*

 
dossier

Archief

Toch weer dienstplicht, maar dan voor iedereen

DRS. M. J. DE WEGER − 06/01/96, 00:00

De auteur is politicoloog.

De krijgsmacht heeft nu al in de eerste plaats kwantitatieve problemen met de omschakeling naar een beroepsleger. De maatschappelijke status van militairen is de afgelopen twintig jaar teruggelopen en het inkomen van een militair loopt zeker na enige jaren dienst duidelijk achter bij het bedrijfsleven. De gevaren van vredesoperaties en zeker de uitstraling 'Srebrenica' ontmoedigen veel jongeren om hun toekomst binnen de krijgsmacht te zoeken.

Daarnaast zijn er ook kwalitatieve problemen. Het aanbod is zowel kleiner als van een lagere kwaliteit dan met de keuring en selectie van vroeger het geval was. Dit is uiteraard mede het gevolg van de slechte naam die de dienstplicht had.

Het belangrijkste argument tegen de dienstplicht - de jure de opkomstplicht - was dat Nederland niet langer een groot mobilisatie-potentieel nodig had. Is de beslissing om de opkomstplicht af te schaffen in dit opzicht nog juist?

Jawel, maar er zijn mijns inziens andere redenen om de dienstplicht toch weer in te voeren. Nederland kent nu geen dreiging meer die in omvang en aard vergelijkbaar is met die ten tijde van de Koude Oorlog. Maar operaties om buiten het Nederlandse en bondgenootschappelijk grondgebied vrede en veiligheid te waarborgen, lijken meer militair personeel te vergen dan enkele jaren geleden werd gedacht.

Het is goed de Nederlandse capaciteit om gevechtseenheden - dus geen logistieke, verbindings- en transporttroepen! - in te zetten internationaal te vergelijken. De VS hebben als doel twee operaties van een omvang als de Golfoorlog tegelijk te kunnen uitvoeren. De totale Amerikaanse inbreng in de huidige operaties in het voormalig Joegoslavië is enkele malen kleiner dan die in de Golf. Het lijkt mij, gezien de moeite die de Nederlandse krijgsmacht met haar inbreng in dezelfde operaties heeft, voor Nederland ronduit onmogelijk zijn bijdrage in 'Joegoslavië' enkele malen te vergroten en dan ook nog eens een tweede operatie van vergelijkbare grootte te beginnen. De VS zijn dan wel een supermacht, maar Nederland blijft wel erg ver achter. Hoe groot is de capaciteit van die Europese landen waarbij Nederland zich zo graag wil aansluiten?

Avonturiers

Frankrijk heeft voor vredesoperaties het Vreemdelingenlegioen. Dat heeft geen personeelskrapte, juist door zijn imago en opname van grote aantallen avonturiers, geboefte en tuig. Frankrijk kent nog steeds de dienstplicht, nagenoeg elke jonge Fransman gaat in dienst en ook dienstplichtigen worden zonder pardon naar Bosnië gestuurd. De Britten hebben in de afgelopen jaren hun wereldwijde netwerk van ex-koloniale militaire verplichtingen sterk ingekrompen. De vrijgekomen militairen en de troepen die in Noord-Ierland zaten, zijn nu in Bosnië. De Duitsers overwinnen de politieke hindernissen uit hun geschiedenis en gaan toch in het buitenland opereren. Duitsland heeft alvast aangekondigd een speciale groep van 5 000 man voor snelle inzet te creëren.

Wat doet Nederland? De Nationale Reserve krijgt de taak gaten in onze defensie op te vullen. Een deel van de bewaking van kazernes wordt aan commerciële organisaties uitbesteed. Een klein deel van de functies voor dienstplichtigen wordt omgezet in functies voor beroeps, maar behalve in salariëring verandert in de regel niets aan de functies zelf. Nederland schaft helikopters, transport- en tanktoestellen en een amfibisch transportschip aan. Maar wat heb je daaraan als er te weinig militairen zijn?

Voldoende militair personeel mag eigenlijk niet afhankelijk zijn van het imago van de krijgsmacht. De werving van militairen lijkt in een soort vicieuze cirkel beland. Nederland wil zijn militairen niet beter gaan betalen, terwijl een hoger salaris trouwens waarschijnlijk niet substantieel meer jongeren voor militaire beroepen zal doen kiezen. De bevolking wil zolang er geen dreiging is niet betalen voor een krijgsmacht die slechts oefent of technische hoogstandjes ontwikkelt. Anderzijds, alleen als door operationele inzet de gevaren voor militairen toenemen zal de bevolking defensie nuttiger gaan vinden. Maar meer gevaar schrikt uiteraard weer velen af om militair te worden.

Meer of betere advertenties en voorlichting bieden geen oplossing voor de personeelskrapte bij Defensie. Het betrekken van personeel uit andere delen van Defensie, mede om gedwongen ontslagen te beperken, is op de middellange termijn uiteraard een pseudo-oplossing. Misschien is het niet alleen nostalgie om terug te denken aan de dienstplicht. Maar een hernieuwd ingevoerde dienstplicht moet wel anders worden ingevuld dan voorheen: dienstplicht moet zowel door de bevolking als door de dienstplichtigen nuttig worden gevonden. Nuttig werk, training, vorming en scholing moeten weer voorop staan.

Zoveel mogelijk jongens zullen weer in dienst moeten. De dienst moet lang genoeg zijn om iemand één keer voor zes maanden uit te kunnen zenden. Want elke militair, dus ook een dienstplichtige, moet kunnen worden uitgezonden. Dienstplichtigen gaan weer zelf bewakingsdiensten vervullen, niet alleen binnen de krijgsmacht, maar ook bij andere overheidsinstellingen. Over maatschappelijke dienstverlening moet serieus worden nagedacht. Op geneeskundig, logistiek en administratief terrein heeft Defensie veel te bieden. Ook vrouwen moeten in dienst. Alleen een brede dienstplicht is rechtvaardig en dus acceptabel. Dan zijn er vanuit maatschappelijk perspectief nooit te veel dienstplichtigen én voor defensie nooit te weinig inzetbare militairen.

mailIcon print |