*

 
dossier

Archief

Fotografie maakt mogelijk dat je een tijger kunt doden

PETER SIERKSMA − 21/01/97, 00:00

Te zien t/m 16 maart in het Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat in Rotterdam, di-zo. 11-17 uur.

De lijstjes, soms fel oranje met groenige bloemdecoraties, soms groen met oranje getinte motiefjes erin verwerkt, benadrukken precies wat de Indiase verzamelaar en fotograaf Satish Sharma met de bescheiden tentoonstelling 'Hedendaagse studioportretten uit Delhi' wil zeggen: hier gaat het niet om kunst met een grote K, maar om eenvoudige bazaarfotografie. Een fotografie zonder pretentie, gemaakt door naamloze fotografen met kleine studio's op de hoeken van de straten in Delhi en talloze andere plaatsen in India.

De vergelijking met de huidige westerse portretfotografie is onvermijdelijk. Want in de zalen naast de zijne wordt meteen duidelijk wat Sharma bedoelt. Daar hangen onder het motto 'Face to face' de arty en technisch soms perfecte (foto- en video-)portretten van kunstenaars als Rineke Dijkstra, Romy Finke, To Sang, Chris Harrison (die rauwe Britse randgroepjongeren uit hun omgeving weghaalde en tegen een mooi warm rood studiodoek vastlegde) en de Duitse fotograaf Joachim Schmid, die van onder meer op rommelmarkten gevonden familiekiekjes en andere toevallig gevonden materiaal nieuwe thematische portretseries ontwierp tot een eigen installatie.

Verwijzend naar Schmid, die hij kent van een tentoonstelling in Edinburgh een paar jaar geleden, zegt Sharma: “Kijk, dat had ik ook kunnen doen. Niemand in India zou er naar talen wanneer ik met een wat andere presentatie 'bazaarfotografie uit India' tot cult en dus tot kunst zou 'verheffen'. Maar dat wil ik niet. Het gaat mij er om iets te laten zien van de manier waarop er in India naar fotografie wordt gekeken, meer niet.”

Wat valt er nou te zien op die meer dan honderd Indiase portretjes? Wat houdt de door Sharma verzamelde 'bazaarfotografie', die ook wel rotiografie (roti is brood, dus letterlijk: broodfotografie) genoemd wordt, eigenlijk in? De meeste portretten vallen vooral op door het decor, door het studiodoek op de achtergrond. Voor toeristen is dat al snel een doek met daarop de Taj Mahal, voor niet-toeristen eerder een veelkleurig doek met daarop twee landelijk bekende filmsterren (zeg maar een Indiase variant op Sylvester Stallone en Pamela Anderson), godinnen zoals de in Noord-India populaire Vaishno Devi ('very popular' volgens Sharma en wie het doek met de vrouw ziet kan het zich meteen voorstellen) of een tempel zoals de Birla Mander in Delhi.

Juist omdat de omgeving van de portretten gedomineerd wordt door de fantastische achtergrond, zijn de geportretteerden zelf anders dan in het westen vrijwel geheel inwisselbaar. Niet de uitdrukking van de gezichten, maar de fantastische werkelijkheid die hun op de foto omringt domineert. En zo willen de miljoenen mensen die zich laten portretteren het ook. Sharma: “Anders dan in Amerika of Europa heeft fotografie in India heel weinig met het vastleggen van 'de werkelijkheid' te maken. In India gaat het allemaal om de illusie. Het leven wordt niet constant als 'echt' beschouwd, het leven is één groot door God gegeven toneelstuk en 'wij' zijn de acteurs. Zo moet je ook deze foto's zien. Kijk (Sharma loopt naar een paar foto's toe): hier zie je een olifant met een kind, en daar een tijger met hetzelfde kind. En kijk hier eens (en hij wijst op een man die vliegt door Delhi): “Het gaat er niet om wie je bent, maar om de illusie. De fotografie maakt mogelijk dat je even kunt vliegen, dat je een tijger kunt doden (portret: man die met de blote hand een tijger verslaat), dat je ooit koning zult zijn, of filmster of wat dan ook. Daar gaat het om.”

Wat ook opvalt, is de rol van het statussymbool. Op veel portretten zie je mannen op een motor zitten, vrouwen van het platteland met een duur horloge om hun pols of kinderen met een telefoon. Aan de hand van foto's komt de welvaart binnen bereik. Maar ook hier weer gaat het om een spel. De gedachte het beeld, de droom, de fantasie is genoeg.

De lichtheid van Sharma's collectie zegt iets over de manier waarop hij zelf tegen fotografie aankijkt. Ooit begonnen als kunstenaar ontwikkelde hij zich in de jaren '70 tot een fotograaf in de traditie van Cartier-Bresson en publiceerde in vele Indiase kranten en bladen. Uit onvrede met de manier waarop de journalistiek de fotografie benaderde ('altijd die zucht naar sensatie, enz. enz.'), verdiepte hij zich recentelijk meer en meer in de geschiedenis van de Indiase fotografie. Zo ontstond ook zijn collectie 'dagelijkse portretten'.

Dan opeens vrolijk voor een portretje van een man die de houding van een westerse denker aangenomen heeft: “Voor veel fotografen bestaan mensen slechts bij de gratie van het feit dat ze ingepast kunnen worden in hun denkraam - de lens. Zo worden ze gedegradeerd tot figuranten in een zogenaamd realistisch beeld. Hier is het andersom: hier bepalen de figuranten hun eigen omgeving. Niet de fotografen, maar the millions zijn de baas.”

mailIcon print |