KVITFJELL - Samen met haar uit Alaska afkomstige landgenote Hilray Lindh deed ze onlangs publiekelijk haar beklag. Twee jaar geleden in Albertville ex aequo met de Oostenrijkse Anita Wachter zilver gewonnen op de reuzenslalom, daarmee het alpine skien in de Verenigde Staten toch weer een duwtje in de rug gevend, en dan nog door niemand worden herkend en erkend.
Kwam je iemand tegen op straat, in je woonplaats Potsdam in de staat New York, vertelde je trots een Olympische medaille in de prijzenkast te hebben hangen, moet je je uitgebreid aan welke willekeurige passant dan ook voorstellen. Diann Steinrotter, geboren Roffe, aangenaam! Tweede dus op de Winterspelen van 1992 en wereldkampioen op de reuzenslalom in 1985. Toen pas 17 jaar. Een groot talent, ja. Het jaar ervoor nog net de titel gemist op het WK junioren. Ik was de eerste Amerikaanse skister die daar uberhaupt een medaille verdiende. En nog gaat er niets dagen? “Het probleem is dat het skien in Amerika niet verkoopt op de televisie”, zegt Roffe deemoedig. “Dat is behoorlijk frustrerend. Ik train keihard en krijg er geen enkele waardering voor terug. Het sloopt je motivatie om door te gaan.”
Roffe mocht dan ooit een veelbelovende skister zijn geweest - al begon haar loopbaan met een val van zo'n tachtig meter - er was de laatste jaren weinig aanleiding bijzondere aandacht aan de soms verongelijkte Amerikaanse te wijden. Tot gisteren dan, toen zij, in de feeerieke creatie van volslagen outsider de zondag op de afdaling ingezette neo-Olympische traditie alle eer aandeed. Het koningsnummer leverde in de persoon van haar landgenoot Moe immers een uiterst verrassende kampioen op. Gisteren was met de triomf van Roffe op de Super G voor vrouwen de verrassing niet minder groot. Ze startte als eerste en zette na 2035 meter dalen en bochten draaien een tijd neer (1.22,15) waarop tot verbijstering van velen iedereen zich stuk beet. De 21-jarige Katja Seizinger, de leidster van het wereldbeker-klassement, de Italiaanse Bibiana Perez en de Zwitserse Heidi Zurbriggen haakten door technische fouten af, regerend kampioene Deborah Compagnoni uit Italie werd teleurstellend zeventiende en de ijdele Franse hoop Carole Merle zag haar chronisch lijkende vormcrisis met plaats 19 bezegeld.
Zuur smaakten de druiven ook voor Pernilla Wiberg. De Zweedse, die lange tijd de bronzen medaille mocht koesteren, werd juist voor de Noorse televisie geinterviewd toen een tweede sensatie - de in het achterveld startende Russin Svetlana Gladisjeva - een snellere tijd klokte. Met een duidelijk hoorbare hapering in haar stem moest de Zweedse, recent nog winnares van de Super G in Cortina d'Ampezzo, constateren dat de langdurige achillespeesblessure deze winter net een te zware wissel op haar weerbaarheid trok.
Met de tuimeling die Wiberg van het erepodium maakte, was de sensatie weer eens compleet op een Olympisch programmapunt. Gladisjeva's doorbraak was evenmin voorzien in de talloze skitoto's. De 22jarige Russin was de eerste skister uit haar land sinds Jevgena Sidorova, die een medaille mocht afhalen. In het jaar dat Sidorova brons won op de slalom (1956), moeten de ouders van Gladisjeva net op de lagere school hebben gezeten. Waarmee afdoende is aangegeven dat het alpine skien nooit een speerpunt is geweest in het topsportbeleid van de vroegere Sovjet-Unie. Nummer drie, Isolde Kostner, werd evenmin op die plek verwacht. Als wereldkampioene junioren stelde de 18jarige belofte uit Ortisei (bij Bolzano) zich in haar debuutjaar in de Italiaanse selectie meteen boven de falende elite.
Het stuntwerk dat Roffe evenwel afleverde, is alleen in een Olympische ambiance geen pakkend fictieverhaal. Niets wees er op dat de mentaal gauw aangeslagen en als iedere skister met de nodige blessures kampende Amerikaanse een gouden slag kon slaan. De tweede plaats (op de reuzenslalom) van Albertville was op haar magere conduitestaat niet meer dan een uitschieter. De grauwe middelmaat was de laatste jaren regelmaat. Dertiende op het WK van vorig jaar en in het eindklassement van de wereldbeker slechts 42ste, zij het dat ze zich toen op geen enkele afdaling vertoonde. Ook in het wedstrijdcircuit van dit seizoen steeg ze nimmer naar indrukwekkende hoogtes. In het laatste weekeinde voor de Spelen werd Roffe op de Super G marginaal negentiende. Daarvoor waren haar prestaties zo slecht, dat ze in het klassement niet eens bij de eerste twintig staat. Een podiumplaats op de Super G? Dat was voor de 26-jarige Roffe helemaal een nieuwe sensatie.
De glijdende schaal werd al kort na haar wereldtitel in 1985 ingezet. Zes nationale kampioenschappen (viermaal reuzenslalom, een keer slalom en een keer Super G) doorspekten een loopbaan die door hardnekkige knieblessures (1986 en 1991) meer dan eens op een dood spoor dreigde te belanden. Na een dramatisch seizoen 1986-'87 zou Roffe eigenlijk al stoppen. Maar bij nader inzien wilde ze toch een keer de Olympische vlam van nabij hebben aanschouwd. In Calgary finishte ze zowel op de reuzenslalom als op de toen voor het eerst op het programma prijkende Super G bij de beste vijftien. Het was een valide reden om toch maar door te gaan. Het in 1991 opgelopen knieletsel zou een nieuwe aanleiding kunnen zijn ermee te kappen. Toen was het skileraar Willy Steinrotter, met wie ze dat jaar in het huwelijk trad, die haar aanmoedigde mooie aspiraties na te jagen. “Het goud overvalt me,” stamelde Roffe na afloop. “Ik heb geen verklaring voor het falen van de favorieten. Ik heb alleen een verklaring voor mijn onverwachte succes: het parcours was uitermate geschikt voor een technisch skister als ik. Wat moet ik er verder over zeggen? Dat ik vooral met mijn hart skiede.”
Minstens zo groot was de opluchting bij de organisatoren, die naar aanleiding van het dodelijk ongeval van Ulrike Maier de ruim twee kilometer lange afdaling in Kvitfjell extra hadden beveiligd. De gevallen vedettes kwamen met de schrik vrij. Wat blijft is de discussie over de toekomst van de Super G. De introductie van het nieuwste alpine onderdeel leidde er immers toe, dat de afdaling nog meer dan voorheen in een soort steile wandracen voor waaghalzen ontaardde. Oud-bondstrainer Berger van de Oostenrijkse skifederatie geldt als een van de warmste pleiters voor het combineren van beide onderdelen tot een nummer. De Super G is een veredelde dan wel gedevalueerde afdaling, waarbij de snelheid wordt geremd door meer bochten in het parcours te leggen. Commercieel onaantrekkelijk, vinden de skibonzen. Een kip met gouden eieren slacht je niet zomaar. De skihelden zelf roepen het hen nog het hardst na. In de Verenigde Staten zou de FIS echter een proeftuintje kunnen aanleggen. Om met de alom bekende Olympisch kampioene Diann Roffe te spreken: “Skien verkoopt in Amerika toch niet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.