AMSTERDAM - Zeker in de oorspronkelijke opzet, toen de twaalf speelsters elkaar nog allemaal ontmoetten, was de Top Twaalf een toernooi vol drama, pijn, vreugde, verdriet, verdachtmakingen, beschuldigingen en pure topsport. Het was dùs het evenement van tafeltennisster Bettine Vriesekoop. Haar imposante carrière werd gekenmerkt door drama, pijn, vreugde, verdriet, verdachtmakingen, beschuldigingen en pure topsport.
Vriesekoop nam maar liefst zeventien maal deel aan het jaarlijkse toernooi tussen de beste twaalf speelsters van Europa. Bijna twintig jaar na haar debuut in 1978 in Praag neemt zij dit weekeinde in Eindhoven definitief afscheid van het internationale platform. Tijdens haar achttiende Top Twaalf komt er een eind aan een krankzinnige loopbaan van een van de meest succesvolste, gedreven, besproken, beschreven, gehate en geliefde sportvrouwen van Nederland. Vriesekoop vocht voor wat ze dacht dat ze waard was. Tegen alles en iedereen: zichzelf, bestuurders, onrecht, coaches, spanning, ploeggenoten, windmolens en twee generaties tegenstanders. Maar één ding kon ze het beste, fantastisch tafeltennissen.
Twee Europese titels, twee Top Twaalf-zeges, dertien keer winnares van een open kampioenschap en 29 nationale titels vormen een deel van de erelijst van Vriesekoop, die tevens driemaal (vergeefs) op jacht ging naar Olympische roem, in Seoul, Barcelona en Atlanta. Bij Vriesekoop, 35 jaar, is het heilige vuur geslonken tot een waakvlam. Het afscheid in Eindhoven is definitief, hoewel je het met Vriesekoop nooit zeker weet. Een reconstructie van haar loopbaan aan de hand van haar Top Twaalf-verleden.
Het duurde vier jaar voordat Vriesekoop na haar debuut als zestienjarig meisje in Praag in Nantes op het hoogste podium terecht kwam. Zelf beschouwt zij die titel als haar dierbaarste herinnering aan de Top Twaalf, mede door de steun van de trouwe Avanti-fans en door het feit dat zij eindelijk eens won van Jill Hammersley, de Britse verdedigster die haar driemaal van de eerste prijs had afgehouden. 'Zelfs de journalisten juichten mee', kopte Tafeltennis Magazine destijds boven het artikel. Zo was het ook vaak en zo bleef het ook. Veel tafeltennisverslaggevers hebben en hadden een zwak voor Vriesekoop, door de buitenwacht afgeschilderd als het onmondig slaafje van haar coach Gerard Bakker.
Een jaar na het succes in Nantes, kreeg het bewogen boek van Vriesekoop en Bakker een vervolg. Bakker mocht vanwege een schorsing zijn pupil tijdens de Top Twaalf in Thornaby niet coachen. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Toen Bakker vond dat Vriesekoop tegen Olga Nemes een aantal malen werd benadeeld door de scheidsrechters, stoof hij de tribunes af om de arbitrage aan te klagen en Vriesekoop instructies te geven. Interim-coach Nora Bakker (geen familie) zat er voor schut bij. Het bleef niet bij dat ene relletje. Vriesekoop, die derde werd, speelde in kleding van haar privé-sponsors en niet in het shirt van de bondssponsor.
Na weer een tweede plaats in Bratislava (met Jan Vlieg als coach en net hersteld van de ziekte van Pfeiffer), pakte Vriesekoop in 1985 in Barcelona de Top Twaalf-titel zonder een partij te verliezen. Dat was eerder alleen de Hongaarse Beatrix Kishazi (1973) gelukt. Als basis voor het succes gaf Vriesekoop mede de verbeterde verhouding met de bond aan. Eindelijk geen Peyton Place-achtige toestanden meer. De drie volgende Top Twaalf-toernooien, in Södertalje, Bazel en Ljubljana verliepen zonder succes en ook zonder problemen. In Ljubljana ('88) mopperde Bakker nog wel even over een vermeende Oost-Europese samenzwering tegen Vriesekoop.
