WARTHE - Vroeger, nog niet eens zo lang geleden, had in dit Brandenburgse dorpje iedereen een baan. Werkloosheid, wat is dat? Sommige inwoners van Warthe hebben nog wel eens heimwee naar die DDR-tijden. Ze lijden aan Ostalgie.
Burgemeester Jörg-Uwe Dobbert: “Soms roepen ze hier in het café, als het laat geworden is en ze een paar biertjes op hebben: 'Zet die Muur weer neer, dan is de ellende afgelopen'. Dat levert altijd felle discussies op. 't Is maar een minderheid, hoor, die zulke dingen roept. En de volgende dag hoor je ze er niet meer over.”
Want, nuchter bekeken, zo mooi waren die DDR-tijden nou ook weer niet. Dobbert, behalve burgemeester ook waard van de enige horeca-gelegenheid in het dorp ('Onder de drie eiken'), serveert de uitsmijter, pakt een stoel en vertelt: “We hadden hier in de buurt een LPG, een landbouwcoöperatie. Daar werkten zo'n 150 mensen. Maar om eerlijk te zijn: dat werk had ook door vijftig man gedaan kunnen worden. Ja, er was duidelijk sprake van werkverschaffing. Officieel was er voor de Wende geen werkloosheid, maar in de praktijk natuurlijk wel.”
Warthe, een dorpje tachtig kilometer ten noorden van Berlijn in het hartje van de voormalige DDR, telt 341 inwoners. Van de beroepsbevolking zit een kwart zonder werk, en dat percentage stijgt alleen maar, maand na maand. Burgemeester Dobbert: “De stemming onder de werklozen is op een dieptepunt beland. Het is uitzichtloos.”
Het gehucht leeft voornamelijk van de landbouw, kent nauwelijks industrie. Er is wat bouw, hier en daar een beetje dienstverlening. Dobbert: “Het toerisme wordt gelukkig steeds belangrijker. We hadden al wat vakantiehuizen, en er komen er elk jaar meer bij. Het is natuurlijk een prachtige omgeving hier.”
Warthe zucht, net als andere dorpen en steden, onder de bezuinigingen die de straatarme deelstaat Brandenburg gedwongen is door te voeren. Zo is er de laatste tijd fors gesnoeid op het aantal ABM-banen, de Duitse variant van de Melkert-banen. “Vroeger hadden we tien ABM'ers”, zegt de burgemeester. “Niet veel, maar voor ons heel belangrijk. Dat aantal halen we niet meer. De bezuinigingen hakken er diep in.”
- Vervolg op pagina 8
'De stemming hier is depressief' VERVOLG VAN PAGINA 1
Geld voor wegenaanleg is er al helemaal niet, en dat is te merken. Het Oost-Duitse dorpje Warthe is slechts te bereiken over een hobbelige weg, waarover je met je auto niet harder dan tien kilometer per uur kunt rijden. Dobbert: “Straatlantaarns kunnen we nauwelijks betalen. Het is hier 's avonds pikkedonker.”
Er is nog een lagere school, maar die gaat deze zomer dicht. Te weinig leerlingen, is het officiële argument. Voor een deel klopt dat, zegt de schooljuffrouw. Warthe vergrijst. “Maar ze zouden er ook bij moeten zeggen dat ze gewoon geen geld hebben.” Vanaf het nieuwe schooljaar moeten de kinderen naar een school acht kilometer verderop.
Warthe wordt steeds stiller. De inwoners zijn wanhopig op zoek naar werk. Tientallen van hen pendelen elke dag naar dorpen en steden tot ver in de omtrek. De burgemeester: “Sommige mensen werken in Berlijn. Dat is maar tachtig kilometer, maar je doet er in de spits wel ruim tweeënhalf uur over. Ze nemen een kamer in Berlijn, en zijn alleen het weekeinde hier.”
Warthe is geen uitzondering. In heel Brandenburg, en ook in de andere Oost-Duitse deelstaten, is de situatie hopeloos. De werkloosheid in de voormalige DDR is twee keer zo hoog als in het westen van Duitsland.
