*

 
dossier

Archief

'Medische neutraliteit was een farce in Srebrenica'

Door: redactie − 09/11/96, 00:00

Van een onzer verslaggevers UTRECHT - Het medisch personeel van Dutchbat had de burgerbevolking tijdens de belegering en val van Srebrenica geen medische hulp mogen weigeren. Dat komt neer op schending van een fundamenteel mensenrecht.

Dit oordeel velde kolonel-arts G. Kremer gisteren in Utrecht op een congres van de Johannes Wier-stichting over schending van medische neutraliteit. De tien jaar oude stichting is een mensenrechtenorganisatie van en voor artsen, verpleegkundigen en paramedici. Kolonel Kremer is als commandant van de krijgshospitaal-organisatie en chirurg van Dutchbat nauw betrokken geweest bij Srebrenica.

Aanvankelijk kon het medisch team van Dutchbat veel hulp bieden aan de moslim-bevolking in en rond Srebrenica, al was dat niet de officiële richtlijn. Aan de humanitaire hulp kwam in juli 1995 een einde, toen de voorraden uitgeput raakten. Geneeskundige verzorging van VN-militairen kreeg voorrang.

Twee ernstig gewonde burger-patiënten konden niet bij Dutchbat terecht, terwijl een vrouw met schotwonden geen operatie mocht ondergaan. Op het hoogtepunt van de aanval op Srebrenica mochten de militaire artsen bovendien de bunker niet uit om hulp te verlenen.

“Gelukkig heeft een aantal Dutchbat-artsen zich daarvan niets aangetrokken, ook al was het een militar bevel”, aldus Kremer. De voorrang voor VN-militairen staat op gespannen voet met het non-discriminatiebeginsel. “Het reserveren van medische voorraden voor uitsluitend (Nederlandse) militairen had dan ook niet gemogen. Het weigeren van adequate medische hulp bij een in levensgevaar verkerende burger was ook niet juist. Het zonder ruggespraak met de medisch eindverantwoordelijken weigeren van overname van ernstig gewonde burgerpatiënten door de plaatsvervangend commandant was evenin een goede gang van zaken.”

Naar aanleiding van 'Srebrenca' is de instructie inmiddels drastisch gewijzigd. In acute situaties is humanitaire hulpverlening verplicht. De artseneed weegt zwaarder dan de militaire eed.

Naarmate het aantal gewapende conflicten in de wereld toeneemt, komt de medische neutraliteit meer in het gedrang. De Johannes Wier-stichting meldde onlangs nog, dat een kwart van de Nederlandse artsen die uitgezonden zijn, wordt gedwongen als waarnemer assistentie te verlenen bij het uitvoeren van lijfstraffen. Artsen in conflictgebieden zouden ervan verzekerd moeten zijn, dat ze integer en zonder aanzien des persoons hun werk kunnen doen. Het handhaven van die morele standaard wordt volgens voorzitter A. van Es van de stichting “vaak misverstaan als een politieke daad, als terrorisme, als subversief gedrag of gebrek aan loyaliteit en medewerking met zogenaamde nationale belangen”.

In die gevallen lopen artsen aanzienlijke persoonlijke en beroepsmatige risico's. “Voldoen aan de eisen van onderdrukkende regeringen heeft weer het risico van medeplichtig worden aan de zogeheten samenzwering van stilte”, aldus Van Es.

De Johannes Wier-stichting pleit voor het instellen van een speciale VN-rapporteur voor gezondheidswerkers en mensenrechten, die moet toezien op het naleven van het recht op gezondheidsorg. De Britse en Nederlandse artsenorganisaties steunen dit voorstel. De huidige VN-rapporteurs maken soms melding van schendingen van het recht op gezondheidszorg, maar dat is volgens de stichting te veel van het toeval afhankelijk.

mailIcon print |