Niet bekend
Amsterdam heeft voor ruim 25 miljoen gulden aan paaltjes staan, 65.000 van die anti-parkeergevallen. Veel te veel, vindt Ter Horst. Veel te dominant, vond de dienst Stedelijk Beheer al een paar jaar geleden en kondigde aan dat ze gedeeltelijk zouden verdwijnen wanneer ze overbodig waren.
Tweehonderd gulden per stuk kost zo'n Amsterdammertje en dat vindt Ter Horst te veel geld. De gemeente moet per jaar honderdduizenden guldens uittrekken om ze te plaatsen en te onderhouden. De wethouder weet wel andere manieren om de parkeeroverlast tegen te gaan. Eén daarvan is een permanente controle door de dienst Parkeerbeheer: 24 uur per dag moeten de haviken in hun busjes in touw zijn om auto's op trottoirs in de klem te zetten of weg te laten slepen.
Proeven met verhoogde trottoirbanden en een andere inrichting van straten blijken goede alternatieven te zijn, waarbij opnieuw de inspanningen van Parkeerbeheer eraan moeten bijdragen het ongewenste blik te weren. Voor fietsers en rolstroelers worden de stoepranden op verschillende plaatsen verlaagd.
De brandweer zal buitengewoon gelukkig zijn met de plannen van de wethouder. Sinds de eerste Amsterdammertjes in 1972 in het stadsbeeld verschenen, vormen zij bij dat korps een grote bron van ergernis. Spuit- en ladderwagens lopen door de paaltjes vaak schade op en in oude wijken als de Pijp en de Jordaan loopt de brandweer bij het uitrukken vaak kostbare minuten vertraging op. Maar ook bloembakken en betonblokken zijn bij calamiteiten tijdverslindende obstakels.
Niet bekend
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.