleegster met Maria in haar medaillon. Van der Oest heeft oog voor sprekende details, zoals het gore t-shirt uit Sint Maarten van een oude zeeman waarmee Teetje's ultieme materiële droom - een cruise naar de 'Karibían' - effectief onderuit wordt gehaald. Dat de film is opgenomen op twee Russische schepen die daadwerkelijk aan de ketting liggen en een deel van de zeelui écht niet naar huis kunnen, geeft aan curieuze meerwaarde aan de speelfilm.
Morgenavond gaan de vier films van 'Route 2000' in première. Hopelijk wordt het feest niet ontsierd door een dreigende ruzie tussen hoofdproducent Motel Films en twee co-producenten over de credits, over wie wat heeft gedaan. Jaargang 98 van de Nederlandse film verdient beter.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.