*

 
dossier

Archief

KAREL BONGENAAR HAD GRAAG LYRISCH PROZA GESCHREVEN

JAAP DE BERG − 13/01/96, 00:00

Bronnen: Le Monde, Libération, InfoMatin. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 12-95; uitg. Bosch & Keuning, Baarn; ¿ 14,50.

Het vijftigjarige Maandblad Geestelijke volksgezondheid liet voor zijn jubileumnummer twee recordhouders interviewen. De ene is emeritus-hoogleraar J. J. Dijkhuis, in 1947 de eerste psycholoog die werk vond in een psychiatrische inrichting. De andere, Karel Bongenaar, heeft ruim 65 jaar ervaring als inzittende van zo'n inrichting. In 1930 werd hij opgenomen in Het Groot Gaffel te Warnsveld; 28 jaar verbleef hij er op machtiging van een rechtbank, 37 jaar vrijwillig.

Het waarom van zijn opname is hem, zegt hij, nooit uitgelegd. Van therapie is hij altijd verschoond gebleven, met uitzondering van arbeidstherapie: werk in de keuken. Zelf omschrijft Karel Bongenaar zijn aandoening als 'bedwelming' of 'hypersomnia'. Zijn psychiatrisch dossier heeft hij nimmer mogen inzien. Het verpleegkundig dossier wel - na 64 jaar. Wat hij daar aan diagnostische gegevens aantrof, noemt hij nonsens.

De uitvoerige interviewtekst, door Bongenaar zelf gecorrigeerd en aangevuld, geeft er een fragmentarisch maar onthullend beeld van, hoeveel er na 1930 te humaniseren viel aan het regime in psychiatrische centra. Het stuk is echter vooral een schrijnend egodocument. Bongenaars moeder - zijn vader overleed in de jaren twintig - is één keer op bezoek geweest. Ze moet de oorlog hebben overleefd, “maar ik heb er nooit wat van gehoord dat ze overleden is”, zegt de zoon, wiens geheugen een allesbehalve krakemikkige indruk maakt.

In al die jaren heeft hij eenmaal een spelletje gedamd, met een verpleegster. Twee zetten hadden ze gedaan, toen de zuster werd weggeroepen. De derde zet is er nooit van gekomen. In de begintijd wilde Bongenaar graag weg uit de inrichting, 'nu niet meer'. “Maar als ik werk had gekregen dat mij ten pleziere was - zijn dossier vermeldt: mulo-diploma, boekhouden, stenografie en typen, JdB - had ik het natuurlijk wel gedaan.” Nog iets anders had hij graag gedaan. 'Lyrisch proza schrijven'.

Boeiend om andere redenen is het 35 pagina's omvattende gesprek met de 74-jarige Dijkhuis. Hij schetst de groei naar volwassenheid van de klinische psychologie en zijn eigen ontdekkingsreis langs vele vormen van therapie. Hij portretteert zijn leermeesters Buytendijk (wiens fenomenologie Dijkhuis langzamerhand weer begint aan te spreken), Rümke ('een verschrikkelijk onzekere man') en Langeveld ('een echte schoolmeester'). En hij doet verslag van een katholieke brain trust die in de jaren vijftig en zestig de zielzorg probeerde te bevrijden uit de wurggreep van de moraaltheologie. Inmiddels is Dijkhuis al weer een kwart eeuw ex-katholiek, vervreemd van een kerk die een geloofsgemeenschap zou moeten zijn, maar verstarde tot 'een gedragsgemeenschap'.

Eén anekdote voor katholieken met heimwee naar de jaren vijftig. In de Heiloose inrichting Sint Willibrord, waar Dijkhuis werkte, was een missionaris opgenomen. De man was de kerk gaan haten en maakte voor de Heiloose rector geen uitzondering. Om die een hak te zetten, consacreerde de missionaris in een onbewaakt ogenblik al het brood in de keuken van de inrichting. Paniek onder het personeel. In de heilige overtuiging dat de broodmaaltijd was veranderd in het lichaam van Christus, zonken enkele broeders op de knieën en begonnen te bidden. De rector, eveneens van de kook, telefoneerde met de bisschop van Haarlem (J. P. Huibers). “Ik heb de keuken hier vol met geconsacreerd brood, wat moet ik daarmee?” Tot genoegen van in elk geval Dijkuis liet de oude bisschop zich niet gek maken. Hij bleek niet te geloven in transsubstantiatie op initiatief van een op tilt geslagen priester.

TV-PUBLIEK LIET ZICH NIET TOT MINI-KRANT BEKEREN

De gemiddelde Fransman is minder in kranten geïnteresseerd dan Karel Bongenaar. Op de wereldranglijst van krantenlezende naties staat Frankrijk op de 23ste plaats, met 156 exemplaren per 1 000 inwoners - ver achter Noorwegen (610), Groot-Brittannië (321) en Duitsland (317).

Om het publiek dat voldoende geïnformeerd meent te worden door de kapper en het tv-journaal, tot de geschreven journalistiek te bekeren, werd twee jaar geleden InfoMatin opgericht. Een origineel ochtendblad, knap in elkaar gezet door een jonge, 55-koppige redactie, met geld van de toen 71-jarige André Rousselet, oud-opperhoofd van de (betaal)tv-zender Canal+. Een goedkope, vrij serieuze krant op mini-formaat, iets groter dan een A4'tje; op alle pagina's kleur; ultra-korte, bevattelijke artikelen; veel infografieken; minder verstrooiing en service-rubrieken dan je van zo'n volkskrant in de oorspronkelijke zin des woords zou verwachten.

Deze week, op de dag dat ook Mitterrand ter ziele ging, verscheen het laatste nummer. De 300 000 kopers uit de wittebroodsweken waren geslonken tot 70 000. Sterk bekoeld was tevens de relatie tussen Rousselet ('InfoMatin is mijn speelgoedtrein') en de redactie, die haar mecenas onvoldoende wierook toezwaaide. De breuk kwam toen Rousselet, die in twee jaar zo'n 50 miljoen gulden aan zijn treintje was kwijtgeraakt, de redactie min of meer voorschreef, twee van de zeven weken betaalde vakantie in te leveren. De meeste journalisten weigerden, vooral uit misnoegen over de aanslag op hun democratische principes.

Ook elders in de Parijse dagbladwereld heerst kommer. In Le Monde publiceerde vorige week een twaalftal intellectuelen, onder wie de filosoof Alain Finkielkraut, Pierre Hassner en Pierre Vidal-Naquet, een oproep tot een koerswijziging in de serieuze dagbladpers. Die zou zich te veel concenteren op politiek machtsspel, op incidenten, affaires en geruchtmakende uitspraken, te veel opiniëren ook, en te weinig inhoudelijke, op grondig onderzoek berustende informatie verschaffen over fundamentele politieke, sociale en economische processen. Een garantie dat ze daar voldoende betalende afnemers bij konden leveren, verstrekten de twaalf niet.

mailIcon print |