Nederlanders klagen vaak, vooral wanneer ze vinden dat ze in hun recht staan. Voor conflicten met ondernemers kunnen consumenten terecht bij liefst 26 geschillencommissies. Trouw doet verslag van een aantal zittingen. Vandaag: Banken en (mogelijke) wanbetalers.
Meneer Van Dijk voelt zich in zijn goede naam en eer aangetast. De bank waarmee hij zijn financiële zaken regelt heeft zijn naam doorgegeven aan het Bureau Krediet Registratie (BKR) in Tiel, de instantie die alle wanbetalers in Nederland administreert. En daar kan meneer Van Dijk allerminst om lachen, want hij is toevallig wel zakenman en dus voor een groot deel afhankelijk van een onkreukbaar imago.
Voor de Geschillencommissie Bankzaken in Den Haag legt zijn gemachtigde aan voorzitter mr. C. van Zeben uit hoe belangrijk wederzijds vertrouwen is in de wereld van het zakendoen. “Bewijzen kunnen we het niet, maar dat sommige leveranciers van meneer Van Dijk plotseling contante betaling eisten voor geleverde diensten heeft natuurlijk alles met die BKR-registratie te maken”.
Het geschil draait om de aflossing van een spaarhypotheek. Volgens de gemachtigde van meneer Van Dijk was afgesproken dat de termijnen via een nieuw te openen zakenrekening zouden worden voldaan. Aangezien deze ten tijde van de eerste aflossing nog niet bestond, zocht de bank naar een alternatief en vond die in een oude privérekening van meneer Van Dijk. “Maar die was al jaren niet meer in gebruik”, vertelt de gemachtigde aan de commissie. “Er stond ook geen geld meer op.”
En dus voldeed de cliënt in de ogen van de bank niet meer aan zijn verplichtingen. BKR in Tiel kon weer een nieuwe naam toevoegen aan de lijst der wanbetalers. Van Dijk had niets in de gaten, totdat plotseling een deurwaarder namens de bank op de stoep stond en geld eiste.
De verweerder namens de bank noemt de zaak “uitermate vervelend voor meneer Van Dijk”, maar toont zich tevens verbaasd dat hij geen alarm geslagen heeft, toen bleek dat er geen geld van zijn nieuwe rekening werd overgeboekt naar de bank. “Van Dijk heeft gebeld met de bank”, repliceert zijn gemachtigde, “maar daar werd gezegd dat hij zich geen zorgen hoefde te maken en dat alles in orde zou komen. Meneer Van Dijk heeft op financieel gebied een uitstekende reputatie. Zijn aflossingen aan de bank verliepen altijd rimpelloos.”
De tegenpartij erkent dat er 'iets fout gegaan is' met de spaarhypotheek van meneer Van Dijk, “al is niet meer te achterhalen wat er precies gebeurd is”, zegt de verweerder. De bank is bereid haar excuses te maken, en er ook voor te zorgen dat de registratie in Tiel ongedaan gemaakt wordt. Een schadevergoeding voor materiële en immateriële zaken vindt de bank te ver gaan. “Die moet wel aantoonbaar zijn. In de meeste gevallen wijzen wij die af.” De bank vindt een bedrag van 150 gulden voor gemaakte onkosten meer dan voldoende.
De commissie niet. Zij erkent dat de goede naam van Van Dijk door de handelingen van de bank is aangetast en verplicht de bank tot een immateriële schadevergoeding van duizend gulden. Bovendien moet de bank de BKR-registratie onmiddellijk ongedaan maken. En het aangeboden schikkingsbedrag van 150 gulden moet de bank ook overmaken aan Van Dijk ter vergoeding van de gemaakte administratie- en portikosten en het klachtengeld.
Meneer Overeem ligt ook met zijn bank overhoop. Die liet beslag leggen op zijn woning, omdat hij een betalingsachterstand van ongeveer negenduizend gulden had opgelopen. Overeem, pas ontslagen bij zijn toenmalige werkgever, had moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.
Bemiddeling via een financieel adviseur voorkwam dat de woning van meneer Overeem van eigenaar veranderde. Zijn familie zorgde ervoor dat de betalingsachterstand ongedaan gemaakt werd. Niettemin verwijt Overeem zijn bank dat ze hem niet van tevoren gewaarschuwd heeft voor de op handen zijnde openbare verkoop. Hij wil de notaris- en taxatiekosten en de vergoeding aan zijn financieel adviseur op de bank verhalen.
Ter zitting overlegt de vertegenwoordiger namens de bank echter een brief, waaruit onomstotelijk blijkt dat Overeem wel degelijk wist wat hem te wachten stond in geval van verdere wanbetaling. Zijn adviseur neemt een kopie van het schrijven zwijgend in ontvangst en verlaat de zaal. De zaak is gesloten. “Hoe vaak ik dit al niet meegemaakt heb”, verzucht de voorzitter. “Een cliënt moet altijd alles vertellen aan zijn raadsman of gemachtigde. Anders krijg je een situatie als deze, dat je met je mond vol tanden komt te zitten.”
De commissie wijst de vordering van Overeem dan ook af.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.