*

 
dossier

Archief

Amirs moeder: 'Gali is niet meer van mij'

INEZ POLAK − 10/11/95, 00:00

TEL AVIV - “Dat ene kleine beetje dat ik nog voor 'Gali' voel is puur biologisch. Hij heeft dit huis verlaten. Hij is niet meer van mij.”

De moeder van Jigal Amir kan het met geen mogelijkheid verwerken dat haar zoon, 'Gali', zoals zijn troetelnaam luidde, de moordenaar is van Jitschak Rabin. Gisteren gaf ze een interview aan de Israƫlische televisie. Een sterke vrouw, die een frontale botsing met het noodlot heeft gehad, in wie iets is geknapt, maar die niet is gebroken en openlijk haar pijn deelde met de kijkers.

Zondag had Jigal Amir vanuit het huis van bewaring naar huis gebeld. “Maak jullie niet ongerust”, wilde hij zijn ouders troosten. Maar die eisten dat hij vergiffenis zou vragen aan Lea Rabin. Zolang hij dat niet deed wilden ze niets met hem te maken hebben. Het gesprek werd verbroken.

Zaterdagavond had ze bij een vriendin het nieuws over de aanslag gehoord. Beetje bij beetje werd het haar duidelijk dat haar zoon de dader was. “Het is alsof ik een ravijn ben ingereden en nog steeds naar beneden val, de hele tijd naar beneden val.”

De interviewster vroeg de moeder hoe ze gereageerd zou hebben als een van de lijfwachten haar zoon had doodgeschoten. “Als moeder”, antwoordde ze, “denk ik, gelukkig dat dat niet gebeurd is, maar afstand nemend, denk ik 'jammer'. Misschien was dat de wraak geweest, als iemand al wraak wilde. ...Maar het had toch niets meer uitgemaakt. Hij had Rabin al doodgeschoten.”

Als in een trance vertelde ze hoe zij en haar echtgenoot hun acht kinderen hadden opgevoed tot liefde, tot tolerantie, tot respect. En juist haar Gali was zo een goede jongen.

Jigal Amir was geen Lee Harvey Oswald, hij was geen buitenbeentje, geen zonderling. Hij was, althans dat dacht een ieder die hem kende, een heel gewone jongen, met vrienden. Een uiterst intelligente jongen zelfs. De tweede van de acht kinderen uit een alledaags gezin uit Neve Amal - tot voor kort een haast anonieme wijk van Herzlia. Een rustieke wijk met laagbouw en veel fruitbomen. In de jaren vijftig vestigden zich hier vele nieuwe immigranten uit Marokko, Jemen en Turkije. De Amirs kwamen uit Jemen. Het was een arbeiderswijk en nog altijd is Neve Amal ondanks het rustieke uiterlijk een vrij arme buurt. Wie er de middelbare school afmaakt, behoort tot de uitzonderingen. “Jigal studeert rechten”, placht zijn moeder trots te vertellen over haar geslaagde zoon.

Gisteren in het interview voor de televisie zij ze: “Zijn intelligentie is zijn ondergang geworden.”

- Vervolg op pagina 5

“We dachten dat hij wat stil was, omdat hij problemen had met vriendinnetjes” VERVOLG VAN PAGINA 1

Moeder Geoela is kleuterleidster, al tientallen jaren. “Een warme hartelijke vrouw”, getuigen de buurtbewoners. Zij is sociaal actief in de buurt en de dominante figuur in huis. Vader Sjlomo is een stille man, een 'sofer stam', iemand die de heilige schriften kopieert, een monnikenwerk waarbij geen fouten mogen worden gemaakt. Zondagavond klonk tot in de verre omtrek zijn geweeklaag.

Jigal was de laatste maanden wat stil, at minder, hij was niet meer vrolijk. Vrijdagavond hadden ze nog aan tafel gediscussieerd. Eigenlijk waren ze het eens dat de regering van Rabin een ramp voor het land was. Zonder te beseffen wat de betekenis van deze woorden waren voor hun 'Gali'. “We dachten dat hij wat stil was, omdat hij misschien problemen had met vriendinnetjes.”

Woensdag kamde de politie het schuurtje uit waar de oudste broer, Chagai, zijn werkplaats had. Daar bewerkte Chagai de kogels, “zodat ze effectiever waren”. Naar eigen zeggen niet wetend voor wie de kogels bestemd waren. Chagai werd zondag opgepakt op verdenking van medeplichtigheid.

Het hek aan de voorkant van het huis is inmiddels afgeschermd met grote doeken. De politie bewaakt het huis 24 uur per dag. Vanuit voorbijrijdende auto's klinken zo af en toe de verwensingen. Dreigbrieven zijn er ook al. De eerste dag na de aanslag was Geoela nog aan het werk gegaan. De laatste dagen zit ze thuis, niet begrijpend wat haar en haar familie is overkomen. Maandag toen om twee uur de sirenes klonken stonden ook de Amirs twee minuten stil ter nagedachtenis aan Jitschak Rabin.

Op de vraag of ze een boodschap had voor Lea Rabin, antwoordde Geoela Amir: “Ik weet niet of ik dat recht heb, maar als moeder moet ze me geloven. Dit had ik in mijn grootste nachtmerries niet kunnen bedenken. Mijn hart huilt en zal nog jaren huilen. De wereld zal nooit meer dezelfde zijn niet voor julie en niet voor mij. Dit neem ik naar mijn graf mee . . . Het allerdroevigst is dat mijn zoon de moordenaar is.”

mailIcon print |