*

 
dossier

Archief

Verzet tegen manipulaties van bewind leidt tot de vreemdste 'satans-coalities'

EILDERT MULDER − 08/03/95, 00:00

AMSTERDAM - Toen de Egyptische president Hosni Moebarak ruim dertien jaar geleden onverwacht aan de macht kwam, was één van zijn belangrijkste doelstellingen dat hij niet zo zou eindigen als zijn voorganger Anwar Al-Sadat.

Sadat liet op 6 oktober 1981 het leven tijdens een militaire parade ter herdenking van de laatste oorlog tegen Israël. Moebarak stond naast Sadat, maar de kogels en handgranaten misten hem. De spectaculaire aanslag was het werk van islamitische extremisten. De afgelopen drie jaren hebben de extremisten hun strijd tegen het regime opnieuw opgevoerd met terreur tegen christenen, politieagenten, politici en buitenlandse toeristen.

Moebarak probeert met een cocktail van genadeloze anti-terreurwetgeving, twijfelachtige bijzondere gerechtshoven, galgen, doodseskaders en bulldozers die verdachte huizen platwalsen een einde te maken aan de guerrilla van de extremisten, die vooral in het zuiden woedt.

Hoe ernstig de activiteiten van die extremisten ook ogen, toch vormen ze niet de grootste bedreiging voor het regime. De echte uitdaging komt van de veel gematigder fundamentalistische Moslimbroeders, die je met wat goede wil islamitische confessionelen kunt noemen. Hun aanhang is aanzienlijk - groter dan die van de extremisten. Als ze mochten meedoen aan eerlijke parlementsverkiezingen gooiden ze hoge ogen. Maar parlementsverkiezingen in Egypte zijn niet eerlijk, en de Moslimbroeders mogen niet meedoen, omdat confessionele partijen verboden zijn.

Midden jaren zestig sloot de toenmalige dictator Nasser de Moslimbroeders op in het gevang, waar hij hen vreselijk liet folteren. Sinds begin jaren zeventig staan de autoriteiten de Moslimbroederschap oogluikend toe, zonder wettelijke erkenning. Sadat meende belang te hebben bij de Broeders, en zelfs bij de islamitische extremisten, als tegenwicht tegen links. “Ik ben de islamitische president van een islamitische staat”, zei Sadat, om de Moslimbroeders en ook zijn latere extremistische moordenaars te paaien, en de christelijke kopten hebben hem dat nog niet vergeven.

Moslimbroeders drongen zelfs door tot het parlement, zij het op lijsten van andere partijen. Boekhandels lagen in de jaren tachtig vol met werken van Moslimbroeders, en veel duidde erop dat ze zich ontwikkelden tot een geaccepteerde politieke beweging. De omslag kwam begin jaren negentig. De ontwikkelingen in Algerije, waar de islamitische Fis-partij ineens de verkiezingen won, zullen daaraan niet vreemd zijn geweest.

In 1992 wees het hooggerechtshof een verzoek af van de Moslimbroeders tot legalisatie. In datzelfde jaar pakten de autoriteiten tientallen Moslimbroeders op, op beschuldiging van een poging de regering omver te werpen.

De autoriteiten uiten twee verdenkingen tegen de Moslimbroeders: dat ze hun gewapende activiteiten, die ze, net als vele anderen, ontplooiden in de jaren veertig, nog steeds niet vaarwel hebben gezegd. En dat de scheidslijn tussen hen en de extremisten minder scherp is dan ze beweren. Met andere woorden, dat ze sympathiseren met de extremisten en die ook helpen.

Met echte bewijzen komen de autoriteiten niet. Het lijkt er meer op dat ze een excuus zoeken om de invloed van de Moslimbroeders te beknotten nu het nog kan.

Een aanwijzing hoe groot de aanhang van de Moslimbroeders is, geven verkiezingen voor beroepsorganisaties. Terwijl in het parlement de Nationale Partij van Moebarak 85 procent van de zetels heeft, hebben Moslimbroeders de meerderheid in de beroepsgroepen van medici, apothekers, ingenieurs en advocaten.