Het doek leek gevallen. Na de Olympische Spelen in Seoul wist Vriesekoop zeker dat ze nooit meer een batje aan zou raken, een 'dreigement' dat ze anderhalf jaar later weer introk. In de jaren tussen Seoul en haar rentree stapte Vriesekoop in een nieuw bestaan. Ze brak alle banden met Bakker, die het als coach niet zo nauw had genomen met de menselijke waarden in het leven. Lichamelijke, maar bovenal geestelijke terreur hadden Vriesekoop kopschuw gemaakt, een vreemde in de wereld buiten de tafeltennishal. Toch vond ze de weg terug. Ze verruilde de beslotenheid van Hazerswoude voor de vrijheid van Amsterdam, veranderde van een schuchter dorpsmeisje tot een vrouw van de wereld.
Dus ging ze weer tafeltennissen, want dat bleef een deel van haar nieuwe leven. In 1991 keerde ze terug op de Top Twaalf, in Den Bosch. In haar eerste grote internationale toernooi na haar rentree speelde het verleden steeds door haar hoofd. Alle partijen zaten vol spanning, emotie, woede en frustratie. Onvergetelijk was de halve finale met Mirjam Hooman, de latere winnares. Al na drie punten en twee afgekeurde services trok Vriesekoop het trainingspak aan. Na veel discussies kreeg Vlieg haar weer achter de tafel.
In hetzelfde jaar vochten Vriesekoop en Hooman tijdens de WK in Chiba (Japan) een misselijkmakende privé-oorlog uit. Het duo kon elkaar niet luchten of zien en de stress was van hun gezichten af te lezen. Later sijpelde door dat de halve finales in Den Bosch, waar vijf games lang het mes op tafel lag, een van de oorzaken was van de ordinaire ruzie. Het toernooi in Chiba vormde wellicht het dieptepunt in de menselijke omgang tussen de twee sporters. Vriesekoop had voor het vertrek naar Japan al een angstig voorgevoel en na alle ellende zat ze er hulpeloos bij, als in de tijd met Bakker. Ze kondigde weer haar afscheid aan, maar nog geen etmaal later was ze van gedachten veranderd.
In 1992 meldde Vriesekoop zich dus weer bij de Top Twaalf in Wenen, die ze als negende beëindigde. Die deceptie werd later in het jaar in Stuttgart gevolgd door haar tweede Europese titel, een decennium na haar eerste Europese succes in Boedapest. In Kopenhagen, 1993, vroeg een Deense verslaggever op de Top Twaalf zich af of de deelnemende Vriesekoop soms een dochter was van de kampioene uit de jaren zeventig. Tijdens het toernooi zag Vriesekoop weer beelden terug uit haar verleden. Ze was totaal van de kook, nadat de Zweedse coach Ulf Carlsson haar had beschuldigd van puntenpikkerij. Zo is ze altijd geweest en zo zal ze altijd blijven, luidde de optelsom van Carlsson.
In Arezzo, een Top Twaalf later, liepen de emoties opnieuw hoog op. Vriesekoop betichtte eerst Hooman van 'onbeschoft gedrag' omdat die zich, tegen gemaakte afspraken in, vanaf de tribunes had laten coachen door Frits Kantebeen. Eenmaal op het oorlogspad ging ze ook in de aanval tegen bestuurder Carel Deken, die het verwijt te horen kreeg dat hij niets, maar dan ook helemaal niets, van topsport snapte. Ook de bij de bond ontslagen Vlieg, bemoeide zich later aan de bar van het hotel met de weinig frisse discussie. Weer mislukte een sportieve missie van Vriesekoop door 'verschijnselen van buitenaf', weer repte ze over het einde van haar loopbaan en weer maakte ze die stap niet.
Na haar vijfde plaats in Dijon (1995) onthulde Vriesekoop voor het eerst dat haar ouder wordende lichaam steeds meer moeite kreeg de instructies uit het hoofd op te volgen. Toch reisde ze vorig jaar fitter dan ooit (zo zei ze zelf) en beter dan ooit (zei coach Vlieg) naar Charleroi, waar ze voor het eerst in vijf jaar weer de halve finales haalde. Na de kansloze nederlaag (tegen Csilla Batorfi) zat vooral Jan Vlieg met de handen in het haar. Hoe was het mogelijk, zo vroeg de Groninger zich af, dat Vriesekoop met al haar ervaring weer ten onder ging aan die verduvelde spanning? Volgens de coach is zijn pupil al beter dan de rest als ze tachtig procent van haar niveau haalt. Het grote probleem is Vriesekoop voor tachtig procent te laten functioneren. Misschien lukt dat nog één keer, dit weekeinde op haar achttiende Top Twaalf in Eindhoven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.