*

 
dossier

Archief

Particulieren investeren flink in nieuwe theaters

ANNELIE ROZEBOOM − 02/01/97, 00:00

PEKING - “Nou, laat eens zien wat je kunt”, zegt de leraar tegen de dertienjarige jongen. Deze staat met kaalgeschoren hoofd, gehuld in oude, smerige theaterkleding in een klaslokaal met houten vloer en een versleten tapijt. De leraar begint ritmisch met een stukje hout tegen zijn stoel te slaan. De acteur in spe concentreert zich.

Dan begint hij met strakke bewegingen over een denkbeeldig toneel te lopen. Iedere spier is gespannen en alleen zijn voeten bewegen. Met hoge stem zingt hij een scène uit een bekende Peking-opera. Aan het einde van zijn geïmproviseerd optreden vliegt de snoer houten kralen die hij om heeft de lucht in en belandt weer rond zijn nek. De jongen zakt hijgend neer op het tapijt.

“Niet slecht”, beoordeelt de leraar. “Hij komt uit de provincie en heeft hier nu drie jaar lang gestudeerd. Volgende maand gaat hij weer terug naar huis. Voor die tijd moeten we hem toch eerst nog even Peking laten zien, want daar heeft hij de afgelopen drie jaar nog geen tijd voor gehad.”

'De school' is China's bekendste operaschool, waar op dit moment driehonderd leerlingen van over het hele land een keiharde training ondergaan. Meisjes van zeven jaar staan in een ander leslokaal op een krukje op een been, het andere been naast hun oor. In een ander lokaal wordt een groep jongens in spagaat geduwd. “Net aangekomen”, lacht de rondleidende lerares, Xielaoshi, tegen een dikkere jongen die niet helemaal plat op de grond komt.

De studenten hebben het druk. Iedere dag is er les, 's morgens in zingen, acrobatiek, gymnastiek en dans, 's middags in gewone vakken als lezen en schrijven. 's Avonds moeten de studenten zoveel mogelijk optreden, om alvast aan het publiek te wennen. Het duurt minstens zeven jaar voor iemand van deze middelbare school af komt. Dan is er hoop op werk bij een van China's meest prestigieuze traditionele operagroepen.

Zo'n toekomst ziet er steeds rooskleuriger uit. Het afgelopen jaar vond er in China een herleving plaats van de traditionele opera. Dit als onderdeel van de herontdekking van hun traditionele cultuur door de Chinezen, een proces dat wordt gestimuleerd door de Chinese regering.

Die vindt dat het afgelopen moet zijn met de verering van de westerse cultuur in China. Er werden drie nieuwe theaters geopend in de hoofdstad. Operagroepen die net op het punt stonden opgeheven te worden wegens financiële moeilijkheden, hebben ineens weer een plaats om op te treden; privé-ondernemers steken er nu geld in.

Dat kwam goed uit, want dit jaar wordt de honderdste verjaardag gevierd van een van de grote meesters van de traditionele opera, Mei Lanfang. De plaatselijke opera's gaan terug naar de Yuan-dynastie (1271-1368). Aan het begin van deze eeuw voegde Mei Lanfang, beroemd vertolker van vrouwenrollen en een van de stichters van de operaschool, de meest spectaculaire elementen van de verschillende regionale opera's samen. Hij maakte er een verkort, populair spel van.

Tot die tijd waren er opera's van 360 bedrijven, die gespeeld werden over honderd avonden. De Peking-opera van Mei duurt enkele uren en biedt een combinatie van zang, traditionele muziek, dans en acrobatiek. Vooral spectaculair zijn de scènes van elkaar bestrijdende legers van krijgsheren. De strijders maken, als onderdeel van hun gevechten salto's op het toneel.

Minder opvallend, maar voor het Chinese publiek wel vermakelijk, zijn de lange episodes waarbij een man een meisje probeert te versieren. Dergelijke scènes bestaan uit lange dialogen, waarbij het meisje met een zangerig hoog stemmetje langdurig hardop nadenkt. Het podium is tegenwoordig, anders dan vroeger, niet verboden gebied voor vrouwen.

Na hun jarenlange harde training, is het leven der acteurs comfortabel vergeleken bij dat van de oude generatie. Die werden vaak als kind al verkocht aan een rondreizende operagroep of aan een school. In de populaire Chinese film 'Farewell to my concubine' wordt dat getoond.