Dat de regeringspartij voze parlementsverkiezingen wint is geen kunst. Een zege in een eerlijke stembusstrijd binnen een beroepsorganisatie is wel een prestatie. Er is alle reden om aan te nemen dat de verkiezinguitslagen binnen de beroepsorganisaties, al betreffen ze maar een bepaald deel van de bevolking met een speciale sociale positie, de verhoudingen in Egypte toch beter benaderen dan de zetelverdeling in het parlement.

De regering probeert de macht van de Moslimbroeders binnen beroepsorganisaties te ondergraven. Een wet uit 1992 bepaalde dat er bij verkiezingen minstens de helft van de leden een stem moet hebben uitgebracht, willen ze geldig zijn. De gedachte achter die wet leek dat de Moslimbroeders, als een gemotiveerde groep, ervan profiteerden dat anderen uit laksheid niet stemden. Het is een riskante strategie om al die mensen naar de stembus te jagen, want in het oude systeem konden de autoriteiten nog verwijzen naar de 'zwijgende, niet-stemmende, anti-fundamentalistische meerderheid' die binnen de beroepsorganisaties zou bestaan. Vanuit de twijfelachtige logica: wie niet tegen mij is, is voor mij. Dat verhaal van de zwijgende meerderheid houdt geen stand meer als de Moslimbroeders ook zegevieren in verkiezingen nieuwe stijl, waaraan minstens de helft van de leden meedoen. De verkiezingen voor beroepsorganisaties dreigen dan helemaal het karakter te krijgen van een referendum, dat pijnlijke vraagtekens plaatst bij de wettigheid van het parlement.

Dit jaar gooiden de autoriteiten het over een andere boeg. Ze bepaalden bij wet dat verkiezingen binnen beroepsorganisaties geheel onder controle moeten staan van 'gerechtelijke comités'. De beroepsorganisaties steigeren, want het heeft alles weg van een poging hun verkiezingen net zo'n doorgestoken kaart te maken als de parlementaire stembusstrijd.

De trucendoos van de overheid was nog niet leeg. Ze maken nu van de bond van ingenieurs een proefkonijn. Een aantal leden diende een klacht in tegen de raad van hun organisatie, die de belangen van niet-fundamentalistische leden aan zijn laars zou lappen. Eerst zou de raad meteen op non-actief worden geplaatst, maar een gerechtshof gaf uitstel tot het einde van deze maand. Maar weinigen geloven dat de ontevreden leden op eigen initiatief hebben gehandeld.

De herrie rondom de beroepsorganisaties houdt verband met de parlementsverkiezingen in november. De autoriteiten willen een rem zetten op een ontwikkeling, die hun geloofwaardigheid verder aantast, en hun overuren zou kunnen bezorgen bij het uitleggen van een verkiezingsuitslag, die toch weer een even denderende als verdachte overwinning oplevert voor de partij van Moebarak. De ergernis bij tegenstanders van Moebaraks Nationale Partij is zo hoog gerezen, dat ze alle onderlinge geschillen opzij willen zetten, om met één lijst uit te komen. Ook dan blijft de kans op manipulatie door de autoriteiten levensgroot, maar ze moeten dan wel heel opzichtig frauderen.

Alle denkbare 'satans-coalities' tussen onmogelijke partners zijn genoemd. Een aantal jaren geleden waren er besprekingen tussen kopten en Moslimbroeders. Een verbond tussen communisten en Moslimbroeders schijnt nu aan de orde te zijn. De oppositie benutte de vastenmaand ramadan om haar kracht te tonen. Opposanten van onwaarschijnlijk uiteenlopende pluimage kwamen 's avonds bijeen om samen de vasten te breken.

Aan één zo'n dis zaten Moslimbroers aan met de journalist Mohammed Haikal, in de jaren zestig de propagandachef van dictator Nasser. Haikal repte toen met geen woord over de folteringen van Moslimbroeders. Maar bij het ramadanbanket verweet niemand hem dat nog, want onder het motto 'de vijand van mijn vijand is mijn vriend' kende de geest van verzoening geen grenzen.

mailIcon print |