Op het prikbord in de receptie van het splinternieuwe arbeidsbureau in Templin, waaronder Warthe valt, hangt slechts een handjevol vacatures. Een horeca-onderneming in Beieren, zo'n zeshonderd kilometer naar het zuiden, vraagt een paar bardames. 'Kost en inwoning inbegrepen'. Een verzekeringskantoor in Templin is op zoek naar een administratief medewerker. Daar houdt het wel zo'n beetje mee op.
't Is niet veel soeps, beaamt Gerhard Walther, directeur van het arbeidsbureau. “We hebben in deze regio geen grote ondernemingen. Dat is het probleem. En er zijn helaas geen aanwijzingen dat daar op korte termijn verandering in komt. De situatie is echt heel ernstig, dramatisch.”
Op zijn bureau ligt een stapel papier met de werkloosheidscijfers van de maand december, uitgesplitst naar dorpen en steden in de regio, geslacht en beroepsgroep. Gemiddeld zit ongeveer een kwart van de beroepsbevolking zonder baan. Een vertekend cijfer, zegt Walther, want veel werklozen laten zich niet meer registreren, moedeloos als ze zijn van het vergeefs zoeken naar werk. De werkloosheid ligt in feite dus veel hoger.
Het Bondsinstituut voor arbeid in Neurenberg publiceert vandaag de officiële werkloosheidscijfers over de maand januari. Dat wordt schrikken. Het aantal werklozen in Duitsland, lekte gisteren al uit, is in een maand gestegen van 4,5 naar ruim 4,8 miljoen.
De zwaarste klappen zullen, zoals gebruikelijk, weer vallen in het oosten van Duitsland. Gerhard Walther bereidt zich voor op het ergste: “Ik heb geen enkele indicatie dat het de goede kant op gaat. Het aantal vacatures neemt met de maand af, het aantal werklozen stijgt schrikbarend. Terwijl we tot een paar dagen geleden een hele zachte winter hebben gehad. We hadden een daling moeten hebben. Het is gewoon beangstigend.”
De directeur snuffelt weer in z'n papieren: “We hebben in deze regio bijna vijftienduizend werklozen. Een vijfde van hen zat vroeger in de bouw. Dat kàn toch gewoon niet. Overal in Oost-Duitsland zie je grote bouwplaatsen, ook in deze omgeving. En dan zoveel werkloze bouwvakkers. Moet je kijken: er zijn welgeteld 54 vacatures, op drieduizend werkzoekenden.” Walther maakt een hulpeloos gebaar.
Even veert hij op van zijn stoel: “We hebben in deze stad een warmwaterbron gevonden. Die gaan we exploiteren. Mensen kunnen er een kuur ondergaan. Dat betekent werk voor ons. De deelstaat Brandenburg heeft 52 miljoen mark toegezegd. Eindelijk eens goed nieuws.”
Maar structureel levert het onvoldoende op. Walther zakt weer terug in zijn stoel: “We moeten hier bedrijven hebben, en die zijn er niet. Zo eenvoudig is dat. De stemming is depressief. Nee, niet agressief. Nog niet.”
De stijgende werkloosheid vormt een gevaarlijke voedingsbodem voor extreem-rechts, zeggen deskundigen. Rechtsradicalen treden steeds brutaler naar buiten, hebben het vooral gemunt op buitenlanders die in hun ogen de banen afpakken. Berichten over in elkaar geslagen buitenlanders zijn schering en inslag.
We moeten oppassen, zegt burgemeester Dobbert van Warthe. Ook in zijn dorpje zijn er een paar (werkloze) rechtsradicalen. Ze gaan tekeer tegen buitenlanders. Met woorden. Lijfelijk niet, want er zijn in Warthe helemaal geen buitenlanders. Dobbert: “Dat is toch bizar. Ze hebben een tegenstander gevonden die hier in geen velden of wegen te bekennen is.”
Een beetje vergoelijkend zegt hij: “Ach, ik weet hoe dat gaat. Ze komen van school, kunnen geen baan of stageplaats vinden, gaan zich vervelen, komen met de verkeerde mensen in aanraking, keren zich tegen een groep die toch al in het verdomhoekje zit.” Kennelijk schrikt de burgemeester van de toon die hij aanslaat: “Ik onderschat het niet, hoor, dat rechtsextremisme. Het dreigt een enorm probleem te worden. Zo'n hoge werkloosheid, die kunnen we echt niet te lang hebben. Daar komt grote ellende van.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.