Tijdens de Culturele Revolutie werd de traditionele Peking-opera door Mao Zedong's vrouw, Jiang Qing, vervangen door acht revolutionaire stukken. Daarin werden de kleurrijke kostuums ingeruild voor boerenkledij en de thema's werden anti-grootgrondbezit, anti-rechts of anti-Japans. Omdat de Culturele Revolutie tien jaar duurde, ging er ook een hele generatie acteurs verloren.

Lerares Xielaoshi kan het nog navertellen. Toen zij van de school afkwam, was de Peking-opera verboden. Na de Culturele Revolutie vond ze zichzelf te oud om nog aan een theatercarrière te beginnen en werd ze, in plaats daarvan, lerares. De economische hervormingen die volgden op de Culturele revolutie deden de opera nog meer schade.

Peking veranderde de afgelopen vijftien jaar van een oude bureaucratische hoofdstad tot een moderne metropool. De meeste oude theaters overleefden de stadsvernieuwing niet en maakten plaats voor nieuwe torens. Het Chinese publiek ging voortaan naar de film, de disco of naar de karaoke-bar. Enkele jaren geleden was de enige plaats in Peking waar je de Chinese opera kon zien een hotel voor buitenlandse toeristen, waar een speciale, nog verder verkorte opera werd opgevoerd.

Nu China echter economisch steeds sterker wordt, neemt bij de Chinezen het nationalistisch gevoel weer toe. Dat brengt nieuwe interesse voor de Chinese cultuur met zich mee, ook van de jonge generaties. Zo beschreef het lokale blaadje 'Peking Scene' onlangs hoe een jonge zakenman, Wang Yuming, een van de oudste theaters in Peking redde. Het theater, helemaal van hout gebouwd, was al jaren gesloten, totaal vervallen. Het stond op het punt te worden afgebroken.

Wang investeerde vijf miljoen yuan, zijn hele privé-kapitaal, in de wederopbouw. Het kostte hem nog een miljoen yuan om de zaal de afgelopen maanden open te houden. Tijdens de openingsavond, enkele maanden geleden, was Wang de enige toeschouwer. Maar nu komt er langzamerhand steeds meer publiek naar de opera kijken.

De eigenaar, die zich voorbereidde op twee jaar van verlies, is optimistisch dat het theater uiteindelijk geld op zal brengen. Hij vergelijkt zijn zaal trots met het Londense Globe Theater, dat weer werd heropend om er Shakespeare's stukken op te voeren.

Wangs oude theater is niet het enige nieuwe operahuis. Ook heropende enkele maanden het Chang'an Grand Theater. Het maakte in 1989 plaats voor een metrostation, maar is nu weer terug in de vorm van een gloednieuw blinkend gebouw aan Pekings grote boulevard. Tijdens de openingsavond speelden alle grote sterren van weleer, waaronder enkele acteurs van in de zeventig, voor een enthousiast publiek. Zelfs de revolutionaire opera's van de Culturele Revolutie werden dit jaar voor de eerste keer weer opnieuw getoond. Het publiek had overigens lak aan de politieke boodschap; het ging om de nog steeds populaire muziek.

Nu de opleving in volle gang is, lijkt de volgende logische stap dat de traditionele kunstvorm zich verder zal gaan ontwikkelen. Een krant uit Hongkong interviewde onlangs een jonge operazangeres, Wan Xia. Zij vertelt daarin op zoek te zijn naar nieuwe vormen van opera, die haar generatie iets te zeggen hebben. Ze klaagt dat er in de huidige opera nooit iets verandert. Vooral de muziek is altijd hetzelfde; er worden hoogstens nieuwe verhalen geschreven. Wan Xia zou de Chinese qin, een klassiek instrument, willen nabootsen op de elektrische gitaar.

Maar dergelijke vooruitstrevende ideeën stuiten op grote weerstand van de oude operaliefhebbers in Peking. Volgens hen moet de opera blijven wat het is: een spectaculair, moeilijk uit te voeren schouwspel, waar kinderen vooralsnog jarenlang voor moeten trainen voor ze voet mogen zetten op de podia van Pekings heropende operahuizen.

mailIcon print |