*

 
dossier

Archief

'Directeur Schretzmeijer doet waarheid geweld aan'

Door: redactie − 10/02/96, 00:00

Ook de BIM (Beroepsvereniging van improviserende musici) betreurt het zeer, vechtend over straat te moeten met de Stichting Jazz in Nederland (SJIN). Maar het jarenlang negeren van interne BIM-signalen, -kritiek en -voorstellen, uitmondend in volstrekt onaanvaardbare bezuinigingen die ook nog eens eenzijdig aan de improvisatiemuziek worden opgelegd, laat ons geen andere keus. Dat de SJIN, bij monde van directeur Schretzmeijer, nu de vermoorde onschuld uithangt en zelfs het middel van de onjuiste informatieverstrekking niet schuwt (Trouw van 6 februari), toont weer eens aan hoe doof men bij de SJIN voor signalen van de musici is geweest.

De BIM is al jarenlang 'slecht te spreken' over het SJIN-beleid. Niet voor niets drongen op 14 december 1994 verontruste musici bij het SJIN-bestuur binnen om te wijzen op het beroerde functioneren van de stichting. Het toen toegezegde overleg met musici leverde niet alleen niets op, maar werd ook doorkruist door weer nieuwe, nog slechtere beleidsvoornemens. Over het beleidsplan voor de volgende kunstenperiode heeft men niet eens met musici overlegt, want de SJIN was weer eens te laat.

In zijn pogingen de BIM en haar bestuur althans in schijn mede verantwoordelijk te maken voor het SJIN-wanbeleid, debiteert Schretzmeijer een aantal onjuistheden. Ik som ze op.

Ten eerste heeft de BIM nooit drie SJIN-bestuurders voorgedragen. Er zaten altijd maar twee musici (een minderheid dus) op onze voordracht in het SJIN-bestuur. Een derde musicus zat er op voordracht van de Raad voor de Kunst. Deze musici, die overigens op persoonlijke titel - zonder last of ruggespraak met ons - handelden, vormden in de besluitvorming de afgelopen jaren op kritieke momenten steeds weer een minderheid. De invoering van het huidige subisidiesysteem was voor hen de druppel die de emmer deed overlopen. De door de BIM voorgedragen musici trokken zich uit het SJIN-bestuur terug en de BIM zag af van nieuwe voordrachten. Door nu te doen alsof de BIM medeverantwoordelijk is voor het verfoeide huidige subsidiesysteem, vervuilt Schretzmeijer de discussie.

Ten tweede: gezien deze voorgeschiedenis behoeft het geen verwondering te wekken dat wij medio vorig jaar niet bereid waren mee te spelen in de paniek die bij de SJIN ontstond toen bleek dat het ondanks onze waarschuwingen en kritiek ingevoerde systeem te duur bleek.

Ten derde: het 'Baby Lotion'-project van Jan Hans Berg, tevens BIM-bestuurslid, is nooit een SJIN-produktie geweest. De voornaamste financier was het Fonds voor de Podiumkunsten en van de toegezegde produktionele ondersteuning door de SJIN is ook na eindeloos soebatten vrijwel niets terecht gekomen.

Ten vierde: de BIM-suggestie om zelf ten kantore van de SJIN eens de broekriem aan te trekken nu het eigen wanbeleid tot tekorten heeft geleid, daarbij wijzend op de hoge overheadkosten die de SJIN hanteert, mag door Scherzmeijer als demagogie terzijde worden geschoven, maar er is reden om daar serieuzer op door te gaan. Al in een ver verleden heeft de bij het ministerie voor jazz verantwoordelijke ambtenaar, Frits den Haring, toch bepaald geen BIM-vriend, kritiek geleverd op de hoogte van de SJIN-overhead. Ook het Nederlandse Impresariaat heeft meermalen geroepen dat het goedkoper kon. Kennelijk mogen personen en instanties die zich inzetten voor meer gevestigde vormen van jazz dingen roepen die, zodra de BIM ze overneemt 'demagogie' heten.

Kunstfondsen met vergelijkbare budgetten, zoals het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, doen hun werk met beduidend minder druk bezette kantoren dan de SJIN, laten we dat maar eens fijntjes vaststellen.

AmsterdamHan Buhrs (bestuurslid BIM)

mailIcon print |