Van onze kerkredactie Crisis in het kloosterleven: de allerstrengste orde wordt 'geplaagd' door een toeloop die ze nauwelijks behappen kan. Althans de Engelse kartuizers in West-Sussex overkomt het. Prior Cyril Pierce zegt in The Times: Het is zover, we zitten vol.
Kartuizers gelden als nog een graadje heftiger dan de trappisten, die het kloosterleven ook al geenszins lichtvaardig nemen. Maar de kartuizers, geestelijk nazaten van de elfde-eeuwse monnik Bruno, gunnen zich wel erg weinig. In het twintigtal 'kartuizen' - genoemd naar het moederklooster de Grande Chartreuse bij Grenoble - leven de monniken meer als kluizenaars apart dan in communiteitsverband, zoals bij benedictijnen en trappisten. Het leven is hard en sober, het jaar vol vastendagen op water en brood, nooit vlees, weinig praten, en altijd om middernacht even opstaan voor een paar uur bidden. De dag wordt gewijd aan gebed en handenarbeid. Bruno en diens gezellen combineerden het oude ideaal van de woestijnvaders in Egypte met het inmiddels gegroeide westerse monnikenmodel. En dat is het kenmerk van de kartuizers (ook in een vrouwelijk variant) gebleven.
In Nederland is eerder deze eeuw wel geijverd voor de stichting van een kartuize, maar vergeefs. Maar in Engeland, Duitsland en Zwitserland is er wel een en het is die in Engeland die nu uit zijn voegen groeit.
Ooit telde de orde in Europa een kleine tweehonderd kartuizen, met in totaal enkele duizenden leden, maar dat was met de Reformatie afgelopen; Verlichting en Franse Revolutie betekenden een verdere terugslag.
Vorig jaar kreeg pater Cyril van de Sint Hugo-kartuize bij Horsham 200 aanvragen van mannen die dit soort leven overwogen: stilte, eenvoud, eenzaamheid en verloochening van aardse zaken. Vijftien zijn er daadwerkelijk aan een noviciaat (officiƫle kennismakingstijd) begonnen, zes wachten ongeduldig op een plek.
Kartuizer word je niet van de ene dag op de andere: de vormingstijd duurt zeven jaren. Onder de novicen in Sint Hugo's zit een computerexpert, een ex-luchtverkeersleider, een ingenieur en een musicus. Pater Cyril ziet in de Engelstalige wereld een sterke hang naar contemplatie, naar afkeer van het overheersende materialisme.
De ontwikkeling is verrassend. In 1990 was de opheffing van de Engelse kartuize nabij; de gebouwen waren er slecht aan toe en nieuwe roepingen voor de 28 kartuizers van Sint Hugo bleven uit. Dat is in korte tijd veranderd.
In duizend jaar monnikendom is in die kloosters heel wat wijsheid en relativering opgetast over de mens. Pater Cyril weet maar al te goed dat mensen psychologisch, geestelijk en fysiek van goeden huize moeten zijn om dit leven aan te kunnen. Cyril is huiverig voor broeders die met visioenen aankomen: “De meer spectaculaire kanten van de geestelijke ervaring zijn behoorlijk gevaarlijk.”
Negen van de tien jonge mannen die zich aanmelden worden door de prior van de kartuize afgewezen. Minstens de helft van degenen die worden toegelaten haakt vroeger of later toch af. “Wij houden er rekening mee”, zegt pater Cyril, “maar iemand die weggaat zien wij niet als een mislukking.”
Voor de jonge aanwas is het niet gemakkelijk, moeilijker denkt hij dan in de jaren zestig, toen hij zelf in het klooster kwam. De meesten hebben nu al een en ander achter de rug, een relatie bijvoorbeeld. “Het kost twee of drie jaar om daar overheen te komen”, merkt hij in de praktijk.
De prior van de Engelse kartuize gelooft dat deze vorm van kloosterleven, van alleen-zijn en stilte, veel te bieden heeft aan mensen die antwoord zoeken op de geestelijke leegte van de jaren negentig, met hun “zogenaamde zelfhulp-boeken en new age-kwakzalverij”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.