DEN HAAG - Sirin Phathanothai was een bijzonder kind, al had zij dat zelf niet door. In 1956, als acht-jarige, werd zij samen met haar twee jaar oudere broer naar China gestuurd, om te worden opgevoed onder de hoede van premier Zhou En-lai. Haar vader, een prominent Thais politicus, wilde met deze 'geste' de Thais-Chinese betrekkingen veiligstellen. En zo vermeiden Sirin en haar broertje zich in het zwembad, met uitzicht op de blote buik van de Chinese leider Mao en die van andere grootheden. En toen barstte de Culturele Revolutie los.
Voor buitenstaanders mag haar leven overduidelijk bijzonder heten, bij Phathanothai, tegenwoordig Thaise regeringsadviseur en echtgenote van een Nederlandse oud-ambassadeur in China, brak dat besef pas door in 1976, toen ze in Engeland woonde, en hoorde dat 'oom Zjoe' was gestorven. “De BBC herdacht hem als een groot man, en toonde beelden van huilende mensen op straat”, vertelt ze. “Pas toen besefte ik: ik heb meer dan tien jaar van mijn jeugd met hem geleefd. En dat besef was zeer pijnlijk: ik was te jong geweest om door te hebben met wat voor een bijzonder iemand ik had geleefd. En nu het me begon te dagen, was hij gestorven.”
Een Amerikaanse vriendin haalde haar in 1983 over om een autobiografie te schrijven. Twee jaar geleden verscheen het in het Engels. Vertalingen in het Japans en Thais volgden. Een Chinese uitgave staat op stapel, en ook een op het boek gebaseerde Chinees-Thaise televisieserie, die ook in China zal worden uitgezonden. Gisteren werd de Nederlandse vertaling van 'De Parel en de Draak' ten doop gehouden.
In feodale tijden stuurden leiders van kleinere landen soms hun kroost naar het Chinese hof, om de keizer gunstig te stemmen. Vader Phathanothai kwam begin jaren '50 op het idee om met zijn kinderen hetzelfde te doen. De wereld was volop in de greep van de Koude Oorlog. Thailand had, met het mes op de keel, de zijde van de VS gekozen. Om China duidelijk te maken dat Thailand niettemin hoge prijs stelde op goede betrekkingen met zijn machtige buur, deed hij Zhou En-lai zijn voorstel.
Zhou En-lai, schrijft Phathanothai, reageerde eerst terughoudend. Maar volgens Phathanothai had hij geen principiële bezwaren: “De revolutionaire leiders hadden de mond vol over het afschaffen van de feodale ideologie, maar waren doordrenkt van diezelfde, aloude Chinese cultuur. Zhou vond het idee wel gevaarlijk. Als de Amerikanen erachter zouden komen, zou dat gevaarlijk voor mijn vader kunnen zijn.”
In 1956 zwichtte Zhou. Phathanothai: “Maar het moest in het diepste geheim gebeuren. Nooit hebben de Amerikanen ervan geweten. Zhou waardeerde het gebaar en nam zelf ook een enorm risico. Hij was in een machtstrijd gewikkeld. Andere leiders zouden het tegen hem kunnen gebruiken dat hij gemene zaak maakte met leiders van een vijandige natie.”
Zelf verheugde ze zich: “Ik wilde graag met het vliegtuig. En ik wilde mijn vader behagen en later kunnen opscheppen tegen mijn vrienden.” De praktijk viel tegen. Peking was lelijk. Er was geen Coca Cola. Op school was ze een vreemde eend in de bijt. Maar zij en haar broer werden liefdevol behandeld door Zhou en diens vertrouweling Liao Cheng-zi.
Twee jaar na aankomst, in 1958, vond een coup plaats in Thailand. Haar vader belandde in de cel. Phathanothai: “Ik voelde me een 'politieke wees' - een term die ik oppikte uit de films over martelaren die voor China waren gevallen en die kinderen achterlieten. Ook Zhou sprak vaak over deze 'politieke wezen'.” Maar haar vader werd vrijgelaten en in 1967 vond het weerzien plaats. Dat zou uitlopen op een drama. Vader kwam met een boodschap: de Amerikanen wilden overleg met de Chinezen over normalisering van de betrekkingen. De kinderen probeerden het hun vader uit het hoofd te praten. China was in de greep van de Culturele Revolutie. Iedereen met zo'n boodschap zou aangezien worden voor 'lakei van het imperialisme'.
“Mijn vader zei: ook als China het voorstel tot overleg niet accepteert, moet ik de boodschap overbrengen. De wereldvrede hangt ervan af. Dat was zijn visie. Het was totaal krankjorem, ondenkbaar, onmogelijk. Maar hij wilde niet luisteren.” Hij overreedde zijn kinderen hem te helpen, bracht zijn boodschap - en werd prompt door de Rode Gardisten die het voor het zeggen hadden het land uitgezet. De kinderen werden gedwongen zich publiekelijk van hem te distantiëren. De in ongenade gevallen Zhou kon geen bescherming meer bieden. Sirin verdween naar het platteland en later naar een fabriek. Pas in 1970 kon ze China ontsnappen.
Twee jaar geleden, bij de verschijning van Phathanothais boek in de VS, schreef een recensent in de Washington Post dat vader Phathanothai in een illusie moet hebben verkeerd. De medewerker van de Amerikaanse ambassade in Bangkok die Phathanothai zou hebben gestuurd en ook andere betrokkenen en historici zouden tegenover de krant hebben geoordeeld dat de VS toen nog niet piekerden over normalisering van de betrekkingen, en nooit de 'onbetrouwbare' Phathanothai zouden hebben uitgekozen voor zo'n boodschap.
Maar Siri Phathanothai, die met het schrijven van het boek ook haar aanvankelijke wrok tegen haar vader heeft verwerkt, ziet hem nog steeds als 'held': “Niemand weet wat de CIA destijds in Thailand allemaal bekokstoofde, zelfs op het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken weten ze dat heden ten dage niet. Maar dit verhaal was al lang bekend. In 1974 en 1975 heeft mijn vader het allemaal al verteld in interviews met Hongkongse en Thaise kranten. Niemand van de Amerikaanse betrokkenen sprak het toen tegen. Wij weten wat er gebeurd is, waren rechtstreeks betrokken bij de geschiedenis, waren er slachtoffer van.”
Kritiek dat het boek nogal mild uitpakt voor Mao en de zijnen vindt ze onterecht. “Ik ben geen volgeling van China. In mijn contacten met Chinese leiders zeg ik altijd alles wat me niet aan China bevalt. Ik schrijf misschien de dingen anders op dan in het Westen bekende dissidenten. Maar ik ben óók officiële vertegenwoordiger van Thailand, daar heb ik rekening mee te houden.”
Ze hoopt dat in de Chinese uitgave haar kritische woorden over het ingrijpen op het Tienanmen-plein blijven gehandhaafd. “Ik heb ze gezegd: 'Jullie doen maar wat jullie willen. Maar bedenk wel dat het boek internationaal bekend is. Als jullie er dingen uitsnijden, dan vestigen jullie er extra de aandacht op.' Verder laat ik het over aan hun intelligentie. Ik ga de Chinezen niet vertellen wat ze moeten doen of laten. Dat is míjn manier en die is zeer effectief.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.