Het verkiezingscongres van het CDA heeft laten zien dat de partij de crisis waarin zij verkeerde, redelijk te boven is. Vanwege het belang van een krachtige oppositie tegen paars had het sneller mogen gaan, maar gezien de diepte van de crisis is het al heel wat dat de christen-democraten klaar zijn voor de verkiezingsstrijd. Het CDA presenteerde zich zaterdag met een program en een kandidatenlijst, die veelbelovend zijn.
Vooral het sociale gehalte in het profiel van de partij spreekt aan, zeker vergeleken met vier jaar terug toen het CDA-gezicht harde en arrogante trekken vertoonde. In die zin heeft het heilzaam gewerkt dat de verkiezingen van 1994 een eind maakten aan de vanzelfsprekendheid van de spilpositie van het CDA in de Nederlandse politiek.
Het is goed dat het CDA een sterk onderscheidend profiel toont. Onder paars leek de politiek een groot lauw bad te zijn geworden. Het vernieuwde CDA geeft aan dat eriets valt te kiezen. Daarom was het een goede zet van lijsttrekker De Hoop Scheffer niet alleen van het paarse kabinetsbeleid, maar ook van de coalitiepartijen PvdA en VVD afstand te nemen. Terecht bedankte hij bij voorbaat voor een coalitie met deze partijen. Dat zou pas echt de dood in de pot betekenen en bovendien het alternatief dat het CDA wil uitdragen, ondergraven.
De revitalisering van de christen-democratie is ook op zichzelf van betekenis. De toegevoegde waarde van het CDA is dat het vanuit zijn uitgangspunten een appèl kan doen op de nobelste trekken van de kiezers. Het getuigt van moed dat de partij de kwaliteit van de samenleving voorrang geeft boven een tientje belastingverlaging per maand. Helaas blijft die moed het CDA in de schoenen steken bij andere zaken die de kwaliteit van de samenleving onder druk zetten, zoals de groei van Schiphol en het ontbreken van een volwaardige beroepsgang voor asielzoekers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.