*

 
dossier

Archief

Voor armen was tijd altijd al onbereikbare luxe

JACQUES WALLAGE − 20/01/97, 00:00

“Ik vermoed dat het in de toekomst niet zal gaan om snelle auto's en kratten champagne, maar om elementaire behoeften als rust, schoon water en genoeg ruimte”, schreef de Duitse cultuurfilosoof Hans Magnus Enzensberger op 9 januari in Letter & Geest. Vorige week reageerden Elmert van Middelkoop (GPV) en Paul Rosenmöller (Groenlinks), vandaag de fractievoorzitter van de PvdA.

Ook nu nog ligt de vraag naar de beschikking over tijd ten grondslag aan diverse discussies, bijvoorbeeld in de door Karin Adelmund op de agenda geplaatste wet op de loopbaan-onderbreking. Dat bewijst dat Enzensberger ongelijk heeft als hij beweert dat tijdgebrek tegenwoordig een fundamenteel ander probleem is dan vroeger.

Ook is het nu niet voor het eerst dat er wordt nagedacht over de betekenis van schoon water, schone lucht en voldoende aandacht. De arbeidersbeweging heeft altijd al stilgestaan bij de vernietiging van waarden door het 'ongebreidelde kapitalisme'. De luchtvergiftiging door fabrieken was in de vorige eeuw al een thema dat de gemoederen bezighield.

Regie

Er zijn echter kwalitatieve en kwantitatieve verschuivingen opgetreden. Nu bijna iedereen een auto kan kopen, richt het politieke debat zich op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat er mee gereden wordt. Het knappe van Enzensbergers betoog is dat hij laat zien dat veel van wat met luxe te maken heeft, een dubbele betekenis heeft. De auto is niet alleen een vervoermiddel maar ook een symbool waaraan je maatschappelijke positie wordt afgemeten. De commercie springt daarop in. Er is een maatschappelijke trend ontstaan die ik wel eens de commerciële regie van het bestaan heb genoemd. Dat wil zeggen: wie zich een auto kan permitteren, wil hem ook hebben. Ieder duurzaamheidsbeleid van de overheid dat aan dit principe voorbijgaat, is utopisch.

Parkeren

Het is de taak van de overheid om door de commerciële regie heen te kijken en na te denken over hoe we de komende generaties een fatsoenlijk leven kunnen geven. Er is alle aanleiding om de keuzevrijheid van de burgers in te perken daar waar de duurzaamheid in het geding is.

Werkelijk schaarse goederen moeten daarom een prijs krijgen. Nu zijn lucht en openbare ruimte nog 'gratis'. Dat leidt tot bizarre situaties. Zo kunnen we op veel plaatsen nog altijd onze auto gratis parkeren, ondanks het enorme congestieprobleem. De overheid moet stoppen met het subsidiëren van parkeergrond. Als de parkeergrond bij een woonhuis bijvoorbeeld gekocht zou moeten worden, zou dat duidelijk maken dat publieke ruimte geld kost.

Tegelijkertijd moet de overheid de kwaliteit van de publieke ruimte meer ter hand nemen. Er is een tijd geweest dat de overheid kwalitatief hoogwaardige woonwijken liet bouwen, de tijd van Berlage. Toen was kwaliteit nog heel gewoon.

Ook zal de overheid beter moeten inspelen op de maatschappelijke behoefte om een bijdrage te leveren aan een beter milieu en een fatsoenlijker omgang met schaarse goederen. Er is een verbluffende bereidheid om op individueel niveau een bijdrage te leveren aan maatschappelijke verbeteringen. Het scheiden van huisvuil en het inzamelen van klein chemisch afval zijn daarvan voorbeelden. De populariteit van een milieuvriendelijk bedrijf als de Body Shop eveneens.

Ik sluit ook helemaal niet uit dat we op straat- en buurtniveau weer coöperatie-achtige ontwikkelingen zullen krijgen. Buurtbewoners die kinderopvang of andere voorzieningen samen gaan opzetten, op een ecologisch verantwoorde manier. De overheid moet zorgen voor een zekere mate van ondersteuning en uitlokking van deze activiteiten.

Log

Wat je ziet is dat onder de druk van de nieuwe schaarste de overheid haar rol moet herdefiniëren. Ik heb wel eens gedacht dat de trend van deregulering, marktwerking en terugtredende overheid nooit zou ophouden. Ironisch genoeg ben ik daar nu optimistischer over, juist omdat de problemen zo groot zijn. De markt lost de armoede niet op, de markt lost de schaarste niet op zolang we de prijs niet zichtbaar maken. De markt lost het structurele werkloosheidsprobleem niet op en de markt maakt buurten niet veilig.

Overheidsinterventie blijft nodig voor veiligheid, werk en een eerlijke verdeling van zorgtaken. Logge bureaucratieën kunnen echter de gevraagde fijnzinnigheid niet opbrengen. Er zal een stevige opschoning moeten plaatsvinden in de werkwijze van de overheid. Ik maak me meer zorgen over hoe de bureaucratie zal reageren op het vraagstuk van de nieuwe schaarste, dan over de vraag hoe je burgers voor een moderne vorm van solidariteit en fatsoen kan winnen. Uiteindelijk heb ik meer vertrouwen in de burger dan in de democratie.

mailIcon print |