Van onze kerkredactie De maakbaarheid van God, het lichaam van Jezus en het sacrament van kippensoep. Dat zijn de ingrediƫnten van het nieuwe stuk van Theatergroep Toetssteen, dat de titel God's Palingboer meekreeg. Twee jaar geleden maakte Toetssteen furore met het stuk Emily, of het Geheim van Huis Ten Bosch.
Schrijver en regisseur Ger Beukenkamp putte zijn inspiratie uit de legendarische figuur Lou de Palingboer, in wie honderden volgelingen in de jaren vijftig en zestig de op aarde teruggekeerde Christus zagen. Het aardige aan het verhaal van Lou is volgens Toestssteen dat het in het geheel geen gelijkenis vertoont met dat van Christus of veel andere godsdienstige profeten. Andere mensen - in de eerste plaats zijn vriendin Mien Wierts - bombardeerden de Amsterdamse marktkoopman (die eigenlijk Laurens Voorthuyzen heette) eerst tot Christus en vervolgens tot God zelf.
Lou liet dat min of meer met zichzelf gebeuren. Hij speelde zijn rol. Hij zag God in alles, juist ook in het meest alledaagse. Zijn favoriete leus was: “een preek bij een bosje paling”. Vooral door Mien's toedoen ontstond rond zijn persoon een kleine sekte. Meer dan 500 aanhangers heeft Lou nooit gehad. Daarbuiten fungeerde hij als voorwerp van milde spot. In de jaren zestig werd hij beschouwd als een ludieke figuur. Beroemdheden als de schaakgrootmeester Jan Hein Donner en de schrijver Harry Mulisch legden een bezoek bij hem af. Bij die gelegenheid zei Lou dat de bijbel slechts de bij-bel was, maar dat zijn eigen inzichten de hoofd-bel vormden. Gevraagd om water in wijn te veranderen, zei hij: “geef me maar een glas wijn, dan verander ik het wel in water”.
Onduidelijk is of bij de oprichting van de Lou-sekte winstbejag een rol heeft gespeeld. Lou de Palingboer kreeg van zijn volgelingen weliswaar het Witte Huis in Muiderberg, maar is er verder niet rijk van geworden. Eind jaren zestig week de groep uit naar Belgiƫ, op de vlucht voor schuldeisers.
Daar overleed Lou in 1968 aan een longontsteking. Zijn volgelingen konden dat aanvankelijk niet bevatten. Urenlang zongen ze: “Lou, kom terug, kom terug, wij zijn allemaal hier!” Nog een tijdlang bleven ze hopen op een wonder, op de wederopstanding. Lou was immers God die het kwaad en de dood overwonnen had; hoe zou hij kunnen sterven? Het bericht van Lou's dood bereikte de buitenwereld pas toen zijn lichaam al in verregaande staat van ontbinding verkeerde.
God's Palingboer speelt zowel in de bloeiperiode van de sekte als in de jaren tachtig, wanneer Lou al overleden is. Mien beheert dan samen met haar twee zonen een camping in Spanje en wordt daar geconfronteerd met een ex-sektelid. Deze vrouw doet haar beklag tegenover Mien. Ze verwijt Mien dat haar relatie is kapotgemaakt door de sekte rond Lou. Doordat ze moest leven volgens de regels van de sekte, zag ze zich gedwongen haar relatie te verbreken. Als haar ex-vriend dan ook nog op een ongelukige manier komt te overlijden, blijft ze zitten met schuldgevoelens.
Anja Pieroen van theatergroep Toetssteen ziet Mien als de kwade genius achter Lou. “Mientje was een sterk dominante vrouw en een godsdienstwaanzinnige.” Pieroen zegt dat Toetssteen producties maakt met een zekere maatschappelijke relevantie. “We willen iets zeggen over wat er gaande is in de samenleving. In deze tijd zie je dat mensen weer op zoek gaan naar het hogere, naar God in een of andere vorm. Toetssteen wil die zoektocht laten zien, maar ook gevaren, zoals sektevorming en fundamentalisme.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.